Vewin laakt voorgenomen mestbeleid Van Dam

De invloed van stikstof en fosfaat op de waterkwaliteit is een belangrijk thema in het mestbeleid. Nog steeds is extra zuivering door drinkwaterbedrijven nodig vanwege verontreinigde bronnen. Bij tientallen grondwaterwinningen komen normoverschrijdingen voor van nitraat, maar ook van andere gerelateerde waarden zoals die van hardheid, sulfaat en nikkel. Dit leidt volgens Vewin tot onwenselijke situaties waarbij  drinkwaterbedrijven extra moeten zuiveren of zelfs winningen moeten sluiten of verplaatsen. Overbemesting is daarmee nog altijd een actueel en omvangrijk probleem voor de drinkwaterbedrijven.

Evaluatie mestbeleid
Vorig jaar heeft het Rijk aangegeven in 2016 het mestbeleid te evalueren. Staatssecretaris Martijn van Dam (EZ) zegde toe hierbij de doelen van de Kaderrichtlijn Water te betrekken en specifiek de effecten op bronnen voor drinkwater.  Of Van Dam inderdaad voldoende let op de effecten van het mestgebruik voor drinkwater? “In het geheel niet”, reageert Van der Linden kort maar krachtig. “Zolang de uitkomsten van de evaluatie er niet zijn, zijn de plannen prematuur en in strijd met eerdere afspraken.”

Derogatie
Door de huidige derogatie mogen Nederlandse melkveehouders afwijken van de in de Europese Nitraatrichtlijn geregelde hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest die per hectare grond mag worden opgebracht. Voorwaarde is hierbij dat de milieueffecten jaarlijks worden gemonitord en gerapporteerd. Er moet overeenstemming zijn over een actieprogramma waarin het maatregelenpakket wordt beschreven dat wordt ingezet om de doelen van de Nitraatrichtlijn te realiseren. Op basis van een wetenschappelijke onderbouwing moet bovendien blijken dat de derogatie geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit.

Kamerbrief
Staatssecretaris Martin van Dam blijkt nu in te zetten op een verlenging van deze derogatie, zo blijkt uit de kamerbrief waarmee hij 3 maart de Tweede Kamer informeerde over de nadere invulling van het fosfaatstelstel. In de gesprekken met de Europese Commissie over de periode 2018- 2021 wil daarnaast inzetten op het schrappen van het fosfaatproductieplafond als voorwaarde voor derogatie.

De staatssecretaris gaat ervan uit dat via het stelsel van verplichte mestverwerking en parallel daaraan de introductie van het stelsel van fosfaatrechten wordt zeker gesteld dat het fosfaatoverschot geen extra milieurisico met zich meebrengt. Vewin ziet dit niet als voldoende garantie voor een goede waterkwaliteit. “Fosfaatrechten repareren alleen de productietoename sinds het loslaten van de melkquota sinds april 2015. De overschrijdingen van nitraatnormen in de drinkwaterbronnen waren er ook al voor die tijd.”

Overschrijding norm
Ook de Europese Commissie bevraagt Nederland daar kritisch op, zo geeft Van Dam in zijn kamerbrief zelf al aan. “In de gesprekken over het huidige vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2014- 2017) heeft de Europese Commissie Nederland scherp bevraagd naar de overschrijding van de norm voor grondwater, te weten 50 milligram nitraat per liter, op regionaal niveau in met name het zuiden en op een groot aantal specifieke meetpunten in de overige delen van Nederland”, schrijft Van Dam in zijn kamerbrief. “Ik verwacht dat de Europese Commissie bij gesprekken over een volgend Actieprogramma en derogatie scherp zal toetsen op verbetering van het niveau, de mate en op de reden van overschrijding van de grondwaternorm op regionaal en lokaal niveau en het realiseren van doelen in oppervlaktewater.”

Voorbarig
Met zijn plannen is Van Dam voorbarig, vindt drinkwatervereniging Vewin dan ook. “De staatssecretaris gaat door zijn aangekondigde inzet voor de periode 2018 – 2021 op het verlengen van de derogatie en het laten vervallen van het fosfaatplafond voorbij aan de mogelijke uitkomsten van de nu nog lopende evaluatie van het mestbeleid”, reageert Vewin-woordvoerder Patricia van der Linden. “De invloed van stoffen uit bemesting als stikstof en fosfaat op de waterkwaliteit is groot. Een goede waterkwaliteit is belangrijk voor een betrouwbare drinkwatervoorziening.”

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (IenM) is op basis van een motie van de Tweede Kamer gestart met de Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater om de waterkwaliteit te verbeteren en om de doelen van de KRW te halen. Hiervoor is ook extra inspanning nodig op het gebied van mest. In reactie op moties naar aanleiding van het Wetgevingsoverleg Water in november 2015 gaf de minister aan dat het kabinet bij de evaluatie van de Meststoffenwet eind 2016, rekening zal houden met de doelen van de KRW, waaronder die voor drinkwaterwinningen. Hiermee wordt volgens de minister in de nationale praktijk invulling gegeven aan de wens van de Kamer (motie Smaling) om de routes van de KRW, Nitraatrichtlijn en het beleid ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk parallel te laten verlopen.

Geringe pakkans
De Unie van Waterschappen sprak eerder zijn zorg uit over het risico dat mest uit overschotgebieden wordt aangewend in andere gebieden. Het gebruik van extra mest in deze gebieden kan leiden tot meer uit- en afspoeling waardoor de waterkwaliteit in deze gebieden kan verslechteren. De Vewin zegt die zorg te delen. Ook zijn er zorgen omtrent de naleving van de mestwetgeving en de extra risico’s voor de waterkwaliteit die daardoor ontstaan. De pakkans is gering. Van der Linden: “Ook die zorg delen wij. Stelsels van productierechten met uitzonderingen voor knelgevallen, afromingspercentages en overdraagbaarheid zijn niet eenvoudig te controleren. Is er voldoende aandacht voor de handhaafbaarheid?”

Grondwatermonsters
De melkveesector moppert op zijn beurt over de invoering van het fosfaatstelsel. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NWV) stelt voor om in plaats van verdere regelgeving, elk melkveebedrijf te verplichten jaarlijks representatieve grondwatermonsters te nemen.  Op die manier kan volgens de vakbond een garantie aan de Europese Commissie worden gegeven dat in de toekomst de milieudoelen daadwerkelijk gehaald gaan worden.

Het AO Mestbeleid is uitgesteld tot nader orde.