Vewin-directeur Bergkamp pleit voor oprichting fonds om watervervuiling op te lossen

De bijeenkomst stond voor het grootste gedeelte in het teken van het in maart van dit jaar verschenen OESO-rapport over de toekomst van het Nederlandse waterbeheer en waterbestuur. Daaruit blijkt dat de Nederlandse watersector goede prestaties levert, maar wel moet uitkijken voor zelfingenomenheid. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is met name getroffen door het gebrek aan waterbewustzijn van de Nederlandse burger. Die neemt het waterbeheer voor lief, weet niet wie er verantwoordelijk zijn voor de waterveiligheid en wat hij moet doen als er onverhoopt toch iets mis mocht gaan.

Vervuiler betaalt
Daarnaast ontbreken volgens de samenstellers van het rapport financiële prikkels om ‘te veel’, ‘te weinig’ en ‘te vervuild’ water efficiënt te beheren. Het principe ‘de vervuiler en de gebruiker betaalt’ zou volgens de OESO verder moeten worden doorgevoerd. VEWIN-directeur Bergkamp wees er in haar voordracht tijdens het KNW-voorjaarscongres op dat de OESO vraagtekens zet bij de Nederlandse KRW-ambitie en dat er een tandje bij moet, wil ons land de KRW-doelstelling in 2027 nog halen. Bergkamp: “Als de waterschappen hun inspanningen voor een betere grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit niet vergroten, komen de kosten bij de drinkwaterbedrijven terecht. Die zullen zich meer moeten inspannen om het water dat zij innemen te zuiveren.” Het is dus de consument die betaalt, dat zou de vervuiler moeten zijn, zo redeneerde de Vewin-directeur. “Daarom pleit ik voor een fonds waarin heffingen op vervuilende stoffen worden gestort, wat is bestemd voor maatregelen om waterverontreiniging te voorkomen of te beheersen. Zulke maatregelen worden in gebiedsdossiers nog maar zelden genomen, onder andere door gebrek aan middelen”, aldus Bergkamp.
Farmaceutisch fonds
Eerder dit jaar pleitte bestuurslid Hennie Roorda  Unie van Waterschappen tijdens een hoorzitting over geneesmiddelen en waterkwaliteit in de Tweede Kamer voor de oprichting van een farmaceutisch fonds. Bedrijven kunnen zo meebetalen aan onderzoek om de problematiek van geneesmiddelen in het oppervlaktewater en de gevolgen daarvan voor de drinkwatervoorziening op te lossen. Nefarma liet meteen weten het geen goed idee te vinden en wees erop dat medicijnresten slechts drie procent deel uitmaken van alle alle microverontreinigingen in het aquatisch milieu. Wie een dergelijk fonds zou moeten beheren en beslissen welke maatregelen er moeten worden genomen, is overigens nog niet duidelijk.
Reacties
Het ochtendprogramma van het KNW-congres stond vooral in het teken van reacties op het OESO-rapport. Zo gaf Rob Uijterlinde van de Unie van Waterschappen nog eens op hoofdlijnen aan wat er precies in staat. Roel Feringa van het ministerie van Infrastructuur en Milieu liet weten wat het kabinet met het rapport gaat doen en hoe de beleidsagenda eruit ziet. In de brief die minister Schultz naar de Tweede Kamer stuurde naar aanleiding van het rapport liet zij weten de financiering van het waterbeheer nader te gaan onderzoeken. De minister onderschrijft het principe van de vervuiler/gebruiker betaalt en pleit ervoor om de bekostiging zoveel mogelijk decentraal weg te leggen.
Discussie
Herman Havekes van de Unie van Waterschappen leidde vervolgens een discussie tussen een aantal stakeholders, zoals directeur Water Roy Tummers van VEMW en LTO Noord voorzitter Siem Jan Schenk. Het debat kwam echter niet helemaal van de grond, blijkt onder meer uit een tweet van Erwin de Bruin. Daarin verwees hij naar Esther Dieker van JongKNW die een pleidooi hield voor een échte discussie. Havekes wist echter handig weg te manoeuvreren van de echt heikele punten, zoals de vervuiler betaalt en het niet halen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water, en ging vervolgens over naar een van de aanbevelingen uit het OESO-rapport om burgers meer bij het waterbeleid te betrekken. Uiteraard een belangrijk thema, maar geen onderwerp voor een debat tussen de stakeholders op het podium.
H2O-prijs
Tijdens het voorjaarscongres werd eveneens de H2)-prijs 2014 uitgereikt voor het beste H2O-vakartikel van de jaargang 2013. Het artikel ‘Pilotonderzoek thermofiele slibgisting op rwzi Bath: veelbelovende resultaten’ van Etteke Wypkema, Roger Vingerhoeds (waterschap Brabantse Delta), Joop Colsen, en Davey Smet (Colsen), won de eerste prijs.
Volgens de jury geeft het artikel een ‘heldere beschrijving van een goed opgezet onderzoek naar thermofiele vergisting van zuiveringsslib. Thermofiele gisting is een al lang bestaande techniek, die nu nadrukkelijk in de belangstelling staat door de beleidsafspraken over energiebesparing en grondstoffenterugwinning.  Het onderzoek geeft onder meer bruikbare informatie over het overschakelen van normale naar thermofiele gisting, het te behalen rendement, de gasproductie en de samenstelling van de reststromen.’
Tweede plaats
De jury heeft eveneens lovende woorden voor het tweede artikel: ‘Waarde uit water: de terugwinning van humuszuren uit de reststroom van de ontkleuring van drinkwater’  van Peter Sjoerdsma, Alexander Laarman, Rik Thijssen, Bob Bolt (Vitens). ‘De kracht van dit artikel is het omzetten van een probleem (humuszuren als afvalstof) naar een kans: humuszuren opwerken tot grondverbeteraar die aan de landbouw kan worden verkocht. De business case van deze nieuwe toepassing is nog niet volledig uitgewerkt en het perspectief voor economische afzet van het product is niet helemaal duidelijk. Omdat ook het toepassingsgebied beperkt is tot drinkwaterwinning uit humusrijk grondwater, scoort dit artikel wat minder op waarde voor  de praktijk dan het winnende artikel’, aldus het juryrapport. 
Belangstellenden kunnen de presentaties van het voorjaarscongres hier downloaden.