Verzilting effectiever tegengaan door slimmer doorspoelen sloten

“Met doorspoelen wordt te veel schaars zoet rivierwater verspild”, vindt Delsman. Hij promoveerde afgelopen week aan de Vrije Universiteit Amsterdam op zijn onderzoek naar verzilting, onder andere in de Haarlemmermeer. Medefinanciers van het onderzoek zijn onder andere STOWA en het Hoogheemraadschap van Rijnland.
In de Haarlemmermeer, die vijf tot zes meter onder zeespiegel ligt, is zout kwelwater een probleem voor de gewassen. Het zoute kwelwater is eeuwenoud zeewater, dat in sommige diepe polders omhoog komt. Op deze locaties is het zoute grondwater slechts met een dunne laag klei afgedekt. De kwel komt door kleine gaten en scheuren uit de bodem en bedreigt de groei van landbouwgewassen. Om die reden spoelt het  Hoogheemraadschap van Rijnland, net als andere waterschappen in de kustprovincies, in het gehele groeiseizoen met grote regelmaat zoet water door de polders om het zout een halt toe te roepen. Maar in geval van droogte is het eigenlijk zonde om zulke grote hoeveelheden zoet water van elders aan te voeren, is de overtuiging van Delsman. 
Eye-openers
In een veldonderzoek heeft hij nauwgezet het zoutgehalte in de polders van de Haarlemmermeer in kaart gebracht. Gewapend met een hengel, met daaraan een instrument dat de zoutgeleiding van het water registreert, zijn Delsman en een collega 70 km sloten van meter tot meter langsgelopen. “Twee dagen werk voor twee mensen.” 
“Het onderzoek heeft veel nieuwe kennis opgeleverd met echte eye-openers: het blijkt dat er ruimtelijk grote verschillen zijn in het zoutgehalte tussen sloten. De scheuren van waaruit kwel omhoog komt, zorgen zeer plaatselijk voor een sterk verhoogd zoutgehalte”, vertelt Delsman.  “Maar ook de waterstroming door de sloten speelt een belangrijke rol. We hebben uitgevonden dat het (zoete) water zich niet zomaar gelijkmatig door de sloten verspreidt, in tegenstelling tot wat tot nu toe is aangenomen. Water stroomt bij voorkeur rechtdoor, en gaat bijvoorbeeld liever niet een hoek om. Ook de aanwezigheid van waterplanten beperkt zeer plaatselijk de doorstroming. Daardoor komt zoet water in bepaalde sloten niet of nauwelijks terecht.”
Om en om spoelen
“Met eenvoudige oplossingen kan het water langer zoet worden gehouden”, zegt Delsman. “Je moet zorgen dat het zoete water zo laat mogelijk mengt met het zoute water. Met kleine ingrepen, zoals het aanbrengen van stuwtjes en op andere plaatsen de aanleg van kleine duikers, kun je het stromingspatroon veranderen. Zo kun je ervoor zorgen dat de hele zoute locaties zout blijven, en andere delen minder last van het zout hebben. “
Meten is weten, vindt de onderzoeker. “Je hoeft dus niet standaard in april te beginnen met de inlaat van zoet water, maar je kunt dit meer afstemmen op de behoefte. Het is bovendien mogelijk om toe te werken naar een systeem waarbij in geval van grote droogte, delen van de peilgebieden om en om worden doorgespoeld. Als je met de agrariërs communiceert wanneer welk deel van het gebied aan de beurt is, kunnen zij hierop het tijdstip van irrigatie afstemmen. Zo profiteren alle landbouwers ook bij droogte meer van de doorspoeling en is per saldo minder zoet water van elders nodig.” 

Effectiever beheer
Delsman schat dat daarmee op termijn veertig procent minder zoet water hoeft worden ingelaten. Ook kwetsbare natuurgebieden kunnen profiteren van een betere regeling van de zouttoetreding.  Delsman waagt zich niet aan het doortrekken van de resultaten van het zoutonderzoek naar de verspreiding van bijvoorbeeld nutriënten of bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. “Maar ik kan mij voorstellen dat inzicht over de verspreiding van zout en stroming in het slotenstelsel ook behulpzaam kan zijn bij onderzoek naar de aanwezigheid van andere stoffen in het water.“
“De waterschappen en STOWA zijn blij met de resultaten van het onderzoek,” zegt Michelle Talsma (STOWA). “Door klimaatverandering ontstaat er druk op de beschikbaarheid van voldoende zoetwater. Het is daarom zinvol om te kijken of het beheer effectiever kan worden uitgevoerd. Het onderzoek geeft hier inzicht in.”
Afgelopen woensdag is er in Utrecht een goed bezocht symposium gehouden, waarop het onderzoek is toegelicht. Verscheidene waterschappen overwegen het onderzoek in eigen gebied uit te voeren. 

Kapitaalintensieve gewassen
Ook de agrarische wereld reageert positief. LTO Noord is blij met het onderzoek en onderschrijft de resultaten. “Goed dat dit onderzoek in de Haarlemmermeer is gehouden. In deze diepe polder worden veel kapitaalintensieve gewassen verbouwd, die extra gevoelig zijn voor verzilting en dus ook financieel kwetsbaar zijn”, zegt Peter de Koeijer, waterportefeuillehouder van LTO. Ook hij vindt het een eye opener dat de doorstroming van zoet water niet overal efficiënt gebeurt. “Tijd voor gezamenlijke actie van boeren en waterschappen”.
De uitkomsten van het onderzoek naar het doorspoelen onderstrepen zijn vermoeden dat de gewasschade door de verzilting nog onvoldoende is meegenomen in het Deltaprogramma Zoet Water. “We doen een dringend beroep op de minister om hier nog eens kritisch naar te kijken en meer aandacht aan te geven”, aldus de waterportefeuillehouder van LTO. 
De Koeijer vult aan: “De provincie Noord Holland en het Hoogheemraadschap Rijnland zijn intussen met de boeren een onderzoeksproject gestart om het water- en bodemsysteem in de Haarlemmermeer te optimaliseren. De aanpak en resultaten zullen ook bruikbaar zijn in de andere droogmakerijen. Eerdere ervaring met een proeftuin in Zeeland heeft geleerd dat je wel de risico’s en kosten scherp in beeld moet hebben om een goede afweging te kunnen maken.”
Kijk hier naar het Deltaproof filmpje