Zwemmersjeuk is de meest voorkomende gezondheidsklacht in recreatieplassen (foto: Youtube).

Er is meer onderzoek nodig naar de uitbraak en de bestrijding van zwemmersjeuk, zo blijkt uit een rapport van zes waterschappen, enkele recreatieondernemers en STOWA. Er zijn met name meer locatiespecifieke gegevens nodig om een betere risico-inschatting mogelijk te maken, zodat de bestrijding effectiever kan worden aangepakt.

Zwemmersjeuk (cercariën dermatitis) is de meest voorkomende gezondheidsklacht in recreatieplassen. Het is een ontstekingsreactie op in de huid binnengedrongen cercariën (larven) van de parasiet Trichobilharzia, tijdens of na het baden in natuurlijk zoetwater. De cercariën kunnen niet in de menselijke huid doordringen, maar gaan dood in de huid. De ontstekingsreactie gaat gepaard met de vorming van een jeukend bultje. Trichobilharzia leeft afwisselend in watervogels, met name wilde eend en andere eendensoorten, en verschillende soorten poelslakken en posthoornslakken. De cercariën die zwemmersjeuk veroorzaken, ontwikkelen zich in slakken en kunnen, afhankelijk van de watertemperatuur, van mei tot en met oktober in het oppervlaktewater terechtkomen.

Protocol Zwemmersjeuk en zwemwaterenquête RIVM
In Nederland bestaat sinds 2012 het Protocol Zwemmersjeuk, dat beschrijft hoe wordt omgegaan met zwemmersjeuk. Alle meldingen van aan zwemmersjeuk gerelateerde klachten worden door de provincies geregistreerd. In de praktijk blijken de provincies echter verschillend om te gaan met de registratie van klachten en de keuze van vervolgstappen. Bij een vermoeden van zwemmersjeuk wordt slechts in minder dan de helft van de gevallen een nader onderzoek uitgevoerd. Verder voert het RIVM jaarlijks een zwemwaterenquête uit naar gezondheidsklachten na zwemmen in recreatiewater. Behalve deze rapportages is er in Nederland maar beperkt gepubliceerd over het voorkomen van zwemmersjeuk in recreatiewater.

Mogelijk verband tussen weercondities en zwemmersjeuk
Vandaar dat zes waterschappen, enkele recreatieondernemers en STOWA onderzoek hebben laten uitvoeren naar de huidige kennis over zwemmersjeuk, en naar de effectiviteit van bekende en nieuwe maatregelen om overlast te verminderen. Ook werd onderzocht of er een verband bestaat tussen weercondities en het optreden van zwemmersjeuk. Zo hoopten de partijen een betere risico-inschatting te kunnen maken en de bestrijding te verbeteren.

In het onderzoek is gezocht naar mogelijke relaties tussen weersomstandigheden en het uitbreken van zwemmersjeuk, op basis van historische uitbraken. De uitbraken vonden allemaal plaats na half mei, met een gemiddelde etmaaltemperatuur boven de twintig graden en een windrichting waarbij de zwemzone zich aan lagerwal bevond.

Meer gegevens gewenst
De onderzoekers pleiten ervoor deze relaties verder te onderbouwen met locatiespecieke gegevens. Op die manier kan er een betere risico-inschatting worden gemaakt en kan de bestrijding effectiever worden, zoals het creëren van barrières tussen zwemzones en de locaties van de larven. STOWA-directeur Joost Buntsma schrijft in het rapport: “De ontwikkelde handelingsperspectieven moeten in vervolgonderzoek verder verfijnd en onderbouwd worden. Hiervoor is het van belang dat het voorkomen van zwemmersjeuk beter wordt geregistreerd. Locatiespecifieke gegevens verzamelen, zoals in welke zones van de zwemplas slakken voorkomen, is een belangrijke eerste stap. Vervolgens is het belangrijk om de gemiddelde etmaaltemperatuur te volgen; als deze boven de 20 °C komt, en het is na half mei, dan is er een verhoogd risico op het vrijkomen van cercariën, de oorzaak van zwemmersjeuk. Als de zwemzone aan lagerwal is, dan is er een verhoogd risico op blootstelling van zwemmers aan cercariën. De blootstelling kan verminderd worden door het creëren van barrières tussen de bron van cercariën en de zwemzone.”

Pleidooi voor nieuw protocol
Als vervolg op dit project worden veldmetingen met eDNA uitgevoerd, om de omvang van het probleem beter in beeld te krijgen. De relaties met de weerscondities worden beter onderbouwd en dit alles zal moeten leiden tot een ‘early warning systeem’. De onderzoekers doen nog een belangrijke aanbeveling in hun rapport. Ze pleiten ervoor om in samenwerking met het RIVM en provincies een vernieuwd Protocol Zwemmersjeuk uit te werken, om het voorkomen van zwemmersjeuk beter in kaart te kunnen brengen.