Versterking Lekdijk gaat uit van risicobenadering

Dat de dijken tussen Amerongen en Schoonhoven een risico vormen voor de waterveiligheid in de Randstad is al langer bekend. Als het water bij een dijkdoorbraak vanuit de rivieren het gebied in stroomt, dreigen grote overstromingen in de Randstad. Het water zou zelfs tot aan Schiphol kunnen komen. In het Deltaprogramma voor 2014 is daarom vastgesteld dat het verhogen van de norm voor de Lekdijk kosteneffectiever is dan grootschalig investeren in de c-keringen van Centraal-Holland (met uitzondering van het getijdedeel van de Hollandse IJssel). Hierover zal later dit jaar bij de Deltabeslissingen worden besloten. In de projectoverstijgende verkenning (POV) wordt vervolgens onderzocht hoe die klus kan worden geklaard.

Ophogen oude keringen is geen optie
Dijkgraaf Patrick Poelmann signaleerde al in 2010 de zwakke plek in dijkring 14. In Utrecht zijn de noordelijke Hollandse IJsseldijk en de Meerndijk onderdeel van dijkring 14 en zij zouden de rest van de Randstad moeten beschermen als de Lekdijk doorbreekt. “De noordelijke Hollandse IJsseldijk en de Meerndijk kunnen hun functie niet vervullen want ze zijn twee tot drie meter te laag. De Hollandse IJsseldijk loopt bovendien dwars door de historische stadjes Oudewater en Montfoort, dus ophogen is geen optie. Het is veel efficiënter om de Lekdijk een klein stukje op te hogen en zo het water van de Lekdijk ‘bij de voordeur’ tegen te houden”, zei Poelmann destijds tegen WaterForum. Een uitgangspunt dat anno 2014 onderdeel is van het Deltaprogramma.
Meerlaagsveiligheid pas later aan de orde
Onlangs was de officiële aftrap van de projectoverstijgende verkenning. De onderzoekers gaan kijken welke dijkversterkende maatregelen mogelijk zijn die passen bij het ruimtelijk beleid van provincies en gemeenten. Aanvullend op dit onderzoek wordt in beeld gebracht welke oplossingen in de tweede en derde laag (ruimtelijke inrichting en rampenbestrijding) mogelijk zijn. De focus ligt echter op de eerste laag, de versterking van de Lekdijk.   
“Ook is nog niet bekend wat de uitvoering van de maatregelen mag gaan kosten”, zegt Clarion Wegerif van de hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. 
Op basis van nieuwe normen 
De onderzoekers gaan aan de slag in een bijzonder tijdsgewricht. Bij de start van het project hebben zij nog te maken met de huidige waterveiligheidsnormen, maar met de Deltabeslissingen komt later dit jaar duidelijkheid over de nieuwe normen.  “Voor het onderzoek gelden de vigerende normen. De dijken langs de Hollandse IJssel en de Meerndijk zijn ook volgens die normen afgekeurd. Normaliter zou dit leiden tot een aanpak van de afgekeurde keringen, maar de onderzoekers werken nu een alternatieve aanpak uit die gebaseerd is op de nieuwe risicobenadering”, verklaart het ministerie van Infrastructuur en Milieu. 
Integratie nieuwe normen
De nieuwe normering zal gedurende het project gaan gelden. Dan gaat in Nederland een gegarandeerde basisveiligheid gelden waarbij de kans op de kans op overlijden door een overstroming niet groter is dan één op de 100.000 per jaar. Waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen of grote schade kan optreden door overstromingen, kan een hoger beschermingsniveau wenselijk zijn. Ook waar drinkwatervoorzieningen, ziekenhuizen, gasinstallaties of andere zogenoemde ‘vitale functies’ aanwezig zijn, zijn extra investeringen mogelijk. 
Opschroeven basisveiligheid
Hoe die verhoogde veiligheidsniveaus vorm gaan krijgen en wat veiligheid dan mag gaan kosten, is vooralsnog niet duidelijk. Gezien het feit dat de Randstad economisch een vitaal onderdeel vormt van onze economie is de kans groot dat de basisveiligheid wordt opgeschroefd. In het onderzoek wordt geanticipeerd op de nieuwe normering. “In eerste instantie wordt gekeken naar welke gezamenlijke oplossingen wenselijk zijn”, zegt Wegerif. Het onderzoeksproject gaat vier jaar duren en kost vier miljoen euro. Projectleider Rik Sonneveldt van hoogheemraadschap van  Rijnland gaat aan de slag met een vijfkoppig, ambtelijk projectteam.