Verslag Emissie Symposium Water 2 april 2015

Het symposium geeft een overzicht van de laatste ontwikkelingen en recente projecten met betrekking tot emissies naar het oppervlaktewater. Het overall thema van de dag was de relatie van de EmisseRegistratie met de regio, een thema wat zowel in een aantal van de plenaire lezingen in de ochtend als in de workshops in de middag terugkwam. De dag stond onder de bezielende en humorvolle leiding van Gert-Jan de Maagd. De presentaties van de dag zijn terug te vinden op de website van de EmissieRegistratie (www.emissieregistratie.nl). 
In de eerste presentatie gaf Erwin Roex, projectleider van de EmissieRegistratie water, aan de hand van een breed palet van onderwerpen een overzicht van de laatste ontwikkelingen binnen de EmissieRegistratie. Een van deze ontwikkelingen is een update van de emissies van nutriënten en zware metalen uit landelijk gebied, berekend door middel van het model STONE. De nieuwe berekeningen laten onder ander zien dat externe factoren, zoals neerslag, van grote invloed zijn op de uiteindelijke berekeningen. Ook zijn de emissies via atmosferische depositie van PAK’s ge-update naar aanleiding van een uitgevoerde meetcampagne. De nieuwe trend is voor deze bron daardoor een stuk lager dan de vorige. 2014 was het jaar van de lancering van de web-applicatie van WATSON, een database met gegevens van emissies van microverontreinigingen, die dit jaar ook ge-update zal worden. Daarnaast is in 2014 de betrouwbaarheid van alle factsheets van de ER opnieuw ingeschat en kwantitatief gemaakt. Erwin eindigde met een aantal ambities betreffende de strategie van de EmissieRegistratie voor komend jaar: Hoe verankeren we de rol van de regio beter in het proces van de ER, en hoe stroomlijnen we de totstandkoming van de verbeterpunten van de ER?
Joost van de Roovaart van Deltares gaf via zijn buitenlandse bril een overzicht van de internationale activiteiten die Nederland in het algemeen, en Deltares in het bijzonder, de afgelopen jaren heeft ontplooid en nog steeds ontplooit op het gebied van de berekeningen en registratie van emissies. Uit zijn presentatie bleek dat Nederland voorop loopt op dit gebied, en dat de Nederlandse EmissieRegistratie in een aantal gevallen als blauwdruk heeft gediend. Verder deed Joost een oproep om vooral positief kritisch naar de EmissieRegistratie te blijven kijken. Het is evident dat er nog een heleboel aan de ER te verbeteren valt, maar dat aan de kant blijven staan roepen niet bijdraagt aan de verbetering van de ER. Heb je goede ideeën of suggesties voor verbetering van de ER, laat het het projectteam weten (mail de EmissieRegistratie). 
Na de pauze, waarbij er weer druk genetwerkt en bijgepraat werd, was er ruimte voor een “luchtiger” onderwerp. Erik Emke van KWR gaf een overzicht van de drugsmetingen die zij doen op voornamelijk influentmonsters van rwzi’s, en de toepassingsmogelijkheden die dit biedt. Zo zouden de analyseresultaten samen met bijv. gegevens over verzorgingsgebieden van rwzi’s gebruikt kunnen worden als aanvulling op de enquêtes die het drugsgebruik onder de bevolking in kaart brengen. Met behulp van de verhouding van enantiomeren van sommige drugs in het effluent kan zelfs een onderscheid gemaakt worden tussen consumptief gebruik en illegale lozingen van bijv. xtc-labs. Overigens is Europa al verder in de acceptatie van dit soort analyses dan Nederland. Naast de drugs schetste Erik ook nog de mogelijkheden voor andere toepassingen van metingen aan influent voor het in kaart brengen van bevolkingsparameters, ook wel “sewage epidemiology” genoemd. In de daaropvolgende discussie werden ook de eventuele mogelijkheden van het opnemen van deze groep van stoffen in de EmissieRegistratie besproken.
De laatste spreker van het ochtendprogramma was Wilbert van Zeventer van de afdeling DGRW van het ministerie van IenM. Hij nam ons in vogelvlucht mee door de recente ontwikkelingen op het gebied van waterkwaliteit in Nederland. Na wat magere jaren, begint de aandacht voor waterkwaliteit weer langzaam toe te nemen. Wilbert noemde onder andere een aantal kamermoties die op dit gebied zijn aangenomen, de toenemende aandacht voor nieuwe stofgroepen als geneesmiddelen en microplastics en de recente Water Governance conferentie in Brussel. Op deze conferentie is de stand van zaken gepresenteerd over de voortgang van het KRW-proces. Hieruit bleek dat in Nederland wel een verbetering is te zien in de waterkwaliteit, maar dat deze achter blijft bij de prognoses. Wilbert verwacht dan ook dat bij de volgende generatie SGBP’s nog nadrukkelijker de pressures op het ecosysteem in beeld zullen moeten worden gebracht. Hij breekt hierbij een lans voor de EmissieRegistratie als concreet instrument om op het gebied van stoffen deze pressures op (deel-) stroomgebiedsniveau in beeld te brengen.
Na een overheerlijke lunch, waarbij de aanwezigen weer goed met elkaar bij konden praten, was het tijd voor het middagdeel met de workshops.  
Workshops
Petje af voor de regio
In twee afzonderlijke workshops met respectievelijk 22 en 11 deelnemers werd aan de hand van een 9-tal stellingen gediscussieerd over het gebruik en de mogelijkheden van de EmissieRegistratie (ER), met een speciale focus op de regionale waterbeheerder. Uit de uitslagen van de stellingen bleek dat het merendeel van deelnemers wel eens gebruik maakt van de ER, en dat over het algemeen ook wel voldoende duidelijk is wat er mee kan. De deelnemers gebruiken de ER vooral voor een (kwalitatieve) bronnenanalyse van hun gebied, men vindt de ER te grof om een kwantitatieve schatting voor een gebied te maken. Ook werd aangegeven dat er wat koudwatervrees is ten opzichte van het gebruik van de ER. Wat men mist is een duidelijk handleiding voor de ER. Deze is er wel, maar zit redelijk verstopt op de website, en heeft wellicht een update nodig. Er werd ook nog gediscussieerd over het interactiever maken van de site. 
Op de vraag waarom de ER nauwelijks is gebruikt voor de 2e generatie SGBP’s, was het antwoord dat daar bij de eerste generatie wel veel aandacht aan is besteed, en dat er sindsdien niet veel veranderd is. Het is wel zaak om daar bij de volgende ronde SGBP’s op tijd aandacht aan te besteden. 
Onder het kopje focus werd aan de hand van een aantal stellingen gediscussieerd over de vraag of de ER wel aandacht besteed aan de juiste zaken en up-to-date is. De meeste deelnemers gaan er van uit dat dit het geval is, of vinden het moeilijk in te schatten of dit geval is. Wanneer ben je up-to date genoeg? Het toevoegen van nieuwe bronnen en stoffen is in ieder geval niet geformaliseerd binnen de ER, het is aan de ER zelf om dit te doen, als men zelf vindt dat er voldoende gegevens zijn. Er werd wel geconcludeerd dat er meer gecommuniceerd moet worden over verbeterpunten, ook wanneer deze niet doorgevoerd worden, en wat de overwegingen daarbij zijn. Tevens kwam in beide workshops de groep van gewasbeschermingsmiddelen naar voren als groep waar meer aandacht aan moet worden besteed. Dit wordt ook de ER zelf onderkend, en staat als verbeterpunt voor 2015 op de agenda. 
In het laatste blokje, met als thema de regio, was iedereen het er over eens dat de regio de ER beter kan maken. Concreet zou dit kunnen door waterkwaliteitsgegevens van waterschappen m.b.v debieten en bronanalyse terug te leiden naar specifieke bronnen. Anderzijds kan de ER op eenzelfde manier m.b.v. vrachten en modellen weer “doorrekenen” naar waterconcentraties. Dit is voor puntbronnen trouwens een stuk eenvoudiger dan voor diffuse bronnen.
Het waren twee levendige workshops waarin veel gediscussieerd werd. Een aantal van bovenstaande punten zullen dan ook zeker opgepakt worden door het ER-projectteam.
Nieuwe impuls voor waterkwaliteitsmodellering in Nederland!
In deze workshop zijn de deelnemers bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van het Nationaal Water Model en het modelleren van nutriënten. Daarnaast is er levendig gediscussieerd over o.a. de benodigde kwaliteit en nauwkeurigheid van de modellen. 
Jeroen Ligtenberg (Rijkswaterstaat WVL) liet in een presentatie zien hoe het NHI waterkwaliteit past in de ontwikkelingen bij het Ministerie van I&M. Daarnaast schetste hij het gezamenlijke proces om een landelijke en regionale koers te bepalen voor het ontwikkelen van een instrumentarium dat de nieuwe impuls moet geven voor het modelleren van waterkwaliteit in Nederland. Landelijk en regionaal liggen er vergelijkbare vraagstukken en opgaven. Samen met de Adviesgroep Watersysteemanalyse van de STOWA wordt verkend wat de vraag is.
DGRW en Rijkswaterstaat willen het bestaande instrumentarium (het Nationaal Water Model) verder ontwikkelen en uitbreiden met een waterkwaliteitsmodule. Er is gekozen voor een gefaseerde aanpak. In een eerste fase wordt de organisatie ingericht, onder andere worden diverse partijen betrokken bij het uitwerken van de eisen waarin het instrumentarium moet voldoen in een tweede fase. In de eerste fase wordt door Deltares en Alterra ook gestart met het neerzetten van een geraamte voor het toekomstig instrumentarium. 
Frank van der Bolt (Alterra) gaf een toelichting op de beoogde uitwerking. Er wordt gewerkt aan een landsdekkend instrumentarium voor transport van nutriënten, op basis van Animo en MT3D. Andere modellen, zoals oppervlaktewaterkwaliteitsmodellen en de KRW-verkenner, zullen gebruik maken van resultaten van het nieuwe instrumentarium. In de eerste fase wordt gewerkt aan het klaarzetten van de basisdata en tools. In de vervolgfase kunnen datalagen worden verbeteren en kan het instrumentarium worden geoptimaliseerd. Van de basis kunnen in de toekomst desgewenst snellere toepassingen worden afgeleid, of deelmodellen gebruikt, die geschikt zijn voor toepassingen op regionale schaal.
Na de presentaties werden in groepjes levendige discussies gevoerd. De resultaten van de discussie worden gebruikt bij verdere uitwerking van de eisen aan het instrumentarium. Eerst is geïnventariseerd waarvoor de aanwezigen een dergelijk instrumentarium zouden willen inzetten. Voorbeelden zijn het berekenen van effecten van inrichtingsmaatregelen, vergroting van inzicht in het watersysteem en communicatie over de resultaten met stakeholders en bestuurders. Vervolgens is ingegaan op de eisen die dit stelt aan het instrumentarium. Deze eisen gingen bijvoorbeeld in op de gewenste flexibiliteit van het instrumentarium, waarbij het mogelijk is uit- en afspoeling van N en P op verschillend schaalniveau te berekenen (Rijk, Regio en Lokaal), nauwkeurigheid, maar ook herkenbaarheid van in- en uitvoer. Tot slot is de mogelijkheid geboden om de begeleidingscommissie en ontwikkelaars een boodschap mee te geven. Naast inhoudelijke aspecten, zoals aansluiten bij data vanuit bijvoorbeeld ER en Mambo en goede ontsluiting van de resultaten, werd ook vaak gewezen op voldoende draagvlak. Dit kan worden gerealiseerd door het uitvoeren van regionale pilots met regionale waterbeheerders, maar ook door inzetbaarheid van het instrumentarium door marktpartijen mogelijk te maken. Tot slot werd verzocht de aanwezigen op de hoogte te blijven houden van de ontwikkelingen, door nieuwsbrieven en aanvullende bijeenkomsten.
Een stortvloed aan gegevens
In het eerste deel van de workshop ‘een stortvloed aan gegevens’ hebben de deelnemers onder begeleiding van Kees Baas en Arthur Denneman van het CBS een kijkje genomen in de CBS database Statline, de website van het European Environmental Agency en de website van het Compendium voor de Leefomgeving. Op deze websites staan veel cijfers die uit de Emissieregistratie afkomstig zijn. De deelnemers hebben enkele opdrachten uitgevoerd om diverse gegevens van de rioolwaterzuiveringsinstallaties uit Statline te halen en hoe die te presenteren in een tabel, een kaart of een grafiek. Ook werden via een oefening enkele mogelijkheden van de EEA-e-PRTR website gedemonstreerd. Op deze website zijn individuele gegevens van alle e-PRTR plichtige bedrijven in Europa te raadplegen en zijn ook aggregaties per stof, bedrijfstype en stroomgebied te maken. Helaas was er te weinig tijd voor een oefening over de  EEA website met gerapporteerde gegevens van de EU Richtlijn Stedelijk afvalwater. De laatste 10 minuten van de workshop is aandacht besteed aan de inhoud van het Compendium voor de Leefomgeving, een website van CBS, PBL en Wageningen UR. Veel gegevens van de Emissieregistratie worden hier in een grafiek gepresenteerd, met een beschrijving van trends in de emissies (“plaatje-praatje”).
Al met al waren diverse deelnemers verrast over het feit dat zoveel detailgegevens via een paar muisklikken, gratis en zonder wachtwoord toegankelijk zijn. 
Het tweede deel van de workshop bestond uit een workshop EmissieRegistratie. Nanette van Duijnhoven gaf een introductie over de vele mogelijkheden van de EmissieRegistratie-website met aansluitend een stoomcursus hoe haal je data uit de webapplicatie. Daarna konden de deelnemers zelf aan de slag. Stoffen, jaren, nationale totalen, doelgroepen en emissieoorzaken werden geselecteerd om ze vervolgens zichtbaar te kunnen maken in kaarten en grafieken. Ook de export mogelijkheden werden verkend. Een uur was te kort, maar bood de deelnemers wel de gelegenheid om kennis te maken met de webapplicatie. De algemene indruk van de meeste deelnemers was dat er erg veel informatie beschikbaar is en dat er vele opties zijn om de gegevens inzichtelijk te maken op een gebruikersvriendelijke manier. De oefeningen zijn terug te vinden in het overzicht van de symposium workshops.

Naar de Bedrijvenregistervermelding van Deltares
(persbericht april 2015)