‘Verdiep je bij een waterproject in het buitenland in de context’

Joanne Vinke-de Kruijf heeft van 2008 tot 2012 promotieonderzoek aan de Universiteit Twente gedaan naar door Nederland gesubsidieerde waterprojecten in het buitenland. En dan vooral naar projecten in Roemenië. Volgens haar wordt er maar weinig diepgaand onderzoek gedaan of dergelijke projecten zoveel impact hebben als beloofd wordt. ‘Heel apart. Projecten worden wel geëvalueerd, maar niet heel diepgaand en vaak door de mensen die ook een rol in die projecten hadden. Als een slager die zijn eigen vlees keurt.’
Tips en ervaringen
Tijdens haar promotieonderzoek had Vinke-de Kruijf ieder half jaar een overleg met een gebruikerscommissie. ‘Daarin zaten mensen die in potentie iets met mijn onderzoeksresultaten zouden kunnen. Ook hebben we een keer een minisymposium georganiseerd voor een wat bredere kring praktijkmensen uit de watersector. Ik kreeg van beide groepen het advies om aan het eind van het onderzoek aanbevelingen voor de praktijk te doen. Dat paste niet in het promotieonderzoek, want het ging dan om tips, ideeën en eigen ervaringen die voor het proefschrift niet wetenschappelijk genoeg waren. Dus heb ik samen met een aantal gebruikers een aangepast boekje gemaakt. Daarin is eigenlijk mijn onderzoek samengevat, maar zijn we ook een stapje verder gegaan. We laten aan uitvoerders, adviseurs en financiers van projecten zien waar je aan moet denken in verschillende projectfasen. Ook worden onderzoeksresultaten en praktijkadviezen afgewisseld met anekdotes en specifieke voorbeelden.’
Context begrijpen
Een belangrijke les die zij uit het onderzoek heeft getrokken, is dat je de context van een project heel goed moet kennen en begrijpen. ‘En dan vooral de governance setting: Wie trekt er aan de touwtjes? Wie zijn belangrijk voor het project en zijn ook voor het vervolg belangrijk? Vaak denken mensen dat een vervolg vanzelf komt na een succesvol project, maar dat valt nogal eens tegen. En ze denken dat lokale partners ook wel weten hoe een vervolg in gang kan worden gezet, maar dat blijkt ook vaak niet geval. Wel als het gaat om een standaardproject, maar niet als iets nieuws is.’ Voor een succesvol project bleek in Roemenië de nationale overheid heel belangrijk, maar in andere landen is dat mogelijk weer anders. 

Map with the location of the studied projects
(Background map from United Nations, 2008)


Inhoud is niet alles
Vooral in de verkennende fase is het heel belangrijk om de context goed te kennen. Maar voor een goede implementatie is erg van belang dat je je ook goed verdiept in de cultuur en gewoonten van een land. ‘Om een goede sfeer te creëren. Als Nederlanders vinden we het vaak geen probleem om op basis van inhoud samen te werken. In veel landen is het hebben van een goede relatie minstens zo belangrijk om goed te kunnen samenwerken. Veel belangrijker dan in Nederland’, aldus Joanne Vinke-de Kruijf. ‘In andere landen is het vaak belangrijker dat er eerst vertrouwen is; dat je van elkaar privédingen weet, of je kinderen hebt bijvoorbeeld en hoe het daarmee is.’
Cultuurverschillen
Cultuurverschillen met Nederland verwacht je in landen ver weg. Bijvoorbeeld in een land als Vietnam waar Vinke-de Kruijf werkte. ‘Daar is de oudste in een gezelschap het belangrijkst, terwijl je bij ons aan je leeftijd niet echt status ontleent. En ook is het in Vietnam van belang wie je allemaal als relaties hebt.’ Maar dichterbij huis, in Europa, tref je net zo goed cultuurverschillen aan. Zo heeft de onderzoeker veel van haar ervaring opgedaan in Roemenië. En in de andere zuidelijke landen is het ook anders dan hier. ‘Daar is meer ‘vriendjespolitiek’, iets wat wij al snel corruptie zouden noemen. En in Duitsland, waar ik sinds kort werk, gaat het er veel hiërarchischer en formeler aan toe dan in Nederland.’
Als je niet met de juiste mensen samenwerkt, niet weet wie je waarvoor moet hebben of je werkt niet op de goede manier samen, dan veroorzaakt dat ruis. Daardoor kun je een project niet of niet optimaal doen. ‘Dat is heel teleurstellend en gebeurt echt wel vaak’, is haar ervaring. Je krijgt problemen in het proces of een vervolgproject slaagt niet. ‘Vaak worden projecten eerst als pilot gedaan en wil je daar graag een vervolg aan kunnen geven. Of wil je de oplossing die je lokaal of regionaal succesvol hebt toegepast, ook graag ook elders toepassen. En dat lukt dan niet.’
Nederlandse ambassades
Hoe moet het dan wel? ‘Maak bijvoorbeeld gebruik van mensen die vaker met Nederlanders hebben samengewerkt of Nederlanders die al langer in het betreffende land wonen. En maak gebruik van NWP en Partners voor Water, zij kunnen je adviseren en in contact brengen met andere projecten. Ook Nederlandse ambassades hebben vaak waardevolle kennis en netwerken. Zij zijn ervoor om mensen die relatief nieuw zijn in contact te brengen met de juiste mensen. En zie dat als een belangrijk onderdeel van het project.’
Een aanbeveling om de kans op vervolgprojecten te vergroten, is geld reserveren voor de eindfase van een project. ‘Dat geld is aan het eind vaak op. Terwijl je daarmee acties, overleggen bijvoorbeeld, kunt organiseren waarmee je resultaten kunt laten zien aan bijvoorbeeld hogere overheden. Lokaal en regionaal kan een project wel een succes zijn, maar je wilt het uiteindelijk verder brengen.’
Afgelopen jaar heeft zij haar eigen aanbevelingen kunnen toepassen bij een project in Vietnam voor Waterschap Regge en Dinkel. De bedoeling was om trainingen te gaan geven bij een organisatie die in Ho Chi Minh bezig is met watermanagement. ‘Samen met de Universiteit Twente hebben we eerst alles rondom die organisatie in kaart gebracht. En we hebben veel energie gestoken in de voorbereiding, ook richting de mensen daar. Dat bleek te werken.’
Het boekje (in pdf) vind je op internet 
Welke ervaringen heb jij? Joanne Vinke-de Kruijf krijgt graag feedback. Haar mailadres is joanne.vinkedekruijf@uni-osnabrueck.de