Veiligheidsregio’s: herstel gevolgen overstroming meenemen in vierde laag

“Op het moment dat het (bijna) fout gaat komt de crisisbeheersing, de derde laag, in gang. Daarbij is alle aandacht gedurende een bepaald tijdsbestek gericht op het in veiligheid brengen van de bevolking. Maar pas daarna komt de grote uitdaging, namelijk hoe we weer tot een niveau van samenleving komen zoals die voor de overstroming bestond. Daar denken we eigenlijk te weinig over na. De coördinerende rol van de veiligheidsregio zou juist daar een belangrijke factor kunnen zijn”, aldus Matthijsse. 
Experts van het Deltaprogramma houden op dit moment per regio informatie- en consultatierondes met bestuurlijke partijen over de deelprogramma’s, waaronder het deelprogramma Veiligheid. Daarbij bespreken de specialisten ook met de verschillende veiligheidsregio’s in Nederland een nadere uitwerking van de meerlaagsveiligheidsgedachte waarvan de resultaten eind dit jaar in de nieuwe Deltabeslissingen bekend worden gemaakt.

Koppeling waterwereld
Matthijsse is tevreden over de wijze waarop de experts van het Deltaprogramma de veiligheidsregio van de Zuidwestelijke Delta bij de planvorming betrekt. “Het is in ieder geval goed dat we de koppeling van de waterwereld met onze wereld in de vingers krijgen. Op gebied van veiligheid werken wij op een aantal fronten. Naast rampen- evacuatieplannen voor de twee kerncentrales in onze regio en het intensieve scheepvaartverkeer op de Westerschelde waar het vervoer van gevaarlijke stoffen een belangrijk onderdeel van uitmaakt, gaat daar nu ook de crisisbeheersing bij watersnood een veel belangrijker onderdeel vormen. De overheid bekijkt nu samen met ons welke rol wij kunnen spelen op basis van de meerlaagsveiligheidsplannen van het nieuwe waterbeleid.”
Rampenbestrijding
Volgens Matthijsse zal de wijze waarop de overheid in de derde laag rampenbestrijding bij watersnood uitvoert niet veel afwijken van die bij nucleaire problemen of een scheepvaartramp op de Westerschelde. “Je hebt alleen andere spelers en een ander netwerk om hulp te verlenen. Alle (evacuatie)processen zijn echter generiek. En dat is maar goed ook, want als wij voor alles wat kan gebeuren iets anders moesten doen, waren wij nooit voorbereid. De hele rampenbestrijding is zo generalistisch mogelijk zodat je ook de ervaring maximeert.”
De beleidsadviseur wijst op de twee typen overstromingsscenario’s waar de Zuidwestelijke Delta mee te maken kan krijgen: overstroming vanuit de rivieren en vanuit zee, elk met verschillende kenmerken die ook die ook binnen de meerlaagsveiligheid van belang zijn. “De eerste laag, preventie, is natuurlijk van het grootste belang, zeker vanuit zee alleen al omdat het zoute water alles kapot maakt. Maar het idee wat Dick Fundter van HZ University of Applied Science in Waterforum van vorige week ter sprake bracht, grotere aandacht voor zelfredzaamheid, is minstens zo belangrijk. Er moet meer aandacht komen voor de bewustwording van het gevaar van water. Mensen die 1953 hebben overleefd en hun familie hoef je niets te vertellen, maar vooral de import Zeeuw is zich nauwelijks bewust van het feit dat zijn huis onder zeeniveau staat, laat staan dat hij weet hoe hij moet handelen bij een ramp. Daar helpen de projecten van HZ, waar ook wij aan meedoen, enorm.”
Totaalaanpak
Matthijsse schaart zich geheel achter de totaalaanpak die Fundter schetst. “Daarbij is het noodzakelijk alle spelers uit de tweede en derde laag zo goed mogelijk te koppelen. Dat wil ook zeggen dat in de tweede laag maatregelen in de (vitale) infrastructuur genomen moeten worden. Niet alleen om de gevolgen van een eventuele overstroming zo veel mogelijk te beperken en het aantal slachtoffers te minimaliseren, maar vooral ook om, zodra de overstroming heeft plaats gevonden, zo snel mogelijk weer aan het herstel van de oorspronkelijke situatie te kunnen gaan werken. Dit laatste is wat onderbelicht in het geheel. De derde laag houdt een beetje op als het water weg is. Maar juist dan is er coördinatie nodig om de samenleving terug te brengen. De derde laag wordt nog teveel gezien in de trant van: de brandweer rukt uit, blust de brand en het incident is over. Maar wij weten uit ervaring dat het incident dan nog niet over is. Er komt nog een heel verhaal achteraan, zeker bij een watersnood. Het is veel onduidelijker hoe lang dat gaat duren en in sommige situaties kan dat heel lang duren. Zie de Filippijnen Als op een gegeven moment een bepaalde woonomgeving weg is, dan zal er toch coördinatie moeten plaatsvinden. Waar en wanneer mensen weer terug kunnen, hoe dat gaat en wie dat doet. Dat zijn ook rollen die een veiligheidsregio kan faciliteren.”
Zelfredzaamheid
Ten slotte benadrukt Matthijsse nog een punt. “Dat betreft de groep van verminderd-zelfredzamen. We zien ook in Zeeland een toenemende vergrijzing en dus een toenemende afhankelijkheid van ouderen. Jonge aanwas blijft uit, steeds meer jongeren vertrekken en anderen die hulp zouden kunnen geven, zijn maar beperkt aanwezig. Vooral in Zeeland zou dat een grotere prioriteit moeten krijgen binnen het idee van zelfredzaamheid. Hoe kunnen wij die mensen faciliteren als overheid zodat zij als het fout gaat, zichzelf kunnen helpen.”