Veiligheidsregio Zeeland moet waterdreiging integraal benaderen

Dat vindt Dick Fundter, lector Veiligheid aan de Hogeschool Zeeland. Fundter is zelf regelmatig betrokken bij de gesprekken van de Zeeuwse Veiligheidsregio over de taak die de rampenbestrijders op zich zouden moeten nemen in de ‘meerlaagsveiligheidsgedachte’ (MLV). In het nieuwe waterveiligheidsbeleid van de regering is –naast de 1e laag (preventie/dijken) en 2e laag (ruimtelijke inrichting) – de 3e laag het moment waarop veiligheidsregio’s moeten optreden. Bij een (dreigende) overstroming zijn zij verantwoordelijk voor (preventieve) evacuatie van en hulpverlening aan de bevolking. Over die 3e laag, de aansturing van de veiligheidsregio’s en de doorwerking ervan in de nieuwe waterveiligheidsnormen, bestaat nog veel onduidelijkheid.
Nieuwe normen en preventief evacueren
Dat bleek nog eens duidelijk tijdens het Kamerdebat over de waterveiligheid op 18 november vorig jaar. Volgens CDA-woordvoerder Geurts zien veiligheidsregio’s problemen in de haalbaarheid van preventieve evacuatie. Voor Geurts en ook andere Kamerleden is het daarom de vraag hoe minister Melanie Schultz de doorwerking van evacuatie in de waterveiligheidsnormen denkt te kunnen borgen. De minister zei toen dat haar ministerie (I&M) samen met de veiligheidsregio’s studeert op het organiseren van de handelingsbekwaamheid van de veiligheidsregio’s en hoe dit vormgegeven moet worden. Na de Deltabeslissing eind dit jaar denkt zij daarover meer duidelijkheid te kunnen geven.
Financiering onvoldoende
Zeeland is buitengewoon goed voorbereid op grote rampen, stelt Dick Fundtner. Potentiële dreigingen voor Zeeland zijn, naast overstroming, de twee kerncentrales (Doel en Borssele), de drukke scheepvaart op de Westerschelde en een omvangrijke chemische industrie. “Maar aan de andere kant blijft de veiligheidsregio een kleine kwetsbare organisatie waarvan de financiering is afgestemd op het aantal inwoners (350.000) en niet op de potentiële dreigingen. Bovendien is de infrastructuur van Zeeland, zeker bij overstromingen, onvoldoende om evacuatie naar behoren te laten verlopen; in feite is er maar één weg, de N57, waarlangs evacuatie kan plaatsvinden.” Daarnaast wijst Fundter op het grote aantal toeristen dat Zeeland aandoet en zeker in de zomermaanden bijna een verviervoudiging van het aantal inwoners te zien geeft. “ Dan is één evacuatieroute, vluchtroute, absoluut onvoldoende en deze zal in geval van een ramp binnen de kortste keren dichtslibben met alle gevolgen van dien.”
Beperkte zelfredzaamheid
Wat dat betreft wordt in alle plannen van de veiligheidsregio, volgens de lector van Hogeschool Zeeland, weinig rekening gehouden met de zelfredzaamheid van burgers, want daar zal het in de praktijk, zeker bij een watersnoodramp, voornamelijk op uitdraaien. “Iedereen zou de eerste 72 uur zelfredzaam moeten zijn, maar dit uitgangspunt wordt nog maar weinig door de overheid gefaciliteerd. Er is een weifelende start gemaakt met videofilms en bijvoorbeeld de campagne voor de ‘witte tonnetjes’ die echter door satirische tv programma’s nauwelijks nog indruk maken. Allemaal campagnes vanuit het overheidsdenken en heel weinig gericht op het denken van de burger”, aldus Fundter.
“Doodzonde dat we alle elementaire dingen rond zelfredzaamheid uit het oog verloren zijn. Werd vroeger bij wijze van spreken door de burger een beginnende bermbrand in de buurt zelf met emmers water geblust, tegenwoordig is er op zo’n moment maar één reflex: de overheid, de brandweer bellen. De burger is veel te lang gepamperd, consument geworden van veiligheid, in de trant van: betaal maar belasting, dan ben je van je zorgplicht af. De overheid heeft zich wat dat betreft de risico’s, veiligheid en problematiek te veel toegeëigend. In Amerika hebben de burgers zelfredzaamheid veel meer in zich zitten.”
Meer veerkracht nodig
De lector aan Hogeschool Zeeland is op dit moment bezig met de afronding van een onderzoek naar de veerkracht in ‘communities’ zoals die in de Zuidwestelijke Delta voorkomen. Vaak kleine gemeenschappen in een rurale omgeving die een bepaalde sociale samenhang hebben. “Zo zijn we in de gemeente Veere bezig met een zestal kleine gemeenschappen om te bezien hoe we samen met hulpdiensten, waterschap en Rijkswaterstaat de veerkracht in de samenleving naar boven kunnen krijgen en hoe we dat beter kunnen afstemmen met de hulpverleningsdiensten. We gaan daar samen met de burger, daadwerkelijk op de plek in die gemeenschap, kijken hoe die samenleving ter plekke reageert op bepaalde zorgcomponenten die aangeboden worden door de overheid. We kijken er naar een normaal dagelijks zorgbeeld en kijken vervolgens hoe dat zich in een crisissituatie als bijvoorbeeld een watersnood zou kunnen ontplooien en proberen daarvoor een soort werkzame modus te vinden”, aldus Fundter.