UVW: “Waterschappen besteden maar klein deel belastinggeld aan buitenlandse reizen”

“Waterschappen geven tonnen uit aan uit aan reisjes”, kopten verschillende regionale kranten deze week. Op een geografische kaart is te zien hoeveel geld er tussen 2009 en 2013 door de verschillende waterschappen is besteed aan buitenlandse reizen. Wegener-journalisten becijferden dat Nederlandse waterschapsbestuurders de afgelopen vijf jaar 268.000 euro uitgaven aan buitenlandse reizen. Verdeeld over 23 waterschappen en gedeeld door vijf jaar komt dat neer op gemiddeld 2300 euro per jaar per waterschap. 

Gerard Doornbos, bestuurslid en portefeuillehouder Internationaal beleid bij de Unie van Waterschappen
De verschillen zijn groot: waar het ene waterschap jaarlijks voor vele duizenden euro’s op reis gaat, weigert het andere om hieraan belastinggeld uit te geven. Bestuurders van de waterschappen Brabantse Delta (regio Breda) en Delfland (regio Den Haag) gaven vorig jaar nog fors meer uit aan reizen dan in 2012. Zo vertrok dijkgraaf Carla Moonen van Brabantse Delta in september voor een week naar China om daar Nederlandse bedrijven in de watersector te promoten. De reis kostte het waterschap ruim 7.600 euro. Dijkgraaf Michiel van Haersma Buma van Delfland reisde een week naar Zuid-Afrika voor ontwikkelingssamenwerking. Kosten: 4.000 euro.
Vraagtekens
Bij het nut van sommige reizen kunnen, volgens de artikelen, vraagtekens worden geplaatst. Zo maakte het voltallige bestuur van het inmiddels opgeheven waterschap Velt en Vecht (regio Hardenberg) vorig jaar voor 9.300 euro een tweedaagse excursie naar Brugge. De partners van de bestuursleden gingen ook mee, op kosten van het waterschap.
Ook reisde dijkgraaf Johan de Bondt van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (regio Amsterdam) in 2010, 2011 en 2012 – op persoonlijke titel – naar congressen van KPMG in Frankrijk. De kosten declareerde hij bij het waterschap. “Deze reizen hadden educatieve doeleinden”, licht een woordvoerder van De Bondt toe in de regionale kranten. 
Kennis delen
Bestuurslid en portefeuillehouder Internationaal beleid bij de Unie van Waterschappen, Gerard Doornbos, wijst erop dat waterschappen wereldwijd kennis delen met landen waar waterbeheer grote uitdagingen kent. Deze manier van werken sluit aan bij het vorig jaar verschenen Rembrandt Water rapport waarin is uitgewerkt hoe een publiek-private organisatie de Nederlandse waterkennis zou kunnen vermarkten. Onder een aantal randvoorwaarden is het formeel toegestaan dat waterschappen internationaal actief zijn. Volgens een woordvoerder van de Unie van Waterschappen moet er rekening worden gehouden met twee zaken: de activiteiten moeten dienstbaar zijn aan de publieke kerntaak en bij de uitvoering moeten de risico’s afdoende afgedekt en de geldende randvoorwaarden in acht zijn genomen. 
Exportpotentie
Doornbos benadrukt dat de waterschappen niet alleen leren door kennis met het buitenland te delen, maar tevens op deze manier de exportpotentie van de Nederlandse watersector steunen. “De recente inzet van waterschappen in overstromingsgebieden in Engeland is hier een goed voorbeeld van. Het is voor economische ontwikkeling een voorwaarde dat het waterbeheer goed geregeld is. Wij kunnen als Nederland waterland met onze expertise andere landen helpen.”
Hij wijst er verder op dat waterschapsbestuurders gekozen politici zijn die zelf inschatten of het zinvol en verantwoord is om op reis te gaan. “Wereldwijd is er veel vraag naar kennis over het Nederlandse waterbeheer. Dan moet je keuzes maken. Zo concentreren we ons nu bijvoorbeeld op projecten in Bangladesh en Zuid-Afrika, waar we het nationale waterbeheer willen verbeteren. Daarin trekken we samen op met andere overheden, zoals het ministerie, om efficiënter te kunnen werken. Ook gaan we in de toekomst meer mee met Nederlandse bedrijven, die onze expertise graag willen gebruiken bij investering in het buitenland. De kosten van die reizen moet natuurlijk wel voor rekening van de bedrijven komen.”