“Uniforme aanpak van lozingsvergunningen afvalwater mestverwerkingsinstallaties noodzakelijk”

In Nederland is sprake van een mestoverschot; er is meer mest dan de agrarische bedrijven verantwoord voor de teelt van de gewassen kunnen gebruiken. Sinds 2014 zijn agrarische bedrijven met een mestoverschot verplicht om een deel hiervan te (laten) verwerken. Dit om de milieudruk op landbouwgrond te verminderen. Ook biedt het ruimte voor innovatieve ontwikkeling van de veesector. 
Verschillende beleidskaders
Vanwege het grote mestoverschot in Zuid- en Oost-Nederland door intensieve veehouderij zijn mestverwerkingsinstallaties noodzakelijk. Bij het verwerken van mest, komt afvalwater vrij. Afgelopen twee jaar zijn ruim veertig vergunningen verleend voor het lozen van dat afvalwater op riolering of oppervlaktewater. De waterbeheerders in Zuid- en Oost-Nederland hanteren verschillende beleidskaders bij de vergunningverlening van lozingen van mvi’s.  
Zorgen
Lambert Verheijen, dijkgraaf waterschap Aa en Maas: “Inmiddels is bekend dat er antibiotica en antibiotica-resistente bacteriën in dit afvalwater kunnen zitten. Als waterbeheerders maken we ons zorgen over de mogelijke effecten op volksgezondheid en milieu van deze én andere stoffen, zoals stikstof, fosfor, metalen en zouten. Wat nodig is, is een landelijk kader om deze lozingen op een juiste wijze te kunnen toetsen en al dan niet toe te staan. Op die manier kunnen de waterschappen en Rijkswaterstaat de kwaliteit van het water beschermen, het veiliger maken voor gebruikers en helderheid bieden aan aanvragers van vergunningen.” 

Betrokken partijen
De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta, De Dommel, Peel en Maasvallei, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe doen daarom gezamenlijk een oproep aan het ministerie om het lozingenbeleid van alle verschillende partijen en beheerders te uniformeren en te borgen in nationaal waterbeleid. Ook de LTO Nederland en Rijkswaterstaat vinden het belangrijk dat er landelijk duidelijkheid komt en wil hieraan meewerken. Daarom roepen de verschillende partners in Zuid- en Oost-Nederland het ministerie op om regie te nemen. De organisaties stellen zelf hun opgedane kennis ter beschikking over toe te passen zuiveringstechnieken en hun bevindingen bij vergunningaanvragen voor mvi’s.