Unie van Waterschappen pleit voor afstemming mestbeleid met Kaderrichtlijn Water

De invloed van stikstof en fosfaat door bemesting op de waterkwaliteit is groot. Dat schreef de Unie van Waterschappen eind april 2015 in een position paper naar aanleiding van het algemeen overleg in de Tweede Kamer over het mestbeleid. De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren verbeterd, maar voldoet volgens de Unie van Waterschappen nog niet aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water voor ecologische kwaliteit die Nederland in 2027 moet halen.
Mestoverschot
Programmaleider Waterbeleid Pierre de Vries van de Unie van Waterschappen wijst erop dat het mestoverschot in Nederland toeneemt. Dat komt onder meer door de opheffing van de melkquota per 1 januari van dit jaar. Daardoor komen er meer koeien in de stal en neemt de hoeveelheid mest die agrariërs moeten verwerken toe. “Dat leidt tot grotere afvalwaterstromen met stikstof en fosfaat die de waterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden”, stelt De Vries. 
Uniform lozingsbeleid
Waterbeheerders in Zuid- en Oost-Nederland riepen het ministerie van Infrastructuur en Milieu  vorige week dan ook op om het lozingenbeleid voor mestverwerkingsinstallaties (mvi’s) te uniformeren en te borgen in nationaal waterbeleid. Ze zien een toename van aanvragen voor vergunningen om afvalwater van mestverwerkingsinstallaties (mvi’s) te lozen op rivieren, beken of riolering. Daarom maken de waterschappen zich zorgen over de toename van nutriënten en risicovolle stoffen zoals antibiotica, antibiotica-resistente bacteriën en hormoonstoffen in de Nederlandse wateren.
Fosfaatrechten
Begin oktober pleitte staatssecretaris Sharon Dijksma van het ministerie van Economische Zaken voor de invoering van fosfaatrechten voor de melkveehouderij. Die zijn volgens haar nodig om het risico van een ingebrekestelling op de uitvoering van de Nitraatrichtlijn te voorkomen. Deze regeling heeft tot doel de waterverontreiniging die wordt veroorzaakt door stikstof en fosfaat uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te vermijden. 
De Vries benadrukt dat de Unie van Waterschappen de suggestie van Dijksma ondersteunt, maar de organisatie plaatst daarbij wel kanttekeningen. “Zo heeft het Planbureau voor de Leefomgeving begin september in een quick scan aangegeven dat het instellen van fosfaatrechten het behalen van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en de KWR niet echt zal versnellen. Daar komt bij dat met de groei van de veestapel mest uit overschotgebieden terecht komt in gebieden waar agrariërs de mestruimte niet volledig benutten. Het gebruik van extra mest in deze gebieden kan tot meer uit-en afspoeling leiden. Dat heeft negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit.”
Rol agrariërs
De Unie van Waterschappen ziet volgens hem meer kansen om de doelen te behalen door een actieve opstelling van de agrarische sector bij het uitvoeren van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. LTO Nederland lanceerde het plan twee jaar geleden om onder meer met de waterschappen knelpunten op watergebied op te lossen, zoals de verontreiniging door meststoffen. “Wij hebben er een groot belang bij dat de agrariërs het Deltaplan ook daadwerkelijk uit gaan voeren. Daarvoor kan de sector een beroep doen op gelden uit het derde plattelandsontwikkelingsprogramma dat in februari van dit jaar door de Europese Commissie is goedgekeurd. Ook de Unie van Waterschappen heeft hier geld voor vrijgemaakt in de vorm van subsidies voor agrariërs.”

Fosfaatrijk kwelwater
Het vakblad V-focus publiceerde onlangs een artikel waarin de auteur stelt dat niet (over)bemeste landbouwgronden, maar fosfaatrijk kwelwater uit een pleistocene marinelaag in de bodem de forse overschrijdingen van de fosfaatgehalten in oppervlaktewateren veroorzaakt. In rapportages van de overheid voor de Brusselse Nitraatrichtlijn valt deze kwel volgens haar buiten beeld en worden de fosfaten ‘gewoon’ toegeschreven aan de landbouw. Ook loost ongeveer de helft van de rioolwaterzuiveringsinstallaties meer fosfaten op het oppervlaktewater dan de overheid veronderstelt. De landbouw wordt daardoor volgens haar al jaren afgerekend op fosfaatemissies waarvoor zij niet verantwoordelijk is.
Onjuiste conclusies
De Vries kent het artikel en geeft aan dat de Unie van Waterschappen, evenals het ministerie van IenM, binnenkort met de auteur in discussie gaan over de in hun ogen onjuiste conclusies. De Vries: “Zo verwijst de auteur onder meer naar het MNSLO-meetnet (Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater red.) om haar conclusies te onderbouwen. Het meetnet richt zich echter alleen maar op de vraag welke trends er waar zijn te nemen in oppervlaktewater die voornamelijk door de landbouw worden belast. Daarnaast stelt de auteur dat er veel andere bronnen zijn die de kwaliteit van het oppervlaktewater in de metingen beïnvloeden. Dat is niet juist.”
Meetpunten
De projectleider wijst erop dat waterbeheerders duizenden meetpunten gebruiken om de waterkwaliteit te monitoren op fosfaat- en stikstofgehaltes. “Daarvan zijn er 173 die zich uitsluitend op de landbouw richten. Ook kwelgebieden zijn zoveel mogelijk uitgesloten. Uit de metingen van de afgelopen tien jaar blijkt dat we juist een lichte daling zien van de stikstof- en fosfaatgehaltes.”
Daar komt bij dat steeds meer waterschappen volgens hem bij  het vaststellen van de normering voor stikstof en fosfaat in oppervlaktewateren rekening houden met de aanwezigheid van fosfaatrijk kwelwater.