Unesco-IHE dreigt bijzondere internationale status te verliezen

De beoogde nationalisering van het instituut is volgens Wim van Vierssen de slechtst denkbare optie. “Nederland zou het instituut juist internationaler sterker op de kaart moeten zetten. Het zou welbegrepen eigenbelang van Nederland zijn om samen met de internationale water gemeenschap het instituut verder uit te bouwen tot wereldleider. Gezien de grote mondiale water ambities met de nieuwe post-2015 doelstellingen van de Verenigde Naties is er grote behoefte aan zo’n internationaal opleidingsinstituut.”  

 
Interne belangenverstrengelingen
Van Vierssen heeft zich destijds als rector van IHE sterk ingezet voor de in 2003 verworven status als categorie 1 instituut waardoor het integraal deelt uitmaakt van Unesco.  De status is uniek, ook binnen Unesco. Van Vierssen zegt  er momenteel te ver vanaf te staan voor een goed onderbouwd oordeel , maar waarschuwt dat Nederland internationaal weer eens niet goed oplet. Dat deze unieke UN status  internationale status verloren dreigt te raken is volgens hem absoluut het gevolg van interne belangenverstrengelingen, en dat stuit hem tegen de borst.
Hij kan op basis van de feiten niet anders concluderen dan dat de IHE-Delft beheersraad er een eigen agenda op na moet houden en ziet in de voorgestelde loskoppeling van Unesco,  een overname door de TU Delft. “De meerderheid van het bestuur van de IHE beheersraad bestaat uit TU Delftenaren en dan lees je dat de TU Delft de leiding moet krijgen in de toekomst van het Unesco-IHE”. 

Moeilijke tijd overleefd
Van Vierssen herinnert zich de geschiedenis van de status.  “In 2002 hebben we tijdens de opmaat naar de huidige status ook zwaar moeten knokken voor de Unesco-status. Aan de status ligt een formele overeenkomst tussen Nederland en Unesco ten grondslag. In die tijd wilde de Nederlandse overheid echter af van de vele  internationaal onderwijs instituten gericht op de ontwikkelingslanden. Die zag men als niet levensvatbaar en moesten bij grote universiteiten worden ondergebracht.” Al die instituten, behalve het Unesco- IHE zijn verdwenen, aldus de oud-rector.
“Unesco-IHE heeft die moeilijke tijd overleefd en het is op eigen kracht uitgebouwd tot een onderscheidend en internationaal erkend topinstituut voor het opleiden van mid-career studenten uit ontwikkelingslanden. Het argument van de beheersraad dat het te klein is om zelfstandig te overleven is het zelfde als destijds. Het argument is inmiddels geloochenstraft door goed ondernemerschap.”
Unieke samenhang
De oude discussie komt volgens Van Vierssen weer terug nu de IHE-beheersraad voorstelt om het instituut op te laten gaan in de TU Delft. “Als onderdeel van deze onderwijskolos zal de unieke samenhang tussen staf, opleiding voor studenten uit ontwikkelingslanden en het wetenschappelijk onderzoek gericht op de toegepaste en vaak heel praktische mondiale waterproblematiek verloren raken”, voorspelt de oud-rector. “Overigens acht ik vooral kleine, wendbare en intern coherent georganiseerde instituten kansrijk met een nichemissie als probleem oplossers in onze huidige complexe wereld. Ik ben in hart en nieren een universiteitsmens, maar het blijft natuurlijk wel gewoon een tamelijk losse verzamelingen briljante denkers. En iedereen weet hoe moeilijk het is samen op te trekken in een taaie, praktische en vooral ook politieke agenda zoals het oplossen van institutionele waterproblemen in de wereld. Universiteiten zijn er voor persoonlijk brille, het Unesco- IHE voor resultaten op de grond”, moet Van Vierssen van het hart.
Onafhankelijke status 
Als het instituut weer terugkomt onder Nederlandse vlag, vreest hij bovenal dat de bijzondere band met de mondiale watervraagstukken verloren raakt. “Het instituut verwordt dan tot een Nederlandse opleidingscentrum met een koude acquisitie van leerlingen die water management willen studeren. Daarin onderscheidt het zich dan als onderdeel van de TU Delft niet van andere universiteiten in de wereld. Het is die onafhankelijke status die Unesco-IHE op dit moment zo bijzonder maakt. Het is helemaal ingericht op het omgaan met studenten uit de derde wereld, het indirect beïnvloeden van strategische beslissingen en het subtiel profileren van Nederlands bedrijfsleven. Verder is het wetenschappelijk onderzoek veel zichtbaarder ingekaderd vanuit de mondiale watervraagstukken. Daar is Nederland ook bij gebaat”, aldus Van Vierssen. “Dat maakt dat de hele wereld hetgeen in Delft gebeurt zo bijzonder vindt. Een terugval tot een verlengstuk van een Nederlandse universiteit maakt het instituut heel opzichtig tot een instrument van Nederland”. Van Vierssen voorspelt dat daardoor een groot deel van de omzet zal wegvallen. “Een typische opdrachtgever van het Unesco-IHE kiest voor een neutrale internationale omgeving en niet voor een investering in een rijk land. Maar misschien gaat de TU Delft dat wel repareren, dat weet ik natuurlijk ook niet.”
Zelfstandig maken
Op de achtergrond speelt de benoeming van een nieuwe rector. De huidige rector Andras Szöllösi-Nagy is in september met pensioen gegaan.  De IHE-beheersraad wil een benoeming van een interim die de ontkoppeling van Unesco kan leiden. Van Vierssen hekelt het voorstel. “Laten we de discussie over de toekomst van Unesco-IHE voeren met de zittende mensen en de voor- en nadelen van de verschillende opties objectief bekijken. Het zou goed zijn als binnen het bestuur van het instituut de petten nu eindelijk eens gescheiden gaan worden, zodat het belang van de TU Delft niet a priori voorop staat”. Maar de oud-rector is er helemaal niet gerust op. “Het grote probleem met Nederland is dat we vaak grote internationale ambities uitspreken, maar ons de moed ontbreekt de daad bij dat woord te voegen. Ik moet begrijpen dat drie departementen achter het voorstel van de IHE-beheersraad staan, OCW, I&M en BuZa. Hoe kan dat in een tijd dat we met een Topsector Water beleid bezig zijn iedere internationale meter te bevechten”, verzucht Van Vierssen. ” Ik roep dan ook op, het Unesco- IHE voorgoed zelfstandig te maken met een in de Wet op het Hogere onderwijs vastgelegde onafhankelijke graadverlening. Stimuleer ondernemerschap.  En scheidt nou eens petten in het bestuur”.