De minister (links) beantwoordt Kamervragen, naast haar commissievoorzitter Remco Dijkstra (VVD) (foto: Tweede Kamer).

“Ik vertrouw er niet op dat gemeenten bij de uitvoering van klimaatadaptatieplannen het volledige potentieel van groene daken gaan benutten”, zei Carla Dik-Faber van de ChristenUnie tijdens het wetgevend overleg van de Tweede Kamer met minister Van Nieuwenhuizen, op 26 november. Een andere heikel punt dat de Kamer aankaartte, waren de steeds duurder uitpakkende dijkversterkingen.

Carla Dik-Faber (CU) vreest dat gemeenten te weinig inzetten op groene daken (foto: Tweede Kamer).

Nederland telt 345 miljoen vierkante meter plat dak. Dat biedt heel veel kansen voor groene, blauwe en/of energiedaken, zo stelde Kamer. De Kamerleden Dik-Faber (CU) en Christine Teunissen (PvdD) vroegen zich af hoe minister Cora van Nieuwenhuizen erop kan toezien dat dat ‘laaghangend fruit’ ook daadwerkelijk wordt geplukt. Immers, groene daken zorgen er niet alleen voor dat regenwater vertraagd wordt afgevoerd en daarmee de piekbelastingen op het rioolstelsel wegnemen. Groene daken dragen ook bij verkoeling en schonere lucht.

Tijdelijk Kamerlid Christine Teunissen (PvdD; rechts) en Corrie van Brenk (50Plus) (foto: Tweede Kamer).

Pleidooi voor heldere criteria in bouwverordening
Beide Kamerleden noemden de grote bouwopgave die voor de deur staat: tot 2040 wordt voorzien in 75.000 nieuwe woningen per jaar. Teunissen, tijdelijk Tweede Kamerlid vanwege het ziekteverlof van Marianne Thieme, vroeg zich af of steden daardoor niet verder verdichten en daarmee de maatregelen teniet worden gedaan om water in de stad op te vangen. Ze stelde voor om heldere criteria op te nemen in de bouwverordeningen.

‘Het Rijk heeft maar een beperkte invloed’
Minister Van Nieuwenhuizen bleef de Kamerleden het antwoord grotendeels schuldig. Enerzijds omdat volgens haar een besluit tot groene daken vooral speelt bij projectontwikkelaars en burgers. Het Rijk heeft daar slechts een beperkte invloed op, stelde de bewindsvrouw. En waar het wél gaat om Rijksbeleid, ligt dit volgens Van Nieuwenhuizen niet op haar bordje maar op dat van haar collega Kajsa Ollongren van BZK, die immers verantwoordelijk is voor de woningmarkt. Van Nieuwenhuizen hoopt dat projectontwikkelaars en burgers een duwtje in de rug krijgen van goede voorbeeldprojecten.

Twee moties ingediend
De Kamerleden dienden twee moties in, waarin ze de regering oproepen criteria op te nemen voor klimaatadaptatiemaatregelen bij de uitvoering van het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie, en om met de VNG te kijken welke mogelijkheden er zijn om groene daken te stimuleren. De stemming over de moties is op dinsdag 4 december.

CDA-Kamerlid Jaco Geurts (links) vroeg de minister of de nieuwe risiconormering de dijken duurder maken (foto: Tweede Kamer).

‘Dijkversterkingen worden alsmaar duurder’
CDA-Kamerlid Jaco Geurts vestigde de aandacht op de naar zijn idee duurder wordende dijkversterkingsprojecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Als voorbeeld noemde hij de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg langs de Waal, die nu twee keer zo duur uitgevoerd gaat worden dan aanvankelijk door het programma was begroot. Geurts vroeg de minister of de nieuwe risiconormering de dijken duurder maken. Als dat zo is, moet dan de normering worden aangepast of moet het budget van het HWBP omhoog, vroeg hij zich hardop af.

Aannemers laten design-constructopdrachten links liggen
Remco Dijkstra (VVD) wees erop dat waterschappen graag aan de slag willen met versterkingsprojecten, maar dat gww-bedrijven niet staan te trappelen om de projecten uit te voeren. En áls ze het al willen, dan worden de projecten een stuk duurder. CDA’er Geurts voegde daar nog aan toen de indruk te hebben gekregen dat aannemers, door het aantrekken van de markt, de risicovolle design-construct opdrachten links laten liggen.

‘Kijken hoe alles nog soberder kan’
Minister Van Nieuwenhuizen beaamde dat door het aantrekken van de markt ‘de voordeelperiode’ achter de rug ligt. Aanvankelijk zijn de kosten van dijkversterkingsprojecten vastgesteld op grond van algemene kengetallen en nu worden de projecten doorgerekend op de echte kosten. “Dat zou kunnen betekenen dat de projecten duurder uitvallen en dan moeten we kijken hoe alles nog soberder kan”, liet de minister weten. Volgens haar zijn alle primaire keringen in 2023 getoetst en pas dan kan de echte balans worden opgemaakt. Van Nieuwenhuizen merkte verder nog op dat momenteel de dijken worden aangepakt die het verst van de norm afstaan. Dat zijn vaak ook de ingrijpendste en daarmee ook de duurdere projecten. De Kamer diende op dit punt geen moties in.