De droogte van afgelopen zomer is volgens Tweede Kamerlid Jaco Geurts van het CDA 'een bijzondere weersituatie'.

De Tweede Kamer moet nog even geduld hebben als gaat om beter voorbereid zijn op een nieuwe periode van langdurige droogte. Aan de Beleidstafel Droogte wordt hier nog volop over gesproken. Toch legde de Tweede Kamer 13 februari al enkele ijzers in het vuur, zoals debietafhankelijke lozingsvergunningen en de deelname van drinkwaterbedrijven aan het crisisberaad.

De Twee Kamer voerde op 13 februari een overleg over de droogte van afgelopen jaar met de ministers Carola Schouten (landbouw) en Cora van Nieuwenhuizen (waterstaat). Beide bewindsvrouwen wilden weinig harde uitspraken doen. Binnen enkele maanden moet er een evaluatierapport verschijnen van de Beleidstafel Droogte waarin staat hoe Nederland zich nog beter kan voorbereiden op langdurige droogte.

Kamerleden Tjeerd de Groot (D66) en Laura Bromet (GroenLinks) gingen vooral in de op problematiek van de veenweiden die bij droog weer – door veenoxidatie – veel CO2 uitstoten. Daarmee leek het Kamerdebat vooral te gaan over het klimaatakkoord, meer dan over de droogte.

Nieuwe normaal?
Is dit het nieuwe normaal? Die vraag kwam meerdere keren aan de orde en leidde tot een opmerkelijke discussie tussen Kamerleden Jaco Geurts, Roy van Aalst (PVV) en Tjeerd de Groot (D66) over de vraag of de droogte een gevolg is van de klimaatverandering. Het KNMI spreekt namelijk van een vaker voorkomende weersituatie met een krachtig hogedrukgebied boven Scandinavië. Van Aalst en Geurts hielden het op een bijzondere weersituatie, terwijl De Groot er duidelijk anders over dacht. “Eén droge zomer maakt nog geen klimaatverandering”, zo beaamde hij, “maar er is zeker iets aan de hand”.

Meer strategische watervoorraden
Meerder Kamerleden vroegen minister Van Nieuwenhuizen of Nederland niet grotere strategische watervoorraden moet aanleggen. De minister hield zich in haar reactie op de vlakte en wilde niet vooruitlopen op de uitkomst van de Beleidstafel Droogte. Wel liet ze de kamer weten dat de schepen die het zoetwater naar Andijk moesten gaan vervoeren, al waren gecharterd. Daarmee gaf ze aan dat de verzilting van het IJsselmeer, en met name het inname punt van PWN bij Andijk, wel heel nijpend is geweest. ‘We waren er heel dichtbij”, aldus Nieuwenhuizen.
Ze lichtte wel een tipje van sluier op over waar de Beleidstafel momenteel over spreekt. Mogelijke verbeteringen die ze noemde waren onder meer een verduidelijking van de verdringingsreeks wat betreft proceswater, een andere crisisstructuur waarbij ook drinkwaterbedrijven aan tafel zitten en een veel indringendere communicatie om het drinkwatergebruik te verminderen.

Flexibeler waterbeheer
Enkele geleerde lessen volgens minister Schouten waren het beter waterbeheer in natuurgebieden en het breder inzetbaar maken van weersverzekeringen. Schouten wees erop dat in sommige gebieden drie maanden eerder landbouwgronden nog blank stonden. Het waterbeheer zal flexibeler moeten worden, zo luidde haar oordeel.
In hoeverre de natuur onherstelbaar schade heeft oplopen, kon ze niet zeggen. Ze riep de Kamer op tot geduld. “Pas ver in het komende groeiseizoen zal blijken in hoeverre de natuur de extreem lange droogteperiode van vorig jaar heeft overleefd”, aldus Schouten.

Lage grondwaterpeilen
De Tweede Kamer wilde van beide bewindsvrouwen weten wat Nederland de komende zomer te wachten staat. Tot een antwoord kwam het niet want, zoals Schouten zei, alles hangt af van een droge of natte zomer. En dat laat zich niet voorspellen. Volgens Van Nieuwenhuizen is er dankzij verbeteringen aan het Nederlands Hydrologisch Instrumentarium (NHI) nu wel een veel beter zicht ontstaan op de actuele grondwaterpeilen in heel Nederland. Daaruit blijkt volgens de minister dat ‘het grondwater in Oost-Nederland nog laag staat’. Dankzij het betere beeld kan nu volgens haar ook beter aan scenario’s worden gewerkt.

Veel lof voor crisisberaad
Alle Kamerleden en beide bewindsvrouwen spraken lovend over het crisisberaad van afgelopen zomer. Volgens Van Nieuwenhuizen was er heel veel overleg geweest en was de lange duur van de droogte niet voorzien. Uiteindelijk moesten er veel maatregelen worden getroffen, maar heeft Nederland de droogte niet als een crisis ervaren, aldus Van Nieuwenhuizen.

Over de ingediende moties wordt volgende week gestemd.