“Stijgende lijn op watergebied zet zich voort in eerste kwartaal”

Door Adriaan van Hooijdonk
De voormalige voorzitter van de Raad van Bestuur van Vitens heeft na een korte tussenstop als interim manager bij Twynstra Gudde op 1 januari van dit jaar de leiding van de business unit Water overgenomen van John Ebbelaar. Zijn voorganger gaf vorig jaar in een interview met WaterForum onder meer aan dat de omzet in 2011 en 2012 op watergebied weliswaar was gegroeid, maar dat de resultaten achterbleven. Zo boekte Tauw in 2011 met haar waterprojecten 13 miljoen euro omzet en vier ton verlies, terwijl in 2012 14 miljoen euro omzet en een kleine ton verlies werd genoteerd. 
Heeft de waterbusiness het verlies kunnen ombuigen? Het gehele bedrijf boekte immers in 2013 een resultaat na belastingen van 0, 8 miljoen euro bij een omzet van 78,3 miljoen euro.
“De business unit Water heeft een omzet van 12 miljoen euro geboekt. De andere watergerelateerde activiteiten, bijvoorbeeld voor de industrie en het stedelijk waterbeheer, waren goed voor drie miljoen euro. Daardoor komen wij in totaal op 15 miljoen euro uit. Er is nog steeds sprake van verlies, maar beduidend minder in vergelijking met 2011 en 2012. Uit de positieve cijfers van het eerste kwartaal blijkt dat de stijgende lijn zich voortzet.”
Kunt u een paar voorbeelden geven van projecten op watergebied in 2013?
“Wij werken in de volle breedte van de watersector, variërend van watersystemen en waterveiligheid tot afvalwaterbehandeling en waterkwaliteit. Het dijkversterkingsproject tussen Bergambacht, Ammerstol en Schoonhoven is een mooi voorbeeld van een typisch Tauw-project. Samen met andere partijen voeren wij het projectmanagement en de directievoering om de Lekdijk te verstevigen en waar nodig op te hogen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.”
Waarom is dit een typisch Tauw-project?
“Onze inzet is vooral gericht op de verschillende belanghebbenden in de omgeving. Samen met andere partijen, zoals Arcadis, kijken wij wat de beste oplossing is om de dijk te versterken. Zo zijn wij nu bezig om in de bebouwde kom van Ammerstol twintig meter lange betonnen diepwanden te storten om de bestaande dijk te stabiliseren, zodat deze niet opgehoogd hoeft te worden. Maar verderop hebben wij juist wel voor ophoging gekozen. De gekozen oplossingen verschillen per strekkende kilometer en vereisen nauw overleg met alle belanghebbenden. Dat hangt ook samen met ecologische onderwerpen. En dat is nu precies onze kracht. Tauw is vooral goed in het verbinden van verschillende vakgebieden om oplossingen op maat te bieden. Regionale, complexe projecten zijn een kolfje naar onze hand.”

Tauw is ook betrokken bij verschillende projecten om energie uit afvalwater te winnen, de zogeheten energiefabrieken. Hoe lopen deze projecten?
“Het loopt vrij moeizaam omdat het om nieuwe technologie gaat. Ook moeten waterschappen meer risico’s nemen en dat is niet altijd even eenvoudig in de praktijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat het op termijn een stuk beter zal gaan. De rioolwaterzuiveringen bieden immers een enorme potentie aan nieuwe groene energiebronnen in ons land.”

De bestuursvoorzitter van Tauw, Annemieke Nijhof, signaleerde onlangs in Cobouw een geweldige prijsdruk op de ingenieursmarkt. Sommige bureaus werken regelmatig onder de kostprijs om hun mensen maar aan het werk te kunnen houden. Tauw doet daar volgens haar niet aan mee, maar wat merkt de watergerelateerde business hiervan?
“Vooral bij de overheid staan de marges onder druk. En dat gaat de komende jaren zeker niet veranderen. Zo merken wij nu al dat wij door de crisis heen naar andere verdienmodellen aan het groeien zijn. Waterschappen besteden steeds vaker werk uit aan aannemers die vervolgens weer consultants inschakelen. Daardoor staan de marges onder druk en moeten wij naar een andere manier van werken. Participatie en ondernemerschap staan daarbij voorop. De klassieke onafhankelijke adviseur die per uur door het waterschap wordt betaald, is op zijn retour.”
Lopen de waterschappen zo niet het gevaar dat de kennis in eigen huis langzaam maar zeker verdwijnt? 
“Uiteraard hoeven zij niet alles zelf te doen, maar ze moeten wel de kennis in huis hebben om te beoordelen of een consultant onzin verkoopt. Momenteel is er in mijn ogen nog genoeg kennis aanwezig, maar de waterschappen moeten er wel voor waken dat het niet door gaat schieten.”
Waar moet de groei op watergebied in 2014 en daarna voor Tauw vandaan komen?
“Door de teruglopende budgetten voor afvalwaterbehandeling en kunstwerken bij de waterschappen is daar de komende jaren sprake van minder omzet. Daarom hebben wij in onze strategie op watergebied drie speerpunten benoemd. Zo richten wij ons steeds vaker op de industrie omdat de urgentie in het bedrijfsleven om zuiniger met water om te gaan de afgelopen tijd is toegenomen. Bedrijven realiseren zich steeds meer hoe belangrijk water als grondstof en voor hun processen is. Ook de Belasting op Leidingwater is voor veel bedrijven een stimulans om hun waterverbruik te reduceren.”
Krijgt Tauw momenteel door de BOL meer aanvragen uit de industrie?
“Wij krijgen inderdaad steeds meer aanvragen, vooral uit de voedsel- en drankenindustrie. Water is eigenlijk altijd te goedkoop geweest. Daardoor was het lastig om de business case van waterbesparende projecten rond te krijgen, maar als je het wat duurder maakt, wordt water op de juiste waarde geschat. Alleen zo kun je de noodzakelijke innovaties ontwikkelen.”
En wat zijn de andere twee speerpunten?
“Vooral op het gebied van waterveiligheid zien wij volop kansen. Er is genoeg geld aanwezig voor de uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor de grote primaire waterkeringen zijn wij te klein, maar voor dijkversterkingsprojecten, regionale waterkeringen en kunstwerken zien wij groeimogelijkheden. Wij  proberen ook via aannemers nieuwe opdrachten binnen te halen. Het derde speerpunt gaat over het zogenaamde Watersysteem van de Toekomst: een innovatieve aanpak van het watersysteem, rekening houdend met de effecten van klimaatverandering, de beperktere financiële middelen en de veranderingen in de samenleving”.