Spuien van verzilt IJsselmeerwater blijft voorlopig nodig

Door de aanhoudende droogte van de afgelopen maanden is het IJsselmeerwater nog veel te zout. Het zout hoopt zich op achter de sluizen bij de Afsluitdijk. Daarom blijft Rijkswaterstaat de komende tijd bij de sluizen bij Kornwederzand en Den Oever water wegpompen om verdere verzilting tegen te gaan.

In het IJsselmeer worden verhoogde gehaltes zout gemeten. Dat zoute water bereikt het meer bijvoorbeeld door de sluizen in de Afsluitdijk. Om het verzilte water daar weg te krijgen, is er bij de sluizen bij Kornwerderzand en Den Oever water gespuid en zout water weggepompt. Dat blijft de komende tijd gebeuren, schrijft minister Van Nieuwenhuizen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer.

Zoutgehaltes
Het drinkwaterproductiebedrijf PWN heeft op haar productielocatie in Andijk enkele dagen geen water uit het IJsselmeer kunnen innemen, omdat het zoutgehalte bij het innamepunt te hoog was. Dit kon worden opgevangen door voldoende voorraad van zoetwater in de eigen opslagbekkens en door de bedrijfsvoering aan te passen. RWS en PWN blijven de zoutgehaltes monitoren.

Bellenschermen
Rijkswaterstaat plaatste 27 juli een bellenscherm in het Amsterdam-Rijnkanaal om de verzilting vanuit het Noordzeekanaal tegen te gaan. Volgens RWS blijkt deze maatregel goed te werken. Vanwege geplande werkzaamheden aan de Middensluis in IJmuiden heeft Rijkswaterstaat daar in het weekend van 1 en 2 september twee extra bellenschermen bij de Noordersluis geplaatst. Dit om het zouter worden van het Noordzeekanaal zo veel mogelijk te beperken. Ook past Centraal Nautisch Beheer het schutregime aan. Het bellenscherm is volgens Rijkswaterstaat het meest effectief als de deuren van de Noordersluis zo kort mogelijk openstaan. Daarom gaan deze nu sneller dicht en wordt niet altijd gewacht tot de sluis vol is.

Lees hier de Kamerbrief