Spaargaren: “Adaptatie is voor grote werken niet relevant”

Op termijn is de aanleg van sluizen in de Nieuwe Waterweg, volgens de ingenieurs, onontkoombaar.  De vraag is alleen wanneer het besluit tot de aanleg moet worden genomen. Volgens de groep ingenieurs is dat uiterlijk in 2020 en volgens de minister en de deltacommissaris is dat pas nodig in 2040. De minister wil dan bezien of de Maeslantkering wordt vervangen of dat er sluizen moeten komen. Zij gaat de systeemkeuze, een open Nieuwe Waterweg met Maeslantkering of sluizen uit de weg. De  groep Spaargaren heeft vorige week een brief gestuurd aan de vaste commissie van Infrastructuur en Milieu. Zij zijn blij met het weer op de agenda zetten van de sluizen als volwaardige optie, maar dringen aan op de systeemkeuze rond 2020. 

Strategische keuzes
“Adaptieve maatregelen zijn prima zolang het gaat om zandsuppleties of om andere maatregelen met een kortere levensduur. Voor dijkversterkingen en infrastructurele werken met een lange levensduur zijn dit soort overwegingen niet relevant”, stelt Spaargaren. “Wij zijn bang dat het uitstellen van het besluit leidt tot verkeerde strategische keuzes op meerdere vlakken.” Hij refereert aan de veiligheid die met de Maeslantkering na 2050 onvoldoende kan worden gegarandeerd. “Door klimaatverandering zal de kering vaker dicht moeten, waardoor de faalkans toeneemt.” Ook de hoeveelheid zoetwater kan met sluizen beter worden bewaakt en de verzilting kan worden teruggedrongen. Ook het zout maken van het Volkerak-Zoommeer is niet nodig. In het Plan Sluizen blijft het Volkerak-Zoommeer zoet en in open verbinding met het Haringvliet.

Haven versus landbouw
Een belangrijke reden om de Nieuwe Waterweg open te houden is de toegankelijkheid van de haven van Rotterdam. Spaargaren maakt duidelijk  dat het onderzoek  heeft uitgewezen dat als gevolg van de  klimaatverandering de Maeslantkering vaker zal moeten sluiten en dat de kering op termijn voor dezelfde stagnatieproblemen zal zorgen als sluizen. “De havenlobby is groot, maar Nederland moet ook rekening houden met de belangen van de landbouw en tal van andere activiteiten die afhankelijk zijn van voldoende zoetwater De nationale opbrengst van deze activiteiten is ruim tien keer zo groot als de bijdrage van de havengebonden activiteiten”, stellen de ingenieurs in hun brief. 

Buitendijkse risico’s
Speciale aandacht vragen de ingenieurs voor de buitendijkse gebieden. De risico’s zijn naar hun mening tot dusver onderbelicht gebleven. Het gaat niet alleen om bewoonde gebieden, maar ook om industriële gebieden zoals de Petroleum havens en de Botlek. In de doorloop naar 2100 zou daar een schade van 10 miljard euro of meer kunnen ontstaan. Dat gaat gepaard met sociale ontwrichting en ernstige gevolgen voor het milieu. “Wij achten dit risico onacceptabel”, stellen de ingenieurs in hun brief. Met sluizen wordt dit risico vrijwel geëlimineerd.

Agenda
Als de vaste commissie van Infrastructuur en Milieu de voorstellen van de groep ingenieurs onderschrijft, zal minister Schultz in juni opnieuw reageren op het Plan Sluizen. Indien de sluizen er in 2050 zouden liggen, heeft dat ook gevolgen voor de dijkversterkingen die op de rol staan. Er zijn dan minder ingrijpende dijkversterkingen nodig.