Seminar IJsselvechtdelta: “Partijen doen graag hun eigen ding”

De provincie Overijssel organiseerde op 5 februari in Zwolle een dag voor ruim 200 mensen van rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, onderwijsinstellingen en de veiligheidsregio’s. De Deltabeslissingen zijn genomen, en nu komt dus de uitvoering. Hoe moet die? ´We zitten met heel veel vragen en dilemma’s, tegelijk zijn er al ervaringen van de koplopers waar we van kunnen leren”, aldus dagvoorzitter gedeputeerde Overijssel Bert Boerman. 

Kennis delen
Kennis delen en het leggen van verbindingen, dat was het doel van de dag, aldus Boerman. Het volle programma zorgde ervoor dat de deelnemers aan veel onderwerpen konden ruiken; voor discussie was zeer beperkt tijd. “Inspirerend”, aldus een deelnemer van een adviesbureau. Maar of je veel kunt met de tips uit de ‘lessons learned’ van de reeds gedane projecten, betwijfelt ze: “Je moet dat zelf ervaren. En elk project is toch anders.”
De komende jaren moeten we van 26 kilometer nieuwe dijk per jaar naar 50 kilometer, terwijl de kosten terug moeten van 10 miljoen euro per kilometer naar 6 tot 7 miljoen euro. Innoveren moet dus over alle schijven, is de mening van Richard Jorissen, programmadirecteur HWBP (Hoogwaterbeschermingsprogramma). Hij vindt een project in Dalfsen (Overijssel) daarvan een mooi voorbeeld. Stadsontwikkeling en een waterkeringsysteem zijn daarin gecombineerd. “En dat heeft niks met techniek te maken, maar met timemanagement.” Hij vindt het belangrijk dat er geen apart innovatiebudget komt, “waarmee we mooie boekjes over mooie oplossingen kopen”. En hij stelt: “De goedkoopste dijk is de dijk die je niet hoeft te bouwen”. Zoals die in Genemuiden. Landelijk is er nu 30 kilometer al bespaard door goed onderzoek: is de dijk wel zo slecht als gedacht?
Jan Laarman (DB-lid van waterschap Groot-Salland) benadrukt het belang van een goede procesmatige afstemming. “Je hebt soms te maken met 35 vergunningaanvragen. Processen stagneren omdat de vergunningen niet op tijd rond zijn.” Elkaar op tijd opzoeken en marktpartijen erbij betrekken, is zijn devies. 

(fotograaf : Ben Vulkers)
‘Negatieve coördinatie’
Hoofddocent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit, Arwin van Buuren, ziet dat partijen allemaal hun eigen ding zitten te doen binnen hun eigen domein. “Terwijl je de verschillende problemen met elkaar kunt verweven en tot betere samengestelde oplossingen kunt komen.” Hij merkt dat er veel afstemming is, maar dan vooral voor ‘negatieve coördinatie’, oftewel: bemoei jij je niet met mij, bemoei ik me niet met jou. “Iedereen probeert zijn eigen realiserend vermogen te maximaliseren.” Tegelijk ziet hij ook de aansprekende oogst die er al is van slimme, samengestelde oplossingen, het kan dus wel. Frans Evers (onder andere voorzitter diverse MER-commissies): “Het lukt alleen als de oplossing alle gezamenlijke belangen dient. Die belangen moet je van te voren samen vaststellen, adviseert hij. “Schrijf ze op flip-overvellen die je elke vergadering weer meeneemt. Want mensen wisselen snel van functie en dus zit je steeds met anderen om tafel. Zo heb je een houvast.”
De bescherming tegen hoogwater lijkt soms het belangrijkst; de aanpassingen voor de klimaatveranderingen zijn van even groot belang, vindt burgemeester Henk Jan Meijer als voorzitter van de veiligheidsregio IJsselvecht. “Wateroverlast door piekbuien zijn ook enorm ontwrichtend. Klimaatadaptieve maatregelen moeten een integraal onderdeel zijn van ruimtelijke ordening. Daar moet geen discussie over zijn.” Volgens Hans van der Vlist, voorzitter van de Adviescommissie Water, kun je ook wel steeds kijken naar de sterkte van de dijken, maar gaat het er echt om dat we ons focussen op de gevolgen van ontwrichting als zo’n dijk doorbreekt. De economie raakt ook verstoord en is niet snel hersteld. Breng die gevolgen goed in beeld, is zijn advies. Er is nog een hoop bewustwordingswerk te doen, vindt wethouder Arie Speksnijder van Gemeente Zwartewaterland. Het is dan ook niet voor niets dat er in overheidsopdracht een speciale site en app is gemaakt: overstroom ik?
Alle drie lagen
Willem-Jan Goossen van het ministerie van Infrastructuur en milieu benadrukt ook dat de tweede laag bij de meerlaagsveiligheid aandacht bij alle nieuwbouwplannen en renovaties moet krijgen. “En leg dan steeds de verbinding met de derde laag: de organisatie van de rampenbestrijding.” Kijk altijd naar alle drie lagen, vindt hij.  Als voorbeelden van een klimaatbestendige stad noemt hij het project het eiland van Dordrecht en het Waterplein in Rotterdam. Zijn stelling is dat er nu veel nieuwbouw staat waar het water hoog kan komen, terwijl vroeger bij het bouwen veel meer rekening met het water werd gehouden. Zoals boerderijen gebouwd op terpen. Ook hij wijst op het belang om te kijken naar hoe je je doel, en met wat, het beste kunt bereiken: ”De waterschappen krijgen een opdracht om een dijk te verstevigen, de vraag is dan of je niet op een andere manier moet investeren om het doel beter te bereiken.”

Eigen organisatie moet mee
Een belangrijke factor bij projecten zijn natuurlijk de bewoners. Maar ook je eigen organisatie. Die moet ook mee voor de beste oplossing. Bij een project in Kampereiland – een buitendijks gebied – ontdekte Pieter Lems van Waterschap Groot Salland dat het zaak was om intern zijn collega’s te bewegen om af te wijken van de regel dat je op een dijk niet mag begrazen. De boeren hadden namelijk de ervaring dat dat geen schade opleverde. “Toen hebben we een onderzoek laten doen naar een dijk zonder gras en de boeren hadden gelijk.” 
Zandzakken
De verschillende partijen bedenken verschillende oplossingen en maken eigen afwegingen. Zo is in de gemeente Kampen een speciale brigade in het leven geroepen die actief wordt om de 84 bewegende delen van de stadsmuur bij hoogwater af te sluiten; die dan dient als waterkering. De brigade oefent ook. In de Zwolse wijk Stadshagen is gekeken hoe je een geluidswal kunt gebruiken als waterkering. Inmiddels is daar 450.000 euro in geïnvesteerd voor het aanbrengen van extra klei. Nu wordt nagedacht hoe je de gaten in die wal tijdelijk kunt dichtmaken als er hoogwater komt. Die kans wordt echter niet zo groot geacht (1: 3000) omdat de naburige dijk wordt verstevigd (tot de norm met risico 1:500). Daarom valt de keus nu wellicht op de goedkoopste oplossing: zandzakken. 

Bekijk hier een film van het seminar.