Schultz wil aanvullend onderzoek peilverlaging Markermeer

Het vorige week gepresenteerde onderzoeksrapport van RWS en I&M vloeit voort uit een toezegging die de minister in mei dit jaar deed aan de bewoners langs het 33 km lange dijktraject. De bewoners verzetten zich al langer tegen de gepresenteerde aanpak van de dijk die reeds in 2006 werd afgekeurd. Zij vrezen dat de voorgenomen versterkingsmaatregelen de dijk als cultuurhistorisch erfgoed en de leefomgeving te veel zullen aantasten. Daarom kwamen vertegenwoordigers van de bewoners in de Adviesgroep begin dit jaar zelf met het voorstel te onderzoeken of met inzet van extra pompen in de Houtribdijk de maatgevende hoogwaterstand (MHW) van het Markermeer kan worden verlaagd waardoor de dijkversterking minder robuust hoeft te worden uitgevoerd.

Waterstandverlaging
Bij het onderzoek is gekeken naar wat het effect op acht representatieve locaties in het voorkeursontwerp van de Markermeerdijk is bij een MHW-daling van respectievelijk 30, 60 en 90 cm. Daaruit komt naar voren dat waterstaatkundig gezien een waterstandverlaging van 60 cm het meest effectief is. Om deze waterstand te bereiken is in de Houtribdijk een extra pompcapaciteit nodig van 300 m3/s (ter vergelijking: het grootste gemaal van Europa is dat van IJmuiden, met 260 m3/s). Maar dat geldt dan ook voor de Afsluitdijk waar het extra water naar de Waddenzee moet kunnen worden (door)gepompt als er geen spuimogelijkheden zijn (wat met de stijgende zeespiegel steeds vaker zal optreden). Op basis van de tot nu toe gehanteerde kentallen (50 miljoen euro per 100 m3/s, vergt dat een totale investering van 300 miljoen euro.  Aan energiekosten denkt men jaarlijks ‘slechts’ 1 miljoen kwijt te zijn omdat het uitgangspunt is dat de pompen in totaal slechts enkele weken per jaar (bij of vlak voor hevige/ langdurige regenval) worden aangezet. Daarmee zal ook de levensduur langer zijn.

Besparing
Uitgaande van een MHW-daling van 60 cm denken de onderzoekers, op basis van het voorlopige ontwerp voor de Markermeerdijk (300 miljoen euro), ten aanzien van de versterkingswerken tussen de 40 en 100 miljoen euro goedkoper uit te zijn. Vooralsnog lijkt een (tijdelijke) 60 cm daling van het Markermeerpeil weinig effect te hebben op versterkingsmaatregelen elders langs het Markermeer, zoals de Oostvaardersdijk en Randmeerdijken. Dit heeft weer te maken met de overwegend zuidwestenwind waardoor de dijken daar, wat de hydraulische belasting betreft, veel meer onderhevig zijn aan wateropzet (scheefstand) en golfoploop. Hier verwacht men een besparing van slechts enkele miljoenen.

Bewezen sterkte
De Markermeerdijkbewoners, vertegenwoordigd in de Adviesgroep, zijn overwegend positief over de uitkomsten van het onderzoek. Vooral ook omdat de minister heeft aangegeven op een aantal onderdelen nader onderzoek te willen doen. Bewoner en lid van de Adviesgroep Wouter de Hollander: “Vanwege het korte tijdsbestek is bij het onderzoek bijvoorbeeld uitgegaan van het voorlopige ontwerp voor de Markermeerdijk en bijbehorende modellen. Wij hebben gevraagd uit te gaan van de bestaande dijk en nu heeft het ENW (Expertise Netwerk Water) geadviseerd de komende maanden te gebruiken om te verkennen in hoeverre ‘bewezen sterkte’ (gebaseerd op een werkelijk opgetreden hoogwatersituatie in 1998) een kansrijk concept is om toe te passen bij de Markermeerdijken.”

Nieuwe inzicthten
Tevens wordt geadviseerd een goede analyse uit te voeren van de effecten van ‘Dijken op Veen’ en de nieuwe normering op de omvang van de benodigde dijkversterking. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en dat geldt wellicht ook wanneer een geheel ander model (Plaxis) wordt toegepast.
De Hollander: ”Wij blijven alles kritisch volgen, maar zijn hoopvol dat de resultaten van het vervolgonderzoek nog meer in de richting zullen gaan van een situatie waarbij de bezwaren van de bewoners grotendeels kunnen worden ingelost. Wat dat betreft is het ook heel interessant wat het vernieuwende ontwerp voor pompen van ir. Spaargaren en ir. Vroege gaat betekenen. Als zij daadwerkelijk kunnen aantonen dat dit ontwerp de investering in de pompinstallaties met de helft doet afnemen, ontstaat er een nog gunstiger plaatje.”

Hevelpompsysteem
De pompen waar De Hollander het over heeft betreffem een door hen ontwikkeld vereenvoudigd en vernieuwend concept dat aanzienlijk goedkoper zou zijn dan traditionele oplossingen. De onderdelen zijn allemaal bewezen technieken, alleen de schaalgrootte en combinatie van technieken zijn nieuw. Deze pompen zouden omgerekend 25 miljoen euro per 100 m3/s aan investeringen kosten. De pompen zijn vergelijkbaar met de pompen die Spaargaren en Vroege voor het sluizenplan voor de RijnMaasmonding hebben ontwikkeld (motie Geurts). Hoewel Rijkswaterstaat er nog aan twijfelt of dit ontwerp daadwerkelijk goedkoper is, mede omdat de pompen nog nergens in de praktijk worden toegepast, zijn Spaargaren en Vroege resoluut. Zij zeggen over concrete offertes van pompenbouwers en aannemers te beschikken die hun kostenraming onderbouwen. Het betreft hier echter bedrijfsvertrouwelijke informatie die op dit moment niet naar buiten kan worden gebracht. Naar verluidt zou het hier een hevelpompsysteem betreffen waarbij het water via geboorde buizen door de dijk gevoerd wordt en mede daardoor minder investeringen vergt. Een hevelpompsysteem is ook veiliger omdat er in geval van een calamiteit geen water kan terugstromen. De veiligheid wordt in dit plan bovendien extra vergroot door gebruik te maken van meerdere pompen. Bij eventuele uitval van een van de pompen ontstaat niet gelijk een veiligheidsprobleem. Het ontwerp zou afkomstig zijn van een combinatie van gerenommeerde bedrijven uit zowel Nederland als elders in Europa.

Ingrijpende systeemwijziging
Medio december neemt de minister een besluit of peilverlaging door pompen wel of niet deel gaat uitmaken van de opdracht van de alliantie die de werkzaamheden gaat uitvoeren. Omdat de keuze voor pompen een ingrijpende systeemwijziging betekent, zullen in die afweging volgens de minister ook andere belangen en belanghebbenden worden betrokken. Vervolgens vindt dan ook de definitieve gunning plaats. Daarna volgt nog een periode van anderhalf jaar planuitwerking alvorens de schop definitief de grond ingaat.