Schultz ontkent risicovolle financiering buitenlandse projecten

Volgens het artikel in Trouw zijn de waterschappen voor de financiering van buitenlandse projecten terechtgekomen in riskante en omstreden financiële constructies. Het NWB-fonds, dat is opgericht om buitenlandse projecten te kunnen uitvoeren, zou een zogeheten coco-lening hebben afgesloten. Vanwege het hoge risico levert zo'n lening meer rente op, maar de Autoriteit Financiële Markten waarschuwt voor de ondoorzichtigheid van dit type lening.

In haar reactie laat Schultz weten dat de waterschappen geen commerciële activiteiten in het buitenland ondernemen. Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) mag dat ook niet. ‘Wel zetten waterschappen zich in voor buitenlandse activiteiten, overwegend door de inzet van menskracht. En aan het inzetten van menskracht zitten geen financiële risico’s’, benadrukt de minister. In de brieven staat dat de waterschappen 0,25% van hun personele bezetting (27 fte) en 2,3 miljoen euro per jaar, waarvan 0,8 miljoen uit het NWB-Fonds besteden. Daarmee geven de waterschappen minder dan 0,1% van hun budget uit aan hun buitenlandse activiteiten’, antwoordt Schultz in twee afzonderlijke brieven aan de PvdA en de PVV .

Geen buitenlandse investeringen
In de brieven licht de minister toe dat het gemeenschappelijke fonds van de Waterschappen, het NWB-Fonds, in 2006 is opgericht door de Nederlandse Waterschapsbank. Het vermogen van het fonds is ontstaan tussen 2006-2010 door jaarlijkse bijdragen van de NWB Bank en is opgelopen tot een totaalbedrag van circa 20 miljoen euro. ‘Volgens het treasury-reglement van het NWB- Fonds moet het vermogen in stand blijven. Alleen de rente (circa 800.000 euro per jaar) mag gebruikt worden voor internationale samenwerkingsactiviteiten. Er zijn geen leningen voor buitenlandse investeringen aangegaan, want het fonds investeert niet in het buitenland’, aldus Schultz.

Beleggingen
Volgens de minister is de stichting van het NWB-Fonds zelf verantwoordelijk voor haar beleggingen. ‘Het geld van de stichting wordt volgens het treasury-reglement geïnvesteerd in laag risico beleggingen. Vanwege het lage rendement is begin dit jaar gekozen voor het verstrekken van een ‘AT1-lening (additioneel tier 1 lening)’ aan de NWB Bank door het NWB Fonds. Een AT1-lening is geen coco-lening als bedoeld in het artikel, maar is een andere vorm van hybride kapitaal. De NWB Bank heeft met haar AAA/Aaa ratings een zeer hoge kredietwaardigheid. Het bestuur van het NWB Fonds heeft vastgesteld dat nagenoeg iedere andere belegging een minder gunstige verhouding heeft tussen rendement en risico. Er bestaat ook geen kans dat de publieke activiteiten in gevaar komen. Volgens het treasuryreglement van het NWB Fonds moet het vermogen in stand blijven. Dit betekent dat het vermogen niet in projecten gestoken kan worden, maar alleen de rente-inkomsten mogen worden aangewend. En zo wordt er ook gehandeld’, schrijft de minister.

Kabinetsbeleid
De minister van Infrastructuur en Milieu verwijst in beide brieven naar een historisch verzoek van de Tweede Kamer. ‘De Tweede Kamer heeft mij via een motie opgeroepen tot de inzet van Nederlandse waterexpertise in het buitenland. Dat gebeurt nu onder de vlag van Dutch Water Authorities. Dit alles in beperkte mate, met beperkte middelen en alleen daar waar de waterschapsbesturen meerwaarde zien in samenwerking. Het is kabinetsbeleid dat de waterschappen zich samen met de rijksoverheid en andere vertegenwoordigers van de watersector inzetten voor het vergroten van waterzekerheid en waterveiligheid in landen die hiervoor een beroep doen op Nederlandse expertise.’