Schultz: Kennis waterveiligheid Rijkswaterstaat heeft ondergrens bereikt

Het gaat, volgens de minister, om het hebben en het behouden van voldoende kennis (kwalitatief en kwantitatief), het verbinden van kennis (binnen RWS maar ook met de markt en de kenniswereld) en het kunnen nemen van de juiste inhoudelijke besluiten op het juiste niveau. In de brief aan de Tweede Kamer over waterveiligheid geeft de minister een toelichting op het proces om te komen tot een nieuw waterveiligheidsbeleid en een nieuwe normering. Daarnaast reageert zij op de vraag of er bij Rijkswaterstaat nog wel voldoende kennis op het gebied van waterveiligheid aanwezig is. Deze kwestie kwam vorige zomer aan het licht toen een aantal gepensioneerde waterbouwkundigen signaleerden dat het met het onderhoud van de Oosterscheldekering slecht was gesteld.

 

Brandbrief

De ingenieurs stuurden een brandbrief naar de Tweede Kamer en gaven aan dat de situatie bij de Oosterscheldekering slechts een incident is dat het gevolg is van een gebrek aan kennis bij Rijkswaterstaat. Ook bij kennisinstituten zoals Deltares is als gevolg van vergrijzing te weinig waterbouwkundige kennis beschikbaar. De ingenieurs wezen in de brief niet alleen op het gevaar voor de veiligheid, maar ook de Nederlandse reputatie in het buitenland staat op het spel. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu liet daarop aan WaterForum weten dat zij hard aan werken het behoud van waterbouwkundige kennis. 

 

Kennis is verdeeld

Minister Schultz heeft de afgelopen maanden een analyse gemaakt van de situatie en komt nu met een concreet plan. Zij schrijft in haar brief dat de kennis is in zijn geheel genomen op dit moment nog voldoende aanwezig bij Rijkswaterstaat, maar over de verschillende dienstonderdelen is verdeeld. Hierdoor is het belangrijk verbindingen te leggen en te onderhouden tussen dienstonderdelen, maar ook met markt en kenniswereld. 

 

Intern opleiden

Rijkswaterstaat beschikt over circa 500 medewerkers die in meer of mindere mate betrokken zijn bij het kennisveld waterveiligheid (waarvan constructieve waterbouwkunde een belangrijk deel is). Binnen deze groep zijn ongeveer 25 à 50 kennisdragers (experts) die zorgen dat de kennis goed geborgd blijft. Schultz: “Ik zie deze groep als voldoende maar wel als een kritische ondergrens. Hierbij moet de natuurlijke uitstroom worden gecompenseerd. De huidige krappe markt leidt tot beperkt aanbod van geschikt personeel. Naast een bewust selectiebeleid gaat Rijkswaterstaat dan ook inzetten op interne opleidingen en intensievere samenwerking met Hogescholen en Universiteiten.”

 

Verbinden van kennis

Zeker wanneer de kennis zich kwantitatief op de ondergrens bevindt is het verbinden van kennis essentieel. Rijkswaterstaat gaat daarom met Communities of Practice (CoP) werken. Deze CoP’s zijn verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de kritieke objecten, zoals de stormvloedkering. In deze CoP’s wordt de regionale operationele kennis actief verbonden met de centrale tactische en strategische kennis. Door externe visitatie wordt er ook strategische kennis van buiten gehaald. Via deze aanpak wil Schultz de kennisketen sluiten.

 

De juiste besluiten op het juiste niveau

Ook managers binnen Rijkswaterstaat moeten hun verantwoordelijkheid kunnen nemen, schrijft de minister. Hiervoor zijn korte lijnen met de werkvloer nodig zodat calamiteiten snel kunnen worden geëscaleerd. Bij het incident met de Oosterscheldekering kregen de waterbouwkundigen in eerste instantie geen gehoor. Vertrouwen in de kennis en kunde van de werkvloer is de basis. De escalatielijnen naar de CoP’s worden hierbij zo ingericht dat de verschillende diensten hun eigen deelverantwoordelijkheid kunnen nemen.