Samenwerking op afstand levert meer harde resultaten op

Door: Astrid van de Graaf
Wat we weten over kennisontwikkeling gaat meestal over wetenschappelijk onderzoek in de academische wereld. Maar hoe de gezamenlijke kennisontwikkeling in een toegepaste sector zoals de waterwereld tot stand komt en hoe verschillende partijen samen werken en functioneren, is iets waar je heel weinig over hoort. 
Wat maakt de watersector zo interessant om te onderzoeken? 
“De watersector is heel divers, met veel verschillende organisaties. Je hebt de drinkwaterbedrijven, de universiteiten, de waterschappen, allerlei consultants als  Witteveen+Bos en Royal HaskoningDHV en de non-gouvernementele organisaties en stichtingen.
Daarbij zijn er veel anekdotische verhalen over dat het veld versnipperd is en dat de partijen moeite hebben om elkaar te vinden en kennis te ontwikkelen. Ik heb nu meer systematisch onderzocht wie met wie samenwerkt en hoe nabijheid daar een rol in speelt.” 
Waarom heb je specifiek gekeken naar het effect van nabijheid? Dat klinkt heel abstract.
“Als econoom heb ik mij verdiept in de ruimtelijke effecten van de economie. Als bijvoorbeeld twee winkels in een straat hetzelfde verkopen, is het dan handig om allebei op een hoek te gaan zitten of juist niet en hoe werkt dat dan? Dit zijn vraagstukken die gaan over de geografische dimensie van nabijheid. Toen ik me voor dit onderzoek aan het verdiepen was in het functioneren van kennissystemen en kennisproductie kwam ik het vraagstuk rond nabijheid weer tegen.” 
“Nabijheid blijkt meer dimensies te hebben. Het heeft niet alleen een geografische kant, maar ook een sociale, cognitieve en organisatorisch kant. Al deze factoren die te maken hebben met kennisproductie kun je met ‘nabijheid’ onderbrengen in één helder concept.”
“Wanneer je het even uitlegt is nabijheid een concept waarbij heel veel mensen zich iets kunnen voorstellen. Organisatorische nabijheid geeft aan dat organisaties dezelfde structuur en manier van werken hebben. Een bedrijf werkt anders dan een universiteit en deze staan dus organisatorisch ver van elkaar. Sociale nabijheid gaat over hoe goed je elkaar kent. Heb je samen gestudeerd of heb je al een keer een project samen gedraaid. Cognitieve nabijheid betreft de kennisbasis. Wanneer ik als econoom met een technicus uit de watersector praat dan praten we bijna een andere taal, en staan we cognitief ver uitelkaar. Nabijheid  blijkt dus echt een factor te zijn die voor kennisproductie van belang is. Daarom ben ik daar mee aan de slag gegaan.”
Hoe heeft u het effect van nabijheid onderzocht?
“Via enquêtes heb ik heel veel mensen in de watersector bevraagd over hun zelf en over hun zakelijke relaties. Zo kon ik in kaart brengen wie met wie in de watersector samenwerkt en kijken of dit altijd dezelfde partijen zijn of juist niet en of die organisaties geografisch dicht bij elkaar in de buurt liggen of dat dat juist helemaal niet uitmaakt.”
“Ik heb ook gevraagd, en dat is nieuwe informatie, wat die samenwerking dan heeft opgeleverd. Was het meer het informeel uitwisselen van ideeën of zijn er meer ‘harde’ resultaten te noemen zoals een innovatie of het samen publiceren van een artikel.”
Wat waren de belangrijkste conclusies?
“Je ziet dat voor de zachte resultaten, zeg maar de informele contacten bij de koffieautomaat, mensen op al de vier dimensies nabij zijn. De organisaties waar ze werken, lijken op elkaar, ze bevinden zich in dezelfde regio, ze kennen elkaar sociaal goed en spreken dezelfde taal.”
“Maar bij harde resultaten zoals een artikel schrijven of een tastbare innovatie ontwikkelen dan zijn ze organisatorisch en geografisch juist minder nabij. Ofwel hoe verder de instituten van elkaar afliggen en hoe meer de organisaties verschillen hoe meer tastbare kennis ze ontwikkelen.”
Dus wat je ver haalt, is lekkerder. Is daar ook een verklaring voor? 
“We hebben er lang over nagedacht hoe dit nu zou kunnen. Mensen hebben heel veel nabije relaties die makkelijk zijn aan te gaan, mensen die je even in je eigen gebouw of omgeving aanschiet en die je toch al vaak spreekt. Een samenwerking op langere afstand vergt veel meer moeite en investeringen. Dat doe je dus alleen als je ook een realistische verwachting hebt dat daar iets uitkomt. We zien een heel ander samenwerkingspatroon. Dat is echt nieuw.”
“Niet dat informele uitwisseling van ideeën minder belangrijk is voor kennisontwikkeling. Ook op de weg naar een innovatief product of technologie kan een praatje met je buurman wanneer je vast zit een cruciale stap vormen voor het eindresultaat, alleen dit gebeurt op een informele en vluchtige manier.” 
Wat kunnen professionals in de watersector concreet met dit nieuwe inzicht doen?
“Je hier van bewust zijn is al heel belangrijk, bijvoorbeeld bij het vormen van nieuwe consortia voor projecten. Kiezen we weer dezelfde partij waar we de vorige keer ook mee samenwerkten of is eigenlijk een andere partij meer geschikt voor dit project. Dat idee moet nog echt in de genen komen.”
“Verder bleek dat organisaties die kennis gebruiken heel vatbaar zijn voor het effect van nabijheid en een beperkte zoekradius hebben voor het vinden van relevante kennispartners. Dus als je als kennisproducent en –ontwikkelaar niet in de buurt zit van de kennisgebruikers, dan kun je nog zulke mooie innovaties hebben gedaan, maar die zullen nooit terecht komen bij de kennisgebruikers. Kortom de kennisproducenten moeten meer op pad om te zorgen dat ze tot de nabije kring van partners van kennisgebruikers gaan behoren. Dat kan bijvoorbeeld door netwerkbijeenkomsten te organiseren voor gebruikers.” 
Belangstellenden kunnen het proefschrift hier downloaden.