Rotterdam Centre for Resilient Delta Cities uit de startblokken

Het Rotterdam Centre for Resilient Delta Cities werd een jaar geleden opgericht door de gemeente Rotterdam, TNO, de Hogeschool Rotterdam en Grontmij met financiële ondersteuning uit het programma ‘Kennis voor Klimaat’. Momenteel maken twaalf partijen, waaronder de advies-en ingenieursbureaus Arcadis en Royal HaskoningDHV, Deltares en architectenbureau Kuiper Compagnons, deel uit van het centrum. De focus ligt op de combinatie van onderzoek, design en implementatie van klimaatadaptatieprojecten. Het centrum brengt overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven op lokaal niveau bij elkaar en zorgt door de aandacht voor design ook voor samenwerking met andere topsectoren, zoals de creatieve industrie. De komende jaren wil het centrum uitgroeien tot een internationaal toonaangevend cluster van Nederlandse publieke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen op het gebied van deltatechnologie, klimaatadaptatie en duurzame stedelijke ontwikkeling.
Buitenlandse delegaties
Gabrielle Muris wijst erop dat jaarlijks tientallen buitenlandse delegaties naar Rotterdam komen om klimaatadaptatieprojecten te bezoeken. “Rotterdam loopt wereldwijd voorop met projecten zoals de ondergrondse waterberging in de Museumparkgarage, het drijvend paviljoen in de Rijnhaven en de Dakakkers op het Schieblok. De bezoeken kunnen in potentie leiden tot opdrachten voor het bedrijfsleven. Met het RDC kunnen we deze toenemende aandacht gaan verzilveren. Zo dragen wij bij aan het doel van de Topsector Water om de internationale omzet van Nederlandse bedrijven in de watersector te vergroten.”

Uitgebreid programma
De komende maanden staan er diverse activiteiten op het programma. “Zo willen wij meer structuur aanbrengen in het bezoek van buitenlandse delegaties aan Rotterdam. Daarnaast biedt het centrum masterclasses op maat aan op het gebied van klimaatadaptatieprojecten”, licht Muris toe. 
De eerste masterclass vindt in oktober plaats in Rotterdam. Daaraan nemen vertegenwoordigers van zeven steden deel die nu al met elkaar samenwerken in het 100 Cities Resilient Network. Dat is opgericht en gefinancierd door de Rockefeller Foundation om contacten tussen de steden in het netwerk te onderhouden, ervaringen uit te wisselen, plannen voor klimaatadaptatie op te stellen en voorbeeldprojecten te ontwikkelen en uit te voeren. “Deelnemers kunnen van tevoren hun vragen inbrengen en tijdens de masterclass met elkaar en Nederlandse experts over oplossingen discussiëren. Verder zijn wij aanwezig op diverse conferenties en seminars. Zo gaan wij een voorstel indienen voor de internationale conferentie Adaptation Futures die in 2016 plaatsvindt in Rotterdam. Daarnaast stimuleert het RDC het onderwijs door bijvoorbeeld studentenuitwisseling tussen deltasteden te faciliteren.”

Innovaties versnellen
De initiatiefnemers van het RDC richten hun pijlen niet alleen op het buitenland, benadrukt Muris. “De deelnemers willen ook innovaties in Rotterdam versnellen en de status van proeftuin verder versterken. Zo werken het Havenbedrijf Rotterdam,  de Hogeschool Rotterdam, de gemeente en VP Delta sinds vorig jaar samen in de Dokhaven van RDM Campus in het project Aqua Dock. Dé innovatieve test-, demonstreer-, en productielocatie voor innovaties op en onder water die bijvoorbeeld bijdragen aan een betere waterkwaliteit.”

Haalbare oplossingen
Muris geeft aan dat zij geen uitgebreide achtergrond in de watersector heeft. “Daarom vind ik het lastig om het innovatieve vermogen van de Nederlandse watersector te beoordelen. Maar vanuit mijn achtergrond als directeur van de RDM Campus weet ik hoe moeilijk het is om innovaties door te ontwikkelen en ingevoerd te krijgen.” Nederlandse bedrijven hebben volgens haar genoeg kennis en expertise, maar de crux zit hem in de combinatie van ontwerp en procesinnovatie. “Hoe organiseer je dit proces optimaal? Hoe zorg je voor financiering? Hoe kom je tot integrale oplossingen die haalbaar en betaalbaar zijn? Dat zijn essentiële vragen voor Nederlandse bedrijven die voor deltasteden in het buitenland aan de slag zijn”, aldus Muris. “Veel deltasteden bevinden zich in zich snel ontwikkelende en opkomende economieën in Azië en Zuid-Amerika. Wanneer je daar Nederlandse technologische oplossingen één op één overbrengt, ga je het niet redden. Daarom beschouwen de bedrijven het centrum ook als een denktank voor het opstellen van hun internationale strategie.”
Co-creatie
Co-creatie met de initiatiefnemers uit Rotterdam en hun medespelers uit de deltasteden ligt daarom volgens haar voor de hand. “Alleen zo kunnen we tot integrale en haalbare oplossingen komen. En natuurlijk hopen de initiatiefnemers dat hier nieuwe business uit voortkomt. Daarvoor is het belangrijk dat ze zich realiseren dat hier wel een heel traject aan vooraf gaat. En dat is een kwestie van investeren. Alleen op de hardware gaan Nederlandse bedrijven de internationale concurrentieslag niet winnen. Maar door ontwerp en procesinnovatie aan hun propositie toe te voegen, kunnen ze het onderscheid maken. Daarnaast kunnen wij ook van ervaringen in het buitenland leren. Sommige landen leven net als ons al eeuwen met water en hebben veel ervaring met technieken waar Nederland zijn voordeel mee kan doen.”