RIVM: nog lange weg te gaan naar minder milieubelastende medicijnen

Het RIVM heeft gesprekken gevoerd met professionals uit de medicijnketen, zowel beleidsmakers, fabrikanten, beoordelaars, zorgverleners, apothekers als waterzuiveraars. De focus lag hierbij op mogelijkheden om geneesmiddelen te vervangen door behandelingen die het milieu minder belasten. In de praktijk zijn er volgens het RIVM-rapport nog geen combinaties gevonden die hiervoor in aanmerking komen.

Drie geneesmiddelen
Er is met de ketenpartijen gesproken aan de hand van voorbeelden, gebaseerd op een drietal geneesmiddelen: diclofenac, metformine en fluoxetine. In de gesprekken werden de mogelijkheden en barrières verkend om deze geneesmiddelen te vervangen door minder milieubelastende alternatieven. Daarnaast werd in algemene zin gesproken over milieuafwegingen over de hele medicijnketen heen, en over mogelijke maatregelen om emissie van geneesmiddelresten naar het milieu te verminderen. Hiervoor wordt bijvoorbeeld door waterschappen gekeken waar het beste de rioolwaterzuiveringen kunnen worden aangepast, maar ook naar maatregelen bij ontwikkeling, toelating, voorschrijven en gebruik van geneesmiddelen.

Alle geïnterviewden tonen zich bereid na te denken over het vervangen van behandelingen, maar benadrukken dat het belang van de patiënt bovenaan staat. De behandeling van de patiënt mag er niet op achteruit gaan, wat betekent dat het vervangende middel minstens even effectief en veilig moet zijn. In de praktijk blijkt dat voor veel geneesmiddelen nog niet mogelijk. Bovendien moet de milieuwinst van het vervangende middel zijn onderbouwd.

Afwegingskader
Het vervangen van geneesmiddelen door minder milieubelastende middelen blijkt complex, omdat van de verschillende geneesmiddelen geen vergelijkbare set milieugegevens beschikbaar is. Ook effecten van verschillende zuiveringsmethodes op individuele geneesmiddelen zijn van belang bij het maken van een keuze. Er is volgens het RIVM een ‘afwegingskader’ nodig om deze gegevens van verschillende geneesmiddelen met elkaar te kunnen vergelijken. Pas dan kunnen beslissingen worden genomen. Het RIVM doet daarom de aanbeveling om van milieubelastende geneesmiddelen deze gegevens goed in kaart te brengen, zodat mogelijke alternatieven daar vrij eenvoudig naast gelegd kunnen worden. De langetermijnmogelijkheden van de ontwikkeling van ‘green pharmacy’, waarbij milieueffecten al bij de ontwikkeling van een geneesmiddel worden meegenomen, zouden hiervoor ook onderzocht kunnen worden, zo stellen de onderzoekers.

Kennisuitwisseling
Er is waarschijnlijk winst te behalen door kennisuitwisseling tussen de actoren uit de medicijnketen, denkt het RIVM. De partijen die hebben deelgenomen aan het onderzoek geven zelf aan te kunnen leren van de kennis op therapeutisch of milieugebied van anderen. Dit gaat om algehele bewustwording over milieuaspecten van geneesmiddelen, maar ook over specifiek milieubelastende geneesmiddelen. In de gesprekken is een aantal aanknopingspunten genoemd om kennis meer beschikbaar te maken, zoals het aankaarten van het onderwerp in een farmacotherapeutisch overleg (FTO), opnemen in de standaarden van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) en het publiceren in tijdschriften voor de doelgroep. Ook kan het onderwerp milieuaspecten van geneesmiddelengebruik worden opgenomen in de opleidingen van artsen en apothekers.