RIVM meet minder radioactieve straling in afvalwater Petten dan NRG

Het RIVM controleert achtmaal per jaar de metingen van NRG. Het gaat hierbij om lozingen van radioactiviteit in water en lucht. De contra-expertise onderbouwt de betrouwbaarheid van de analyses die NRG uitvoert. 

Totaal-beta metingen
Uit het onlangs verschenen RIVM onderzoek van de onderzoekers P.J.M. Kwakman en R.M.W. Overwater blijkt dat in 2013 de meeste analyses in afvalwater goed overeenkomen, met name voor de gammaspectrometrie en totaal-alfa resultaten. Enkele structurele verschillen in dat jaar betreffen de totaal-beta metingen in afvalwater; RIVM meet altijd veel lager dan NRG. Het NRG zit een factor 2 tot 10 hoger. 

Kortlevende radionucliden
Dit wordt deels verklaard door het feit dat er veel kortlevende beta-stralers (radionucliden)in het afvalwater aanwezig zijn, en deels door verschillen in de meetmethoden die NRG en RIVM toepassen. NRG meet met LSC alle bèta stralers met een energie boven die van 3H, waar RIVM met gasdoorstroomtelling hoofdzakelijk de bèta stralers met een energie boven 0,15 MeV bepaalt. 

Verbetering nodig
De overeenstemming in de totaal-beta resultaten kan aanzienlijk verbeterd worden, zo schrijven de onderzoekers. “De monstername, de monsterbehandeling en de verschillen in de meetmethode zullen nader bekeken moet worden.” 

Opdrachtgever van de contra-expertise is de Kernfysische Dienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De analyse vindt plaats in het Laboratorium voor Stralingsonderzoek (VLH) van het RIVM.