Sinds 2017 spoelt er weer meer nitraat naar het slootwater op boerenbedrijven dan voorheen (foto: D.J. Bergsma/CC).

In de Nitraatrapportage 2020 meldt het RIVM dat er sinds 2015 weer meer stikstof en fosfor in de bodem terechtkomt op landbouwbedrijven. Daardoor stijgt ook sinds 2017 de concentratie nitraat in het uitspoelings- en slootwater bij deze bedrijven. Die stijging is het gevolg van zowel de toename van het stikstofgebruik als de recente droge zomers.

De droge zomers spelen een rol omdat gewassen door de droogte minder stikstof en fosfor opnemen. Het ontstane overschot spoelt vervolgens deels uit naar het oppervlakte- en grondwater. Het RIVM stelt dat het huidige beleid ontoereikend is om de doelstellingen te halen. “Dat vraagstuk wordt nog knellender als we rekening houden met het vaker voorkomen van perioden van droogte, zoals in de afgelopen jaren het geval was.”

Waterkwaliteit verbetert nog onvoldoende
De afgelopen decennia verbeterde volgens het RIVM de waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Nederland, vooral doordat boeren minder en zorgvuldiger mest gebruiken. Maar de verbetering van de waterkwaliteit gaat de laatste jaren veel minder snel dan in het verleden en veel wateren voldoen nog niet aan het gewenste kwaliteitsniveau. De nitraatconcentraties blijken vooral te hoog in de bovenste meter van het grondwater op ruim de helft van de landbouwbedrijven in zand- en lössgebieden en in ruim 30 van de circa 200 grondwaterbeschermingsgebieden.

EU-Nitraatrichtlijn
Alle EU-lidstaten moeten eens in de vier jaar rapport uitbrengen aan de Europese Commissie over de implementatie van de Europese Nitraatrichtlijn. Die implementatie geschiedt door middel van Actieprogramma’s waarin maatregelen voor verbetering van waterkwaliteit zijn opgenomen. De Nitraatrapportages geven inzicht in de effecten van de maatregelen en daarmee in de mate waarin lidstaten in staat zijn waterverontreiniging door nitraat uit de landbouw te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen.

Effecten pas op termijn duidelijk
Volgens staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) wil de stijging van de nitraatconcentraties in het oppervlaktewater bij agrarische bedrijven niet per se zeggen dat de Actieprogramma’s tekortschieten. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze: ‘De effecten van Actieprogramma’s, met maatregelen voor de landbouw die de waterkwaliteit moeten verbeteren, worden pas op termijn duidelijk. Tussen het uitvoeren van maatregelen uit de actieprogramma’s en het zichtbare effect ervan in metingen, zit ongeveer vijf jaar. Deze rapportage laat daarmee de effecten zien van deels nog het vierde, maar overwegend het vijfde actieprogramma (2014-2017). Het volledige effect van het huidige, zesde, Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat loopt tot 2022, zal rond 2027 duidelijk zijn.’

Meerdere nadelige gevolgen
Te veel stikstof en fosfor in water heeft op verschillende manieren negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit in ons land. Het RIVM noemt de drie belangrijkste. Allereerst is er de groei van blauwalgen in het oppervlaktewater, waardoor mensen (zwemmers) en dieren (die het water drinken) vergiftigingsverschijnselen kunnen krijgen. Een tweede negatief effect is vermindering van biodiversiteit doordat waterdieren en waterplanten verdwijnen door een overschot aan stikstof en fosfor, terwijl ongewenste soorten (zoals algen en eendenkroos) juist goed gedijen. Dat veroorzaakt niet alleen stankoverlast en onaantrekkelijke plaatjes, maar zorgt ook voor een neerwaartse spiraal, want de groei van algen en kroos zorgt er op zijn beurt voor dat nóg meer gewenste soorten verdwijnen. Het derde door het RIVM gesignaleerde negatieve gevolg is dat drinkwaterbedrijven steeds meer moeite moeten doen om nitraat en andere vervuilende stoffen uit het grond- en oppervlaktewater te halen voor de drinkwatervoorziening.

Aanpak ontwikkeld voor grondwaterbeschermingsgebieden
Terwijl het RIVM stelt dat met het huidige beleid de doelstellingen uit de EU-Nitraatrichtlijn niet worden gehaald en de staatssecretaris dat enigszins nuanceert door aan te geven dat de effecten van de Actieprogramma’s pas later duidelijk worden, zijn inmiddels toch al enkele stappen gezet om het beleid bij te sturen. Zo is voor de te hoge nitraatconcentraties in 34 grondwaterbeschermingsgebieden inmiddels een aanpak ontwikkeld, die is neergelegd in een bestuursovereenkomst die is afgesloten door het IPO, LTO Nederland, Vewin en de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat. Staatssecretaris Van Veldhoven stelt in haar Kamerbrief dat van de agrariërs nadrukkelijk een bijdrage wordt verwacht. ‘Een nieuwe opgave met betrekking tot nutriënten uit de landbouw en waterkwaliteit ligt in het benutten van (dierlijke) meststoffen door gewassen in perioden van langdurige droogte’, schrijft ze. ‘De landbouw moet zich aanpassen om ook in die situatie te kunnen voldoen aan de Nitraatrichtlijn.’

Zevende en achtste Actieprogramma
Ook geeft Van Veldhoven een doorkijkje naar de toekomst: ‘Deze rapportage is een belangrijk fundament voor de invulling van het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat in januari 2022 in werking treedt en loopt tot en met 2025. Dit Actieprogramma en het daaropvolgende achtste moeten stevig bijdragen aan het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Beleidsnota Drinkwater. Monitoringsresultaten onderbouwen de urgentie van een verdergaande aanpak, die ook bleek uit Nationale analyse waterkwaliteit.’

De Nitraatrapportage 2020 maakt deel uit van het rapport ‘Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2016-2019) en trend (1992-2019)’, dat te downloaden is vanaf de website van de rijksoverheid.