“Risico’s uitvoering waterprojecten liggen te eenzijdig bij opdrachtnemers”

GMB Civiel slaagt er al enkele jaren niet in om zwarte cijfers van betekenis te schrijven, blijkt uit het jaarverslag over 2014. Het grootste onderdeel van GMB zorgde ook in 2013 voor een verlies op groepsniveau. “Vorig jaar ging het beter, maar het was niet wat het had kunnen zijn. Dat heeft voor een groot deel te maken met de keerzijde van de contractvormen waarbij opdrachtgevers de ontwerpopgave én alle bijbehorende risico’s bij marktpartijen neerleggen”, licht Van de Pol toe.
De afgelopen vijf jaar zag de GMB-directeur een rigoureuze verandering in de manier waarop opdrachtgevers contracten in de markt zetten. “Waar wij voorheen met voorgeschreven bestekkken werkten, staan in de huidige contracten vooral de outputspecificaties centraal. Zo stellen de beheerders van waterzuiveringsinstallaties bijvoorbeeld eisen aan het stikstof- en fosfaatgehalte dat in het effluent mag zitten. Hoe wij dat bereiken, mogen we zelf invullen.”
Geen invloed
GMB bouwde de afgelopen jaren voor diverse waterschappen waterzuiveringsinstallaties. Maar het blijkt in de praktijk voor het bedrijf niet eenvoudig om hier onderaan de streep genoeg geld over te houden. Dat heeft volgens Van de Pol verschillende oorzaken. “De aanbestedingen zijn vaak ingestoken op total cost of ownership. Daarbij moeten wij, naast de investeringssom, ook de operationele kosten over een periode van 15 jaar of langer in kaart brengen. In de praktijk zitten wij er dan vaak naast met onze voorspellingen.”
Dat komt volgens hem mede omdat de prestaties waaraan de waterzuiveringsinstallaties moeten voldoen in veel gevallen worden beïnvloed door zaken waar GMB helemaal geen grip op heeft. “Denk bijvoorbeeld aan het weer. Is het een droog of nat voorjaar geweest? Een lange of een korte zomer? Er zijn allerlei parameters waar je als opdrachtnemer geen invloed op kunt uitoefenen, maar die wel van belang zijn voor het functioneren van de installatie.”
Veel discussie
Daarnaast ziet Van de Pol dat er na de aanbesteding zaken kunnen veranderen waar in eerste instantie geen rekening mee is gehouden. “Zo hebben wij veel discussies gehad over de verandering van de aanvoerkarakteristieken van het afvalwater en het effect daarvan op de toegezegde effluentkwaliteit. Tegelijkertijd beschikken wij intern ook niet altijd over de juiste kennis om met deze problemen om te gaan. Daarom zijn wij volop bezig om het kennisniveau van onze medewerkers te verhogen.”
Ook bij de uitvoering van projecten voor Ruimte voor de Rivier loopt GMB, net als andere aannemers, tegen vergelijkbare problemen aan. “Daarbij gaat het voornamelijk om de volledigheid en juistheid van de informatie waarop wij onze prijsvorming baseren. In de praktijk blijkt dat vaak niet te kloppen. Zo hebben wij bij vrijwel alle projecten te maken met de aanwezigheid van verontreinigde grond of explosieven. Ook de nieuwe regels van Deltares voor de dimensionering van harde keringen pakken zwaar uit. Het kost veel tijd om deze regels door te rekenen in het ontwerp. En dat doe je niet zo snel in de aanbestedingsfase.”
Nieuwe contractvormen
Van de Pol ziet steeds vaker dat opdrachtnemers en opdrachtgevers worstelen met de nieuwe contractvormen. “Wij hebben vooral moeite om uit te leggen dat opdrachtgevers altijd de risico’s dragen die voortvloeien uit verkeerde of zelfs onjuiste informatie  Opdrachtgevers hebben óók een taak om de risico’s te beheersen. Eenzijdig risico’s verleggen naar de opdrachtnemer is geen oplossing.”
Dat geldt volgens hem vooral voor de waterschappen. “Die nemen in contracten bepalingen op waardoor het risico, ook voor risico’s die een aannemer niet kan beheersen, volledig bij ons komt te liggen. En dat vind ik onredelijk. Bovendien kunnen wij ons hier niet tegen verzetten. De waterschappen stellen immers de contractvoorwaarden op, net als andere opdrachtgevers.”
Taskforce
De GMB-directeur benadrukt dat hij niet terug wil naar de oude situatie , maar pleit tegelijkertijd voor substantiële veranderingen in de manier waarop opdrachtgevers en opdrachtnemers met elkaar samenwerken. “Wij gaan de goede richting op met de nieuwe contractvormen, maar de toepassing moet anders. Daarvoor zijn fundamentele stappen nodig. Bijvoorbeeld in de vorm van de oprichting van een taskforce op hoog niveau. Daarin kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers gezamenlijk investeren in onderzoek naar risicoverdelingsmodellen om ervoor te zorgen dat de risico’s niet meer eenzijdig bij de opdrachtnemers komen te liggen. Daarnaast vind ik het een goede zaak om door middel van co-creatie te onderzoeken hoe wij beter kunnen samenwerken. Want de huidige situatie is voor beide partijen onbevredigend en niet bevorderlijk voor het werkplezier.”

Zelf aan de slag
Bedrijven in de sector zullen volgens hem ook zelf aan de slag moeten om de risicobeheersing te verbeteren. “De ontwikkelingen in de branche zijn in elk geval aanleiding voor een herpositionering van GMB Civiel. Zo focussen wij op drie marktproductcombinaties; waterveiligheid en constructies, waterkwaliteit en installaties en haven en industrie. Daarnaast gaan wij de competenties van onze medewerkers versterken, zodat ze uitgroeien tot dé specialisten in hun vakgebied.”