Rioolwateronderzoek toont aan dat Nederlandse steden vooroplopen in drugsgebruik

De conclusies van de meest uitgebreide rioolwaterstudie naar drugs ooit, staan in het European Drug Report 2014 dat het Europese agentschap voor verdovende middelen (EMCDDA) heeft uitbracht. De website van de EMCDDA bevat tevens een on-line analyse van het rapport. Het doel van de SCORE-studie was om geografische verschillen en tijdtrends op te sporen in het drugsgebruik in grote Europese steden. Dit is de eerste en meest uitgebreide studie die gedurende meerdere jaren, en volgens een vooraf vastgesteld gezamenlijk meetprotocol, rioolwater in verschillende landen bekeken heeft.

KWR-onderzoeker en UvA-hoogleraar Chemie Pim de Voogt draagt van het begin af aan bij aan de Europese studie. Enerzijds omdat KWR tot taak heeft de kwaliteit van drinkwaterbronnen te monitoren voor de Nederlandse drinkwaterbedrijven. Oppervlaktewater (uit de grote rivieren) is een van die bronnen (naast grondwater en oeverinfiltraat). Daarnaast is het team Chemische Waterkwaliteit en Gezondheid van KWR een van de drijvende krachten achter het SCORE-netwerk.

Real-time in kaart
Chemische analyse van rioolwater is een nieuwe en zich heel snel ontwikkelende discipline die trends in het gebruik van verdovende middelen (maar ook andere middelen) op het niveau van de gehele stedelijke bevolking bijna real-time in beeld brengt. Door het bemonsteren van een goed gedefinieerde (punt)bron van afvalwater, zoals het influent van een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), kunnen wetenschappers de vracht aan verdovende middelen berekenen in een gemeente aan de hand van concentraties van de drugs of hun omzettingsproducten die na consumptie in het lichaam ontstaan en met urine worden uitgescheiden.

Uitgebreide analyse
Van Londen to Nicosia en Stockholm tot Lissabon werden gedurende een week in april 2012 en maart 2013 dagelijks monsters van RWZIs geanalyseerd. In 2012 waren 23 steden in 11 landen in de studie betrokken, in 2013 is dat aantal uitgebreid naar 42 steden in 21 landen. De resultaten werden vergeleken met gegevens van een studie uitgevoerd in 2011 (19 steden, 11 landen). Het rioolwater van ongeveer 8 miljoen mensen werd geanalyseerd op de aanwezigheid van vijf verdovende middelen: amfetamine, cannabis, cocaine, ecstasy en metamfetamine.
Nuttig beeld
De resultaten van de rioolwateranalyse geven volgens de auteurs van de studie een nuttig beeld van het drugsgebruik in de betrokken steden en laten opmerkelijke verschillen daarin zien. Sporen van cocaïne waren bijvoorbeeld hoger in steden in het westen en zuiden dan in het noorden en oosten van Europa. Het gebruik van amfetamine was vrij gelijkmatig verdeeld over Europa met uitschieters in het noorden en noordwesten. Metamfetaminegebruik is over het algemeen vrij laag, maar waar het voorheen beperkt was tot de Tjechische Republiek en Slowakije zien we nu ook gebruik in het oosten van Duitsland en in Scandinavië. In de Nederlandse steden wordt relatief veel cocaïne, amfetamine en ecstasy gebruikt, en ook voor cannabis geldt dat Nederland in de top 5 staat.
Als we naar het patroon van gebruik gedurende een week kijken, blijkt dat het gebruik van cocaïne en ecstasy sterkt stijgt in de weekenden in de meeste steden, terwijl het gebruik van cannabis en metamfetamine meer gelijkmatig is gedurende de hele week.

Snel trends en gebruik in kaart
Het EMCDDA-rapport concludeert dat “rioolwateranalyse de mogelijkheid biedt vaker, regelmatiger en sneller metingen te doen en te rapporteren dan we op dit moment gewend zijn van nationale surveys”. Als deze methode routinematiger wordt gebruikt naast andere drugsmonitoringmethoden, dan heeft het de potentie om waardevolle extra informatie over trends in verspreiding en gebruik van drugs te genereren en het op de markt komen van nieuwe psychoactieve middelen te signaleren.