“Rijn gedraagt zich anders dan in berekeningen Deltaprogramma”

Door: Loes Elshof

Houdt het Deltaprogramma voldoende rekening met de onzekerheden van volumes voor rivierwaterafvoer en waterveiligheidsmaatregelen die over de grens (bovenstrooms) worden getroffen? 

“Er is de afgelopen jaren wel herhaaldelijk naar de bovenstroomse situatie gekeken, maar het is al jarenlang dezelfde mantra van die twee getallen: maximaal 16.000 m3/s  en 18.000 m3/s rivierwaterafvoer bij Lobith. De kengetallen die de input vormen voor de ontwerpnormen van de Nederlandse rivierdijken, worden nauwelijks onderbouwd. Het is al lang duidelijk is dat de bandbreedten veel groter zijn, maar daar wordt door het ministerie niets mee gedaan. Neem die 18.000 m3/s. Dit is een gigantische hoeveelheid water, die alleen Nederland bereikt als overal in Duitsland enorm verhoogde dijken zijn aangelegd waardoor de extreme watervolumes doorstromen. Dat zal waarschijnlijk nooit het geval zijn om twee redenen. Ten eerste nemen ze in Duitsland gevolgbeperkende maatregelen, waardoor enorm hoge dijken niet nodig zijn. Ten tweede zullen veel hogere dijken fysiek niet mogelijk zijn, doordat de ondergrond op veel plaatsen poreus is.”
“Ik heb veel waardering voor de berekening van de nieuwe normen voor primaire waterkeringen in Nederland. Dat is zo zorgvuldig gebeurd. De normen staan als een huis, maar de rivierafvoer volumes en gerelateerde waterstanden waarmee de waterkeringen vervolgens getoetst zullen worden, zijn slecht onderbouwd. Dat is verbazingwekkend.”
Wat is onvoldoende in beeld?
“Je kunt het water langs de oevers van de IJssel tegenhouden, maar als de Rijndijken voor Lobith – bij Rees of Emmerich in Duitsland het begeven, stroomt het water via en de achterdeur naar Deventer, Zutphen en Doesburg, het is een uitgestrekte vallei die volloopt. Dit is al tijdens de watersnood in 1926 gebeurd. Vanaf Bonn – waar het Duitse middengebergte ophoudt – kan bij extreme waterafvoer de Rijn op verschillende plekken overstromen en vervolgens binnendijks, links of rechts van de Rijn, vanaf het oosten ons land overstromen. Je hebt er niets aan dat dadelijk ‘vanaf Lobith’ alles op orde is. Overigens: dat begrijpen de waterschappen in Oost-Gelderland, zoals Rijn en IJssel, en de Provincie Gelderland ook heel goed. Het is al langer bekend. Enkele jaren geleden heb ik met anderen hierover ook een advies uitgebracht aan Rijkswaterstaat.”
Kunnen de maatregelen op Nederlands grondgebied dus beperkt(er) blijven, als de afvoergolf van de Rijn niet alleen bij Lobith binnen komt?
“Rond Zutphen worden rivierverruimende maatregelen getroffen, maar zonder nader onderzoek en overleg met Duitsland, zou dat wel eens verspilling van geld kunnen zijn. Datzelfde geldt voor veiligheidsmaatregelen verder naar het westen van ons land.”
Zou Nederland moeten meebetalen aan bovenstroomse rivierwaterverruiming, die de waterafvoerproblemen in Nederland verminderen? 
“Je kunt ook ‘betalen’ door kennis en capaciteit te aan te bieden. Ik vraag mij af of meebetalen zinvol is. Maatregelen zoals rivierverruiming werken vooral lokaal. De aanleg van retentiegebieden in (het midden van) Duitsland heeft geen effect op onze waterstanden – in geval van extreme waterstanden zijn die Duitse retentiegebieden al lang volgelopen en stroomt de grootste hoeveelheid water door richting Nederland.”
“Wat wel zou helpen – maar dat is niet realistisch – is als je de situatie 200 jaar terugdraait naar een meanderende en vlechtende Rijn. Vanwege de scheepvaart is de Rijn strak getrokken en stroomt het water met grote snelheid door naar het laagland. Duitsland heeft al lang niet voldoende geïnvesteerd in de dijken van de grensoverschrijdende dijkringen. Overigens liggen de Duitse dijken er in de grensregio op het oog goed bij.”
Wat moet er dan gebeuren?
“Ga liever nog eerst eens verder studeren en vooral het gesprek aan met Duitse waterbeheerders. We moeten nog eens goed kijken naar de waterveiligheid in het Duits-Nederlandse grensgebied en het beleid in de grensoverschrijdende dijkringen op elkaar afstemmen. Er wordt op ambtelijk niveau wel gesproken en ook in de grensregio’s is deze problematiek bekend. Maar op landelijk, politiek niveau is er nauwelijks contact.”
Een muurtje op de grens?
“Een muurtje op de grens zodat het water terugstroomt, lijkt mij niet de ideale oplossing. Ook als je niet verder met de Duitsers overlegt, zul je wat moeten in deze regio. Andersom geldt het trouwens ook: de maatregelen die bij Nijmegen worden getroffen, zullen ook de kans op een overstroming in het Duitse grensgebied, bij Emmerich en Rees, verlagen.”
Waarom is het Deltaprogramma Rivieren onvoldoende internationaal afgestemd?
“Het hanteren van die vaste kengetallen is een politieke keuze is geweest. Die internationale afstemming is moeilijk, maar dat is geen reden om het niet te doen. Het is ook niet onmogelijk. Ook in Duitsland werken professionals serieus aan deze thematiek. We zullen ons beleid meer moeten aanpassen op wat de Duitsers doen. Internationale samenwerking-structuren (bijvoorbeeld per stroomgebied) kunnen daarin bijdragen.”
Waarin verschilt Duitsland van Nederland in het benaderen van waterveiligheid?
“Men meet in Duitsland al anders; met gemeten waterstanden en overhoogten. Wij werken met faalkansen. Duitsers gaan anders om met wateroverlast dan wij, ze zijn er beter op voorbereid. Dat zie je ook na de overstroming van de Elbe in 2002; in 2013 was er opnieuw een overstroming. Ze gaan niet tot het uiterste om overstromingen te voorkomen – er is misschien ook niet de kracht of het geld voor. Wat ook meespeelt is dat een overstroming in Duitsland minder rampzalig uitpakt dan bij ons. Binnen enkele kilometers afstand is er een heuvelgebied, waar veelal ook de kwetsbare infrastructuur – zoals ziekenhuizen of brandweer – wordt neergezet. Bovendien kun je in Duitsland tegen overstromingsschade verzekeren. De Nederlandse strategie is defensiever: zo’n overstroming mag nooit gebeuren.
Een voordeel overigens is dat de Duitse dijken veel breder dan bij ons en breken daardoor minder gemakkelijk door.” 
Moeten er nog andere punten worden onderzocht?
“De afvoerverdeling van het Rijnwater over de diverse Nederlandse rivieren. Het Deltaprogramma gaat uit van een vaste verdeling, op basis van de normale afvoervolumes. Maar bij extreme rivierwaterafvoer kan het natuurlijke systeem zich heel anders gedragen – omdat de vorm van het stroomgebied totaal verandert. Ook het splitsingspunt bij Nijmegen zal vol met water stromen. Gelukkig is het Deltaprogramma adaptief – dus je hebt de tijd om op dit punt aanpassingen te treffen.”