Rijkswaterstaat viert 200 jaar NAP

Op 18 februari 2018 vierde Rijkswaterstaat de tweehonderdste verjaardag van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). De invoering van het NAP op 18 februari 1818 kan volgens Rijkswaterstaat worden gezien als een Nederlandse uitvinding van wereldformaat. De dienst is verantwoordelijk voor het NAP en gebruikt het o.a. als basis voor de hoogte van dijken en duinen.

Al vanaf de Middeleeuwen worden in Nederland waterhoogten gemeten, maar nationaal watermanagement werd pas mogelijk toen koning Willem I op 18 februari 1818 per Koninklijk Besluit het Amsterdams Peil (AP) invoerde: hét referentievlak voor hoogtemetingen in heel Nederland. In 1829 werd het AP voorgeschreven nulpunt voor alle peilschalen in Nederland. Na de eerste nauwkeurigheidswaterpassing (1875-1885) werd de naam Normaal Amsterdams Peil ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het NAP-net in Nederland is opgedragen aan Rijkswaterstaat.

Bescherming tegen overstromingen
De invoering van het NAP was een belangrijk moment in de Nederlandse watergeschiedenis. Het is immers de basis voor het vastleggen van waterstanden en de hoogte van de dijken en daarmee belangrijk voor de bescherming tegen overstromingen. Het Europese hoogtesysteem EVRS (European Vertical Reference System) gebruikt het NAP ook als referentievlak. Voor het gemak wordt het NAP vaak gelijkgesteld aan het gemiddeld zeeniveau, maar historisch gezien ligt het NAP dichter bij het gemiddelde hoogwaterniveau in het IJ voor de afsluiting in 1872.

NAP in het digitale tijdperk
Momenteel houdt Rijkswaterstaat bij of de bodem daalt, stijgt of gelijk blijft ten opzichte van het NAP aan de hand van de ongeveer 35.000 NAP-peilmerken door heel Nederland. Nieuwe technologieën bieden de dienst echter de mogelijkheid om het proces voor het actueel houden van de peilmerkhoogte te optimaliseren. Vanaf 2020 gaat Rijkswaterstaat gebruikmaken van gegevens van satellieten. Met de satellietdata van INSAR kunnen uiterst nauwkeurig bewegingen van objecten worden gedetecteerd. Op basis van die satellietdata en historische NAP-data krijgt Rijkswaterstaat vroegtijdig inzicht in waar de bodem zal dalen of zakken. In de nabije toekomst zullen slimme systemen zelf aangeven wanneer hermeting nodig is en of maatregelen moeten worden getroffen.