Sinds half januari gaan de Haringvlietsluizen af en toe op een kier om trekvissen ruimte te geven. (foto: Jac van Tuijn).

Van de 150 zalmen met zenders die vrijdag 10 mei in Duitsland zijn uitgezet, heeft geen enkele zalm de Haringvlietsluizen bereikt. “Het kan zijn dat er wel vissen in het Haringvliet zijn aangekomen, maar die hebben de sluizen niet bereikt. Wij meten namelijk pas bij Stellendam om te zien of de vissen de Haringvlietdam via een van de openingen kunnen passeren”, verklaart Anneke Heinecke van Rijkswaterstaat.

Van de 150 zalmen die begin mei werden uitgezet, werden er eind mei zeven voor het laatst gesignaleerd bij Sliedrecht. Het is niet duidelijk of die later het Haringvliet hebben bereikt. Heinecke: “Verder naar het oosten meten in het Haringvliet of Hollands Diep zou meer inzicht geven, maar gezien de breedte van het water en de kosten om een detectiestation te bouwen, is er voor gekozen om alleen bij Stellendam te meten. Alle andere routes zijn afgedekt met detectiestations.” Naast de zeven vissen in Sliedrecht zijn 59 vissen de Duitse grens bij Xanten gepasseerd en hebben 21 zalmen de Waal (Brakel) gehaald.

Geen conclusies

Het is bekend dat een deel van de zalmen door aalscholvers is opgegeten. “Bij aalscholverbroedkolonies in de buurt van de uitzet-locaties in Duitsland zijn zenders teruggevonden. Verder zullen er ook vissen zijn opgegeten door roofvissen en zijn er verliezen als gevolg van de scheepvaart.” Volgens Heinecke is het niet reëel om te verwachten dat er direct veel meer vissen via het Haringvliet uittrekken. “De sluizen gaan nog maar beperkt op een kier. We bouwen dit langzaam op. De aantallen gemerkte zalmen die jaarlijks de kust bereiken zullen variëren. Het succes is van veel factoren afhankelijk. Aan de resultaten van dit jaar kunnen we geen conclusies verbinden. Dit moet over meerdere jaren worden bekeken.”

Meer onderzoek

Rijkswaterstaat zal de komende jaren jaarlijks gemerkte vissen uitzetten voor onderzoek om inzicht te krijgen in de effecten van de Kier op de uittrek van zalmen. Het gaat dan met name om jonge zalmen (smolts) die groot en sterk genoeg zijn naar zee willen trekken. Bij oudere dieren is de kans dat ze naar zee willen trekken geringer. Volgens Rijkswaterstaat is het niet zinvol om zalmen in zee uit te zetten. “Je wilt graag dat de jonge zalm vertrekt vanaf de paai- en opgroeigebieden zodat hij omgevingsparameters kan inprenten voor vertrek. Met deze info is hij dan als volwassen dier in staat om de plek waar hij is opgegroeid terug te vinden en daar te paaien om zo bij te dragen aan een volgende generatie zalmen.”

Effecten van het ‘kieren’

Volgens Rijkswaterstaat is het kieren ook niet de enige oplossing om de visstand weer op peil te brengen. “Maar het is wel een belangrijk onderdeel van de oplossing. De Haringvlietdam is duidelijk een barrière voor de migratie van vissen. Ook het passeerbaar maken van stuwen die de vissen tegenkomen op de weg naar de paai- en opgroeigebieden, het op orde brengen van de paaigebieden en de verbeterde waterkwaliteit vervullen een belangrijke rol in het terugkeer van de zalm. De komende jaren zal uit onderzoek blijken wat de effecten van de kier zijn.”