De Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) zorgt voor extra zoet water in West-Nederland (Beeld: Stichtse Rijnlanden)

Rijkswaterstaat en twee waterschappen zijn vanaf 24 juli om 14.00 gestart om vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek extra zoet water naar West-Nederland aan te voeren. Dat gebeurt via het speciaal hiervoor in de jaren ’80 gebouwde gemaal De Aanvoerder in Utrecht. Doel is om verzilting tegen te gaan en schade aan de natuur en de teelt van gewassen te voorkomen.

Door inzet van de zogeheten Klimaatbestendige Wateraanvoervoorziening (KWA, voorheen Kleinschalige Wateraanvoervoorziening) wordt zoet water meer bovenstrooms uit de de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Dat is nodig omdat het westen van Nederland te weinig zoet water via de Hollandse IJssel krijgt. De afvoer van de Rijn is nu onder de 1100 m3/per seconde gekomen. Hierdoor stroomt zilt water vanuit de Noordzee via de Nieuwe Waterweg door gebrek aan tegendruk tot aan Gouda de Hollandse IJssel in. Door de extreme droogte is het water in het innamepunt in Gouda zodanig verzilt geraakt dat schade op kan treden aan de natuur en de teelt van gewassen.

Gemaal De Aanvoerder
Rijkswaterstaat en de twee waterschappen (het hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en het hoogheemraadschap van Rijnland) voeren daarom vanaf 24 juli om 14.00 via een andere aanvoerroute zoet water aan, namelijk via de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze aanvoer vindt plaats via gemaal De Aanvoerder. Het gemaal is in de jaren ’80 gebouwd, maar moest in 2011 worden verplaatst vanwege de verbreding van de rijksweg A2. Ingenieursbureau DHV heeft toen nabij het Amsterdam Rijnkanaal een bestaande keersluis omgebouwd tot een nieuw gemaal De Aanvoerder met een capaciteit van 7 m3/s. Het gemaal is tweemaal ingezet: in 2003 en 2011. De maatregel zorgt voor een aanvoer van 6,9 kubieke meter per seconde. Dat betekent dat ter hoogte van Bodegraven 6900 liter zoet water per seconde de boezem van Rijnland binnenkomt.

Capaciteit vergroot
Tijdens de droge periodes in 2003 en 2011 bleek de maximale inlaatcapaciteit van water voor eigen gebruik en de KWA overigens onvoldoende. Daarom heeft de regio West-Nederland een uitvoeringsprogramma opgesteld. Een van de eerste stappen is het uitbreiden van de KWA van 7 naar 15 m3/per seconde, via zowel Gouda (Waaijersluis) als Bodegraven (sluis Bodegraven). Deze stap moet in 2021 zijn afgerond.

Vaarverbod
De duur van de maatregel is volgens het hoogheemraadschap van Rijnland moeilijk te voorspellen. De maatregel blijft van kracht zolang de droogte aanhoudt en de aanvoer van zoet water beperkt is. Bovendien is er bij het inlaatpunt van Gouda nog sprake van verhoogd chloridehoudend water, oftewel te zout water.
Het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden stelt bovendien vanaf dinsdag 24 juli 9.00 tot nader order een vaarverbod in op de Leidsche Rijn, tussen de Haanwijkersluis in Harmelen en het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht. Dit gebeurt om de aanvoer van extra zoetwater naar West-Nederland mogelijk te maken. Watersportrecreanten moeten op tijd uit het gebied vertrekken om te voorkomen dat ze met hun boot vast komen te zitten.

Lees hier de live blog van hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden