Rekenkamer: budget onderhoud hoofdwatersysteem schiet te kort

Hoeveel geld is tot en met 2020 nodig om dammen, dijken, stuwen en stormvloedkeringen te onderhouden en hoe wil de minister van IenM dat financieren? Dat vormde de centrale vraag van de Algemene Rekenkamer.
De instandhouding van het hoofdwatersysteem is tot en met 2020 jaarlijks op gemiddeld € 160 miljoen begroot. In 2011 had de minister zelf al vastgesteld dat er € 151 miljoen extra budget nodig was tot en met 2020, maar dat blijkt alsnog onvoldoende. Volgens de Rekenkamer is daarbovenop nog € 132 miljoen extra nodig. Dit wordt mede veroorzaakt door prijsstijgingen,  onderhoud aan extra infrastructuur als gevolg van de areaalgroei en onvoorzien onderhoud bij de Oosterscheldekering.
De extra budgetbehoefte kan grotendeels via bestaande potjes worden opgevangen, maar er resteert volgens de Rekenkamer een financieringstekort van € 32 miljoen.

Schltz stelt in een reactie aan de Rekenkamer dat zij voldoende budget beschikbaar heeft in geval van ernstige risico’s. Ook schrijft zij maatregelen te hebben getroffen voor de periode tot 2030 en dat een deel van het financieringstekort is opgevangen in de ontwerpbegroting 2017 van IenM. Volgens de berekening van de minister resteert daardoor een tekort van € 18 miljoen. Zo geeft zij aan dat de 36 miljoen die de Rekenkamer rekent voor ‘niet ontvangen prijsbijstellingen’ (inflatie) te dekken vanuit de investeringsruimte in het Deltafonds.

Bron Algemene Rekenkamer

Schultz geeft in haar reactie aan dat ze een deel van de risico’s afdekt met budgetreservering. Op het moment dat het risico voldoende is ‘uitgehard’, voegt ze de reservering toe aan het instandhoudingsbudget. Als voorbeeld noemt ze de extra kosten door areaalgroei, ontstaan door in de afgelopen jaren opgeleverde projecten.
Ze schrijft dat dit betekent dat ze niet alle onderkende risico’s op voorhand volledig financieel afdekt. ‘Dit doe ik mede om ervoor te zorgen dat er prikkels blijven om slimme, vernieuwende maatregelen toe te passen in het beheer en onderhoud die de doelmatigheid ten goede komen.’
Die prikkel tot innovatie en doelmatigheid zegt ze zo belangrijk te vinden dat ze een tekort van 18 miljoen ‘aanvaardbaar’ vindt.

Schultz geeft aan ruimte te willen houden om te prioriteren tussen onderdelen van instandhouding en nieuwe aanleg om de waterveiligheid en voldoende schoon water maximaal te bevorderen. ‘Daarbij houd ik rekening met capaciteit van de uitvoerder en de markt voor respectievelijk instandhouding en aanleg, Dat doe ik om werkzaamheden van aanleg en onderhoud doelmatig uit te voeren.’

Geen actueel overzicht
De Rekenkamer laat zich nu opnieuw kritisch uit over het ontbreken van een actueel financieel overzicht bij Rijkswaterstaat. Het schuiven met budgetten leidt tot veel onduidelijkheid.
De Rekenkamer tikte Schultz daarvoor ook in 2015 op de vingers toen het een soortgelijk onderzoek deed naar de budgetten voor onderhoud aan hoofdvaarwegen. Rijkswaterstaat heeft wel enige verbeteringen doorgevoerd, maar heeft nog steeds geen actueel financieel overzicht, stelt de Rekenkamer nu. De balanspost voor ‘nog uit te voeren werkzaamheden’ is cruciaal voor het inzicht, maar wordt niet standaard jaarlijks geanalyseerd. Schultz is daardoor niet in staat de Kamer voldoende te informeren over de (extra) maatregelen die nodig blijken om het hoofdwatersysteem in stand te houden en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn.

Uitgesteld of achterstallig onderhoud
De Rekenkamer komt in dit rapport terug op eerder gevoerde discussie over de onderhoud van het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet. Destijds informeerde Schultz de Tweede Kamer over haar instandhoudingsaanpak. Ze introduceerde daarbij definities voor de begrippen ‘uitgesteld onderhoud’ (bewust afwijken van het voorgenomen onderhoud) en ‘achterstallig onderhoud’ (niet voldoen aan de veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken). Zij gaf toen ook aan dat de keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van de technische conditie van een object, het optimaliseren van de planning van werkzaam­ heden en/of de prestatieafspraken tussen de minister en Rijkswaterstaat.
De Rekenkamer stelt dat de minister hiermee een ‘ideaalbeeld’ schetst. ‘Het ministerie is namelijk nog niet zover dat hier al invulling aan gegeven kan worden. De informatiehuishouding bij Rijkswa­terstaat is bijvoorbeeld nog onvoldoende op orde om een onderscheid te maken tussen uitgesteld onderhoud en achterstallig onderhoud.’

Zorgelijk

Enkele uren na het verschijnen van het rapport sprak CDA-Kamerlid Jaco Geurts in een persbericht zijn zorg over de conclusies van de Rekenkamer uit. De christen-democraten willen hierover een debat met Schultz. ,,Dit is zeer zorgelijk, zeker voor de veiligheid van Nederland dat voor een groot deel onder de waterspiegel ligt”, aldus CDA-Kamerlid Jaco Geurts.