Regionale koolstofbanken voor waterpeilverhoging veenweidegebieden

Met de regionale koolstofbanken worden grondeigenaren gefinancierd die waterpeilen verhogen om het veen te behouden en broeikasgasuitstoot te verminderen (foto: Hardscarf /Wikimedia Commons).

In Noord-Holland, Zuid-Holland, Friesland, Overijssel en Utrecht worden ‘koolstofbanken’ ingericht die grondeigenaren kunnen financieren die de waterpeilen van veenweiden willen verhogen. Daarmee kan het veen worden behouden en tevens de uitstoot van broeikasgassen worden verminderd. Het Rijk stelt klimaatgelden beschikbaar voor dit Valuta voor Veen-project. De vijf regionale banken worden filialen van een landelijke koolstofbank.

Het initiatief om koolstofbanken op te zetten is afkomstig van de natuur- en milieufederaties, die het nieuws vorige week bekendmaakten op hun website. Zij zien hierin een middel om te voldoen aan de afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord. Daarin is een besparing van 1 megaton CO2 in 2030 afgesproken. Reductie van de broeikasgassenuitstoot uit de Nederlandse veenweiden is een van de maatregelen van de Nederlandse klimaatopgave. Veenweiden stoten jaarlijks circa 7 megaton uit, circa vier procent van de hele CO2-uitstoot in Nederland. De uitstoot uit veen kan worden beperkt door het grondwaterpeil te verhogen, waardoor het veen aantoonbaar minder oxideert.

Gecertificeerd door Green Deal
De methodiek Valuta voor Veen is ontwikkeld via pilots met onder andere de Friese Milieu Federatie, Projecten LTO Noord, Collectief It Lege Midden, Collectief de Noardlike Fryske Wâlden, Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân. Eind december 2019 werd Valuta voor Veen gecertificeerd door de Green Deal Nationale Koolstofmarkt. Daarmee kwam het initiatief uit de pilotfase en kan het officieel in de praktijk worden gebracht. Nu kunnen verhandelbare koolstofcertificaten (1 credit = 1 ton CO2-reductie) worden uitgegeven aan grondeigenaren, zoals in Duitsland al succesvol gebeurt in het projectgebied ‘Moorefuture’. “Wij gaan vanuit dit project samen met grondeigenaren 10 Valuta voor Veen-gebiedsprojecten in de veenweiden opzetten, kopers aantrekken en koolstofcertificaten verhandelen via regionale koolstofbanken”, aldus landelijk projectleider Monique Plantinga. “Gesprekken met veenweideboeren en andere grondeigenaren zijn al gaande. Op korte termijn verwachten we de uitgifte van de eerste koolstofcertificaten.”

Vrijwillige markt
De methodiek is gebaseerd op de bereidheid van burgers, bedrijven en overheden om vrijwillig hun CO2-uitstoot af te kopen. Volgens de initiatiefnemers gaat het om een “wereldmarkt waarin compensatie plaatsvindt in internationale projecten met name op het gebied van bosaanplant”. De verwachting is dat deze handel in koolstofcertificaten dankzij het Klimaatakkoord ook in Nederland snel gaat stijgen. De Valuta voor Veen-certificaten zouden op de vrijwillige koolstofmarkt tussen de 400 en 700 euro per hectare op kunnen leveren, denken de natuur- en milieufederaties. Daarnaast is er sprake van maatschappelijke baten. Plantinga: “Naast een nieuwe vorm van inkomsten en naast een bijdrage aan de klimaatdoelen, levert de methodiek meer op. Tegengaan van bodemdaling, creëren van betere omstandigheden voor weidevogels, bijdragen aan herstel van biodiversiteit en behoud van cultuurhistorisch veenweidegebied zijn bijvoorbeeld ook baten. Stapeling van inkomsten komt hierdoor ook in beeld.  Kortom: investeren in veen loont!”

‘Toekomstbestendige landbouw in de veenweidegebieden’
Een vrijwillige koolstofmarkt op nationale schaal met regionale CO2-reductieprojecten bestaat in Nederland nog niet. Plantinga: “Met deze methodiek en aankomende methodieken ligt dit nu binnen bereik. Financiële en maatschappelijke baten vloeien hierdoor terug naar de regio, in plaats van naar het buitenland. Deze baten dragen bij aan de doorontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw in de veenweidegebieden.” Volgens de natuur- en milieufederaties is er in Nederland veel interesse om koolstofcertificaten te kopen. Plantinga: “Het project is nog maar net gestart, toch merken we al grote interesse van potentiële kopers. Wat nog mist is een – regionaal – platform waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Met de door het Rijk toegekende 425 duizend euro wordt dit mogelijk gemaakt.”