De toonderaandelen werden gevonden door medewerkers van het bedrijf World Wide Administrators (WWA) in een kast in een watertoren in Tilburg. (foto: Rogier Want, Wikimedia Commons).

Brabant Water hoeft de 8.337 toonderaandelen van de voormalige Tilburgse Waterleidingmaatschappij (nu Brabant Water) die in een kast van de watertoren in Tilburg zijn gevonden, niet op naam te zetten van incassobureau International Receivables Purchase (IRP) uit Den Bosch. Het incassobureau kocht het aandelenpakket van de huurders van de watertoren. Bij het afsluiten van het huurcontract droeg Brabant Water de inventaris van de watertoren aan hen over en zij beschouwen zichzelf als rechtmatige eigenaar. Via de rechter wilde IRP afdwingen dat de aandelen op naam werden gezet, maar de rechter stak daar een stokje voor.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt in haar uitspraak dat IRP de toonderaandelen heeft verkregen van een ‘beschikkingsonbevoegde vervreemder’. Brabant Water heeft de in totaal 8.337 toonderstukken met een nominale waarde van ƒ 150,- per aandeel niet bewust overgedragen aan de huurders. Ouderwetse toonderaandelen staan niet op naam; degene die ze bezit, is ook de eigenaar. De gevonden aandelen uit de kast in de watertoren zijn gedagtekend door drie commissarissen van de Tilburgse Waterleidingmaatschappij op 1 maart 1976.

Hoger beroep

Directeur Rogier Stulemeijer van het incassobureau zei tegen RTL4 ‘buitengewoon teleurgesteld’ over de uitspraak te zijn en overweegt hoger beroep. Volgens Stulemeijer hebben Brabant Water en de gemeente die eigenaar was van het Tilburgse waterbedrijf de situatie aan zichzelf te wijten. “Zij hebben dit over zichzelf afgeroepen. Dit betreft aandelen aan toonder. Daar moet je voorzichtiger mee omspringen dan met rollen WC-papier.” In 2007 betaalde Brabant Water ruim 56 miljoen euro voor het Tilburgse waterleidingbedrijf. Omdat het gevonden pakket een groot aantal aandelen bevat, is het in potentie veel geld waard. Vooralsnog heeft de zaak alleen geld gekost. De rechter veroordeelt IRP tot het betalven van de proceskosten (€ 1.725,-).