Chemours hoeft de lozing van de stof FRD-903 niet verder te beperken (foto: Rijksoverheid).

Chemiebedrijf Chemours in Dordrecht hoeft de lozing van de stof FRD-903 niet verder te beperken. De rechtbank in Den Haag oordeelt 28 juni dat er met de huidige kennis over de stof FRD-903 geen aanwijzingen zijn dat lozing van de daarvan toegestane hoeveelheid tot nadelige gevolgen leidt voor het milieu en de volksgezondheid.

Drinkwaterbedrijf Oasen had de rechtszaak aangespannen en geëist dat de lozing van Chemours versneld moest worden afgebouwd. Het chemiebedrijf produceert in Dordrecht kunststoffen en maakt daarbij gebruik van de GenX-technologie. Hierbij gebruikt het chemiebedrijf de omstreden stof FRD-903 en onstaat de stof E1. Chemours heeft voor de lozing van deze stoffen op de gemeentelijke riolering en in de lucht een vergunning van de provincie Zuid-Holland.

Beperking lozing
De provincie Zuid-Holland heeft in april 2017 de hoeveelheid FRD-903 die Chemours mag lozen beperkt van 6400 naar 2035 kg per jaar. Deze verlaging was gebaseerd op een advies van Rijkswaterstaat. Volgens Oasen had de provincie de toegestane lozing verder moeten verlagen omdat deze stof via het (drink)water schadelijk is voor de volksgezondheid en het milieu.

Dure zuiveringsmaatregelen
Oasen zou daardoor dure extra zuiveringsmaatregelen moeten treffen. De rechtbank oordeelt aan de hand van het door haar gevraagde deskundigenadvies dat er met de huidige kennis over de stof FRD-903 geen aanwijzingen zijn dat lozing van de toegestane hoeveelheid tot nadelige gevolgen leidt voor het milieu en de volksgezondheid.
De nieuwe vergunningsvoorschriften schrijven ook voor dat Chemours binnen bepaalde termijnen moet onderzoeken hoe de lozing verder kan worden beperkt. De rechtbank volgt niet het betoog van Oasen dat het in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel om niet ook een termijn te stellen waarbinnen Chemours de lozing moet terugbrengen.

Beroep Chemours gegrond
De rechtbank heeft het beroep dat Chemours tegen het besluit van de provincie heeft ingesteld wel gegrond verklaard. De provincie had ook de toegestane lozing van de stof E1 in de lucht beperkt, van 450 kg naar 50 kg per jaar. Op grond van het deskundigenadvies is de rechtbank van oordeel dat het laagst haalbare niveau voor Chemours 59 kg per jaar is.
Volgens Oasen toont de uitspraak aan dat er strengere regels nodig zijn bij het afgeven van vergunningen voor lozingen van stoffen. Het drinkwaterbedrijf meldt in een persbericht dat sinds de verlening van de vergunning bij iedereen steeds duidelijker is dat de uitstoot van GenX sterk verlaagd moet worden.

Vergaande reductie mogelijk
Chemours heeft volgens Oasen inmiddels laten zien dat vergaande reductie mogelijk is, door de lozing in een jaar tijd te verlagen van de toegestane 2.035 kilo naar 500 kilo per jaar. Oasen vindt het dan ook jammer dat de rechter niet is meegegaan in haar eis om de lozing ook officieel in de vergunning te verlagen.
Het drinkwaterbedrijf meldt verder dat het samen met de overheid onverminderd doorgaat om de lozing naar een zo laag mogelijk niveau terug te dringen. Oasen ziet zich gesteund in diverse ontwikkelingen sinds het aanspannen van de rechtszaak. Zo heeft de provincie Zuid-Holland besloten om aangescherpte eisen toe te passen voor de hoeveelheid GenX in oppervlaktewater. Ook zijn er strenge onderzoeksverplichtingen opgesteld die Chemours moet opvolgen. Tot slot werkt de overheid volgens Oasen steeds beter samen om de regelgeving rondom lozingsvergunningen verder te verbeteren, waardoor een situatie zoals deze tot het verleden gaat behoren.

Lees hier de uitspraak van de rechtbank Den Haag