Preview ‘Kennis voor Klimaat’ – Interview Frans Klijn: ‘Volledige veiligheid is niet haalbaar’

Waterveiligheid-consortiumleider Frans Klijn gebruikt zelf nooit het woord ‘waterveiligheid’. Hij vindt het een te beperkte omschrijving en hanteert liever de term ‘overstromingsrisico’s’, want, zegt hij: “Ten eerste duidt veiligheid alleen op slachtoffers, maar het gaat ook om maatschappelijke ontwrichting en economie. Ten tweede is volledige veiligheid niet haalbaar.” Om die reden is binnen het consortium uitgebreid onderzoek gedaan naar robuustheid. “In het Deltaprogramma draait het vooral om risicoreductie en de kosten daarvan”, zegt Klijn. “Wij hebben aanvullende vragen gesteld, zoals: hoe erg is het als het fout gaat, wat betekent dat voor een bepaald gebied? Kun je de gevolgen zo beperken dat je sneller herstelt? Het onderzoek naar robuustheid toont aan dat dit inderdaad mogelijk is.” Eén van de opmerkelijkste onderzoeken van het consortium heeft uitgevoerd, vindt Klijn, is het opvijzelen van panden. “Het blijkt een serieuze mogelijkheid bij dijkverhoging.” Hij merkt dat de onderzoeksresultaten van het consortium langzaam doorsijpelen naar de praktijk, ‘vooral naar dijkbeheerders en waterschappen’. 
Mammoettanker
Bij gesprekken over nieuwbouwplannen langs de Lekdijken stelt het waterschap Rivierenland sinds kort als eis dat de woningen aanpasbaar zijn aan eventuele dijkverhoging, bijvoorbeeld door ze opvijzelbaar of verplaatsbaar te maken. “Onze ideeën zingen rond en daarmee hebben we een beetje invloed op de voorkeurstrategieën die gemaakt zijn binnen de Delta-deelprogramma’s”, zegt Klijn. Hij omschrijft die invloed als ‘kleine duwtjes tegen een mammoettanker’, maar: “het toont wel aan dat het denken over waterveiligheid in Nederland langzaam verandert en dat leven met een zeker risico algemener aanvaard wordt.”
Doorbraakvrije dijken
Klijn is al twintig jaar betrokken bij het programma Ruimte voor de Rivier en hij is trots op de resultaten die daarmee zijn geboekt. “De inspanningen hebben geleid tot werkelijke veranderingen. De rivier heeft weer wat ruimte teruggekregen door dijken te verleggen; dat was vroeger onbespreekbaar.” Nu is het tijd voor een andere transitie, vindt hij: van hoge dijken die het water altijd buiten lijken te houden maar plotseling en onverwacht kunnen bezwijken, naar dijken die niet meer kunnen doorbreken. “Het water stroomt heel soms in kleine hoeveelheden over de dijk, maar de dijk zal niet bezwijken. Rampen ontstaan door het plotseling breken van een dijk, waardoor het water onbeheersbaar een gebied instroomt, met mogelijk veel slachtoffers tot gevolg.”
Slank en sterk
Volgens Klijn zijn doorbraakvrije dijken het mooiste voorbeeld van de manier waarop zijn consortium de gevolgen van klimaatverandering voor overstromingsrisico’s benadert. “Het traditionele denken gaat ervan uit dat er geen water in de polder mag komen. Wij zeggen: je hebt dijken nodig om ervoor te zorgen dat er geen ramp plaatsvindt. En dat moet mogelijk zijn met doorbraakvrije dijken die op een aantrekkelijke manier in het landschap passen. Er zijn nu al wel voorbeelden, maar die zijn nogal lomp omdat ze gemaakt zijn met veel grond die over was, zoals in de Biesbosch en het Munnikenland. Je kunt heel slanke dijken maken, bijvoorbeeld door een paar damwanden te slaan. Dat hoop ik nog mee te maken.”
Dit artikel komt uit het boek ‘Klimaat en overstromingen’, een publicatie van Kennis voor Klimaat. Het boek is vanaf 24 september 2014 te downloaden op www.kennisvoorklimaat.nl