Peilbeheerders Rivierenland: één hi-tech regiekamer, één aanpak

De centrale regiekamer is maar één van de zichtbare elementen van een ingrijpende procesautomatisering, waarin het waterschap bijna 30 miljoen euro investeerde. Kees Vonk is secretaris-directeur van Waterschap Rivierenland. Hij legt uit: ‘In het kader van die grootschalige procesautomatisering was het ook logisch om na te denken over een centrale regiekamer, met pal ernaast de calamiteitenruimten. In die centrale regiekamer hebben we in één keer het totaaloverzicht van het hele werkgebied. De informatievoorziening is veel betrouwbaarder en veel sneller beschikbaar.’ De centrale regiekamer heeft negen werkplekken: vijf voor het peilbeheer en vier voor de zuiveringen. Dat zijn verschillende specialismen, maar ze werken uiteindelijk wel allemaal in hetzelfde gebied.
Eenduidig bij dilemma’s
Kees Vonk: ‘Je moet mensen bij zo’n overgang natuurlijk in de positie brengen waarin ze hun werk goed kunnen doen. Ze hebben nu ook een zwaardere functie omdat ze een enorme hoeveelheid data te verwerken krijgen. Veel is geautomatiseerd, maar je moet wel steeds bepalen op welk moment je welke maatregelen moet nemen. Dat is ook nadrukkelijk in de opleiding teruggekomen: wat zijn de dilemma’s en hoe ga je daarmee om, op een uniforme manier. Dat was een belangrijke meerwaarde van de opleiding: het wij-gevoel is toegenomen. De collega’s zijn er ook trots op om in zo’n inspirerende omgeving te mogen werken. En het mooie is, ze denken zelf al na hoe het werken in de centrale regiekamer nog beter kan. Dat is wezenlijk: blijven nadenken.’
Dert van Ree, teamleider bij Waterschap Rivierenland, benadrukt dat maatwerk noodzakelijk was, en dat het waterschap eisen stelde aan de docenten: ‘We wilden dat de docenten van waterschappen zouden komen die zelf een vergelijkbare stap hadden gezet. Wateropleidingen vroeg heel zorgvuldig uit waaraan we exact behoefte hadden, wat we wilden leren. Zowel bij de cursisten als bij het management. Dat hebben ze goed in de cursus verwerkt: de deelnemers hebben aangegeven dat ze nieuwe inzichten hebben verworven, dat ze zich bewuster zijn geworden van hun rol in de keten van handelingen.’
Haarscherp beeld van vraag
Voor Wateropleidingen was het opzetten van de nieuwe maatwerkcursus een bijzonder proces, vertelt opleidingsmanager Ingrid Schröders: ‘Ik heb me vooral zo goed mogelijk verplaatst in de positie van een peilbeheerder, gesprekken met de opdrachtgever gevoerd en een concept-cursusprogramma opgesteld. Dat heb ik eerst naar een aantal contacten van me gestuurd, en dat was reden om nogmaals met Rivierenland om de tafel te gaan zitten, om haarscherp te krijgen waarmee we ze echt konden helpen. Het belangrijkste was: zorgen dat ze opereren als een team, dat ze kwesties met elkaar afstemmen en naar buiten toe één stem laten horen. Bijvoorbeeld als een boer of een aannemer belt met de vraag of het waterschap het peil even omlaag kan trekken. Dan moet je je mannetje staan, ook richting collega’s. Als je regie hebt, heb je ook macht, en die moet je goed gebruiken, op een uniforme manier. Vandaar dat ook communicatie een belangrijke component van het programma was.’
Sturing uniformeren en optimaliseren
De docenten van de opleiding kwamen dus zelf, zoals altijd bij wateropleidingen, rechtstreeks uit de – relevante – praktijk. Zoals Milly Wind-Cox, watersysteembeheerder bij waterschap Brabantse Delta: ‘We hebben vooral heel veel met voorbeelden gewerkt, de mensen aan het werk gezet op een interactieve manier. Dat hebben ze als heel plezierig ervaren. We gingen met de cursisten vooral op zoek naar het benoemen van de meerwaarde, en naar verdere optimalisatie van de sturing vanuit een uniforme werkwijze.
Ook Marc Methorst, specialist peilbeheer en besturingstechniek bij Waterschap Vallei en Veluwe, werkte als docent mee. En ook hij noemt het belang van samenwerken: ‘Het was belangrijk om de mensen op één lijn te krijgen. Ze werkten al samen, maar hadden elk hun eigen gebied, met specifieke kenmerken, problemen en oplossingen. Dus hebben we tijdens de cursus allerlei praktische kwesties bij de kop gepakt. Je kijkt bijvoorbeeld naar een grafiek van twee stuwen achter elkaar. Is er niet veel aan de hand of moet er toch even iemand het veld in, is het toch nodig om te maaien of te baggeren? Juist die discussie was leuk, zo kom je tot een meer uniforme aanpak. Het gaat erom dat je van data naar informatie naar kennis gaat. Dat helpt om ook bij calamiteiten snel de goede beslissingen nemen.’
Neuzen dezelfde kant op
Tot zover management, cursusaanbieder en docenten. Maar waar het natuurlijk vooral om gaat: wat vonden de cursisten er zelf van? Saskia Dubbeldam en Paul Claessens zijn eensgezind én positief. Saskia Dubbeldam: ‘Voor mij was het vooral belangrijk om kennis met elkaar delen, na te gaan waar je met elkaar naartoe wilt. Daarbij heeft de cursus echt geholpen. Omdat de docenten zelf uit de praktijk kwamen, kregen we ook een kijkje in hun keuken: waar lopen zij tegenaan? Bijvoorbeeld de zuurstofmetingen in een kanaal: hoe pak je dat aan? Dat vond ik heel nuttig.’ Paul Claessens: ‘Ik vond het vooral OK om met andere vakmensen over ons werk te praten, kennis uit te wisselen en op te frissen. We hebben nu echt een vette werkplek, met al die schermen. Maar het gaat erom wat er achter de schermen gebeurt, en dat je de juiste data kunt koppelen en interpreteren.’ De twee peilbeheerders (vanaf nu Centrale Regie Kamer operators) onderstrepen ook het belang om meer uniform te gaan werken. Saskia Dubbeldam: ‘Iedereen komt uit een andere hoek, we hebben het steeds zelf zo ingericht als we het zelf het handigst vonden. Nu zit er meer structuur in ons werk, we werken met elkaar naar één beeld toe.’ Paul Claessens: ‘Je kon merken dat Wateropleidingen goed geluisterd had, het cursusprogramma sloot goed aan op wat we nodig hadden. Met als belangrijkste wens: alle neuzen dezelfde kant op.’ Saskia Dubbeldam: ‘’We zijn in die regiekamer ook veel zichtbaarder. Dat vraagt ook wat van je. Als ik eerlijk ben heb ik misschien nog wel het meeste aan gehad aan het onderdeel communicatie in de cursus. We zijn ook nog niet klaar, je moet er met elkaar aan blijven werken.’
Dat is Paul Claessens uit het hart gegrepen: ‘Het is natuurlijk zaak dat je alles wat je aangereikt hebt gekregen, ook in de dagelijkse praktijk blijft gebruiken. Daarvoor hebben we met elkaar ook een soort jaaragenda gemaakt. Ik ga mijn best doen, het staat bij mijn goede voornemens.’

Naar de bedrijvenregistervermelding van Wateropleidingen
(persbericht augustus 2015)