Aandeel overschrijdingen van de waterkwaliteitsnorm Kaderrichtlijn WaterBron: PBL

Het beeld dat het aantal normoverschrijdingen van de ecologische waterkwaliteit door bestrijdingsmiddelen in vijf jaar met 30 procent is gedaald, behoeft enige nuancering, stelt Aaldrik Tiktak, van het Planbureau voor de Leefomgeving. “De huidige meetmethodes van de waterschappen geven geen inzicht in de meest toxische bestrijdingsmiddelen, waarvan het gebruik is toegenomen.”

Waterschappen spannen zich enorm in om op 96 locaties de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater te meten, benadrukt Aaldrik Tiktak, senior wetenschappelijk onderzoeker bodem en water van het PBL. De resultaten daarvan zijn beschreven in het op 30 oktober verschenen PBL-rapport ‘Gewasbeschermingsmiddelen en realisatie ecologische kwaliteit van oppervlaktewater’, Om kosten te besparen gebruiken de waterschappen gestandaardiseerde methodes om de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater aan te tonen.

Waarschuwing
De verbetering van de gemeten waterkwaliteit komt onder andere door het verbod op bestrijdingsmiddelen uit de neonicotinoidengroep. Dit verbod is ingesteld om bijensterfte te voorkomen. Agrariërs gebruiken volgens hem als alternatief echter vaker andere zeer toxische bestrijdingsmiddelen, zoals deltamethrin en lambda-cyhalothrin. De gestandaardiseerde meetmethodes van de waterschappen, brengen de stijging van dit soort middelen in het oppervlaktewater volgens hem niet in kaart omdat de rapportagegrens hoger is dan de norm. “Dat kan de gemeten verbetering van 30 procent tenietdoen”, waarschuwt Tiktak opnieuw.

Aanvullende meetcampagne
Om meer inzicht te krijgen in het effect van deze zogenoemde niet-toetsbare stoffen op de ecologische waterkwaliteit, kan een aanvullende meetcampagne opgezet worden. In zo’n meetcampagne worden specifieke meetmethodes met een lage rapportagegrens gebruikt. “Zo’n meetcampagne is duur, maar we kunnen dan wel zien of er daadwerkelijk sprake is van een verbetering.”

Daarnaast is het volgens het PBL een optie om een plafond in the stellen op het totale gebruik van bestrijdingsmiddelen dat gebaseerd is op de totale milieubelasting per teelt. Om telers perspectief te bieden, dient dit gepaard te gaan met het ontwikkelen van alternatieven zoals laagrisicomiddelen.