PBL: Extra maatregelen nodig om de huidige KRW-doelen te halen

Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water voldeden in 2015 slechts drie van de 710 Nederlandse waterlichamen aan een goede status. Minister Schultz is er van overtuigd dat in 2027 alle Nederlandse wateren zullen voldoen aan de richtlijn. Het PBL heeft onlangs de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen (2015-2021) onder de loep genomen en komt in een rapport tot de conclusie dat met de uitvoering van de maatregelen in deze plannen de waterkwaliteit wel zal verbeteren, maar dat het resultaat niet voldoende zal zijn.

“Het PBL heeft gekeken naar de realisatie van de doelen in 2027. Er zijn geen tussendoelen voor 2021 gesteld”, vertelt Frank van Gaalen, PBL-projectleider van het evaluatierapport. “In diverse delen van Nederland zijn extra maatregelen nodig om aan de chemische en ecologische kwaliteit te kunnen voldoen. Een effectieve maatregel voor het verminderen van de hoeveelheid fosfaat in het oppervlaktewater in de hogere delen van Nederland lijkt uitmijnen; geen mest meer uitrijden binnen enkele meters van de waterlopen en daar zoveel mogelijk gewas afvoeren. Daarmee blijft het oppervlaktewater schoner. Overigens zal ook het grondwater binnen de norm van de nitraatrichtlijn moeten blijven.”

Vervolgstappen
In Limburg zou het herstellen van verdichte bodems kunnen zorgen voor een betere drainage en dus minder belasting van het oppervlaktewater met fosfaat. En in laag-Nederland kan peilgestuurde drainage er voor zorgen dat fosfaat in diepere grondlagen wordt opgenomen. Volgens het PBL zijn er nu twee kansrijke vervolgstappen. Van Gaalen: “Om de doelen te halen moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag en dat vergt een betere afstemming tussen het mest- en gewasbeschermingsmiddelenbeleid en het waterbeleid. En het proces kan geholpen worden als het aantal betrokken stakeholders wordt uitgebreid, zodat alle mogelijkheden worden bekeken. Tot nu toe hebben vooral gevestigde belangen, waaronder de landbouw, hun stempel gedrukt op de Nederlandse invulling van de KRW. Met de Delta-aanpak Schoon Water van minister Schultz wordt een goede stap gezet in de richting van zo’n brede participatie; een grote groep stakeholders wordt daarbij betrokken.”

Gezamenlijke aanpak
Het PBL-rapport is opgesteld op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Van Gaalen verwacht dat alle betrokken partijen kennis zullen nemen van de ex ante evaluatie en deze zullen meenemen bij de verdere invulling van de KRW. Waterbeheerders en andere belanghebbenden, waaronder agrariërs, moeten gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is. “In 2021 moet Nederland in de laatste ronde van stroomgebiedbeheerplannen de definitieve keuzes maken over de doelen voor de verschillende wateren en de in te zetten maatregelen.” Vandaar dat het PBL in haar rapportage spreekt over de ‘huidige’ KRW-doelen. 

Verbetering waterkwaliteit
PBL concludeert dat de waterkwaliteit sinds 1980 significant is verbeterd, maar vanaf 2009 stagneert in het grootste deel van de wateren de verbetering van de nutriëntentoestand. Dat komt doordat het huidige mestbeleid vooral gericht is op het verminderen van de nitraatbelasting van grondwater en niet op het verminderen van de belasting van het oppervlaktewater. Ook wordt van sommige stoffen van de Europese lijst van probleemstoffen nog regelmatig de norm overschreden. Dit betreft echter vooral stoffen die inmiddels nagenoeg niet meer worden geloosd, maar die door nalevering uit bijvoorbeeld het sediment nog lange tijd in het water kunnen worden aangetroffen.