PBL acht meer KRW-doelen in 2027 haalbaar met optimale mix maatregelen

Het PBL-stoplicht voor de kwaliteit van oppervlaktewateren is een van de doelbereikindicatoren uit de tweejaarlijkse rapportage van het PBL over de kwaliteit van de leefomgeving. Tijdens de nacht van de leefomgeving op 14 september overhandigde  directeur Hans Mommaas de 2016-editie van Balans van de Leefomgeving aan minister Melanie Schultz van Haegen

In de vorige edities van de Balans stelde het PBL dat een fundamentele herziening van het Nederland waterkwaliteitsbeleid nodig was omdat het bureau er stellig van overtuigd was dat Nederland de KRW-doelen in 2027 niet zouden kunnen halen. Vooral de eutrofiëring van de oppervlaktewateren door meststoffen speelde een belangrijke rol bij het oordeel van het planbureau. In haar 2016-editie heeft het bureau de kleurkeuze herzien omdat er inmiddels sprake is van een fundamenteel andere aanpak binnen het onlangs door het ministerie van Infrastructuur en Milieu geïnitieerde programma Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater

Optimale mix

Volgens het PBL schept deze aanpak de mogelijkheid om te komen tot afspraken met alle betrokken partijen over een optimale mix van maatregelen. Die optimale mix zou vervolgens zijn beslag kunnen krijgen in de laatste ronde van de Stroomgebiedsbeheersplannen (2021-2027) die in 2020 naar Brussel moeten worden gestuurd. De realisatie van de KRW-doelen voor aanzienlijk meer waterlichamen zou daarmee in beeld kunnen komen, zo oordeelt het bureau. Als er zo'n mix met aanvullende maatregelen komt, zou een substantieel groter deel van de 737 in Brussel aangemeld waterlichamen in 2027 aan de vereist waterkwaliteit kunnen voldoen.

 

Nog wel oranje

Het PBL laat het stoplicht nog wel op oranje staan omdat nog niet bekend is welke maatregelen de partijen concreet voor hun rekening gaan nemen. In juni 2015 hebben vertegenwoordigers van Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties de Verklaring van Amersfoort ondertekend en met elkaar afgesproken te komen tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte water. De aanpak richt zich in het bijzonder op drie thema's: medicijnresten, plastics en meststoffen.Op 16 november staat een bestuursconferentie gepland waar met de betrokken overheden en maatschappelijke organisatie over een samenhangend pakket maatregelen zal worden gesproken.

Regionaal niveau

Het PBL staat nog steeds op het standpunt  dat de effectiviteit van landbouwmaatregelen afhankelijk is van de situatie ter plaatse. De KRW-doelen kunnen alleen dichterbij komen door op regionaal en lokaal niveau te zoeken naar de meest efficiënte mix van maatregelen. 
Voorbeelden van kansrijke maatregelen om de belasting met nutriënten substantieel te verminderen, zijn volgens het PBL peilgestuurde drainage en het uitmijnen van fosfaat in een strook langs het water.
Daarnaast is precisiebemesting een optie. Volgens verkennende berekeningen kan een pakket met dergelijke kansrijke maatregelen ertoe bijdragen dat de belasting van het oppervlaktewater met nutriënten afneemt met 10 tot 60 procent.Op nationaal niveau is gemiddeld 40 tot 50 procent vermindering noodzakelijk om de nutriëntendoelen te halen.

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

Deze en andere potentiële landbouwmaatregelen worden al meegenomen in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), een initiatief van de land- en tuinbouworganisaties.  Volgens het PBL is wel van belang dat voldoende agrariërs gaan meedoen zodat de maatregelen ook op grote schaal worden toegepast. PBL signaleert dat in de Delta-aanpak actief gezocht wordt naar het betrekken van belangenpartijen om – bovenop de maatregelen die al in de huidige Stroomgebiedsbeheersplannen  zijn benoemd – nog extra stappen te zetten. Maar zolang nog niet duidelijk is tot welke afspraken de partijen komen en welke maatregelen genomen gaan worden, wil het PBL het stoplicht nog niet op groen zetten.