vis
Foto: Wikimedia Commons

Wat opwarmend water precies voor gevolgen heeft voor vissen, onderzocht de Radboud Universiteit met een studie onder 195 vissoorten. Onderzoekers ontdekten dat grotere vissoorten gevoeliger zijn voor lage zuurstofgehaltes, maar alleen als het water warm is. Als het water koud is, zijn het juist de kleine vissen die in de problemen komen.

Een groot probleem voor vissen en ander dierlijk waterleven is dat water steeds minder zuurstof bevat; enerzijds doordat het water sneller opwarmt door klimaatverandering en anderzijds door vervuiling. In warmer water hebben vissen bovendien meer zuurstof nodig om te kunnen leven. Daarnaast kan stikstof in het water (bijvoorbeeld nitraat en nitriet) zorgen voor minder zuurstoftransport in het bloed.

Biologische regels

Er kunnen algemene biologische regels ontdekt worden die ons vertellen welke eigenschappen bij vissen voordelig of nadelig werken bij veranderende leefomstandigheden. “Als we deze regels bij vissen in kaart hebben gebracht dan kunnen we uiteindelijk voorspellen welke vissoorten in gevaar komen bij welke veranderingen”, zegt onderzoeker Wilco Verberk na publicatie van het onderzoek in Global Change Biology op 25 juli.

Zuurstoftolerantie

Verberk en collega’s hebben verschillende effecten bekeken, die eerder nog niet in combinatie onderzocht zijn. Zo hebben ze de gegevens over zuurstoftolerantie van 195 vissoorten op een rij gezet, en ook gekeken naar de temperatuur van het water en de grootte van de vis. Ze zagen dat grotere vissoorten gevoeliger zijn voor lage zuurstofgehaltes, maar alleen als het water warm is. Ook vissen met grote lichaamscellen zijn hier gevoelig voor. Als het water koud is, zijn het juist de kleine vissen die in de problemen komen.

Zoet en zout

Het maakt wel uit naar welke wateren je kijkt. Zoetwatervissen blijken toleranter te zijn voor zuurstofarm water dan zeevissen. “Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat zoetwatervissen in hun evolutionaire geschiedenis meer selectie hebben ondervonden. In oceanen is de temperatuur vrij stabiel, maar in zoet water worden vissen vaker geconfronteerd met hogere temperaturen. Ook fluctuaties in zuurstof zijn sterker in rivieren en vooral in meren, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van algen.”