Opmaat Deltabeslissingen: Balans zoeken tussen dijkverhoging en waterberging

Deze mogelijkheid van tijdelijke inpoldering is lang geleden door Rijkswaterstaat onderzocht in Watersnelweg Waal, 2003 en verder uitgewerkt als het Plan Beaufort De Commissie Veerman (2008) vermeldt deze mogelijkheid als ‘afsluitbaar-open’ variant. Daarbij worden in het Spui, Dordtse Kil en Beneden Merwede drie keersluizen gebouwd. Bij waterstanden die Rotterdam en Drechtsteden bedreigen, worden de stormvloedkeringen (Maeslantkering, Hartelkering en Haringvlietsluizen) en de drie keersluizen gesloten. De aanvoer van de Lek is echter een bedreiging voor het ‘ingepolderd’ gebied, omdat de Lek achter de keersluizen uitmondt. Genoemde drie keersluizen zullen nauwelijks een belemmering voor de scheepvaart zijn, omdat ze slechts zelden (bij extreem hoge waterstanden) worden gesloten.

Goedkope oplossing
In het rapport van de commissie Veerman wordt de mogelijkheid geopperd om de dreiging van de Lek weg te nemen door het graven van een verbinding tussen Lek en Waal en de bouw van een keersluis bij Lexmond. Plan Beaufort stelt een veel goedkopere en eenvoudiger oplossing voor, namelijk beperking of afsluiting van de aanvoer door de Lek door bij het Pannerdens Kanaal de toevoer naar de Nederrijn te beperken of die geheel af te sluiten door middel van een ‘kraan’.  De reeds aanwezige stuwen in Nederrijn en Lek blijven in functie, zodat de scheepvaart nauwelijks hinder ondervindt. Voor beheersing van het IJsselmeerpeil is aan het begin van de IJssel tevens een kraan gepland.
Aanpassen waterverdeling
In een belangrijk deel van het Benedenrivierengebied wordt MHW bepaald door hoge zeestanden (gesloten stormvloedkeringen) en afvoeren van de Rijn te Lobith van 7.000-10.000 m3/s. Afsluiting van Nederrijn en Lek bij sluiting van de stormvloedkeringen en de drie keersluizen levert bij deze debieten geen probleem op, omdat de afvoercapaciteit van Waal en IJssel onder deze omstandigheden ruim voldoende is. Wel moet bij sluiting van de aanvoer door Nederrijn en Lek de verdeling van de debieten over Waal en IJssel worden gewijzigd. Om dat te bewerkstelligen is een verdeelwerk (debietbegrenzer) aan de ingang van het Pannerdens Kanaal gepland.
Dijkverhoging onafwendbaar
Er is echter nog een belangrijk verschil tussen Plan Beaufort en dat van de Commissie Veerman. De Commissie Veerman doet geen voorstellen om de Nieuwe Waterweg (NW) bij hoge zeestanden veiliger te kunnen afsluiten. Plan Beaufort stelt dat tenminste een tweede (snel sluitbare) kering in de NW geplaatst moet worden, wil genoemde inpoldering werkelijk een veilige oplossing zijn. Uiteraard zal bij een verder stijgende zeespiegel MHW worden verhoogd op ondermeer het Haringvliet en Hollands Diep. Een verdere dijkverhoging gaat daarmee gepaard. Ook in het Bovenrivierengebied zullen de dijken, zij het in mindere mate,  moeten worden verhoogd.
Restrisico 
Desalniettemin blijft er een restrisico bestaan, zolang MHW in het Benedenrivierengebied wordt bepaald door stormopzetduur, bergingscapaciteit en rivieraanvoer. In feite is MHW afhankelijk van het risico dat men wil aanvaarden (thans voor Rotterdam overschrijding MHW 1 x 10.000 jaar). Een eventueel gewijzigde normstelling, waarbij meer met overlijdensrisico’s en mogelijke economische schade wordt rekening gehouden, verandert dit beeld in principe niet.  Hoe kleiner het restrisico, hoe hoger de dijken moeten zijn. Men benadert op deze wijze de ideale situatie, namelijk dat het Haringvliet ook bij de hoogste zeestanden kan lozen op de Noordzee. Stormopzetduur en bergingscapaciteit voor het rivierwater spelen dan geen rol meer bij een risicobeoordeling.
Ingrijpende rivierverruiming
In het Deltaprogramma de afvoercapaciteit van de Rijntakken in Nederland op termijn  moeten worden verhoogd naar 18.000 m3/s. Als dat echt wordt uitgevoerd, dan komt het verdeelwerk (debietbegrenzer) aan het begin van het Pannerdens Kanaal goed van pas. Op deze wijze kan worden gerealiseerd dat bij debieten groter dan 16.000 m3/s , debieten van Nederrijn, Lek en IJssel niet verder toenemen. Zo kan de noodzaak voor verdere dijkverhoging van zojuist genoemde Rijntakken worden voorkomen. Wel zal dan 2.000 m3/s extra door de Waal moeten worden afgevoerd, waardoor opstuwing van de Waal, maar ook (extra) opstuwing in Duitsland zou plaatsvinden indien men deze extra afvoer door dijkverhoging zou willen realiseren. Ruimte voor de Rivier zou hier wel eens meer betekenis kunnen krijgen, omdat grootschalig verleggen van dijken een serieuze optie zal worden, waarmee de rivier letterlijk ruimte krijgt.                                                        
Vergroten bergingscapaciteit
Een alternatief voor het steeds ophogen van dijken zou verdere uitbreiding van de bergingscapaciteit zijn voor het aangevoerde rivierwater bij gesloten zeekeringen. Daarbij wordt onder meer gedacht aan grote bergingsbassins met een waterniveau van circa NAP, die voor de kust worden aangelegd en waarin  de rivierafvoeren kunnen worden opgevangen gedurende de tijd dat de zeekeringen zijn gesloten. Tevens kan de toename van de (zoute) kwel dan voor lange tijd worden voorkomen. Verhoging van rivierdijken kan dan voor lange tijd worden uitgesteld. Dergelijke reeds bestaande plannen lijken  radicaal en werden  zonder veel studie van de hand  gewezen. Dat lijkt onjuist, omdat de thans ingeslagen weg, namelijk continue verhoging van dijken bij een stijgende zeespiegel in feite ook een radicale oplossing is. Het lijkt verstandig oplossingen voor de lange termijn bij een stijgende zeespiegel en toenemende zoute kwel  nog eens nader in beschouwing te nemen. 
G.E.Kamerling en G.A.Beaufort, Oud-medewerkers van Rijkswaterstaat 
Opmaat Deltabeslissingen
In de rubriek ‘Opmaat Deltabeslissingen’ stellen experts op persoonlijke titel belangrijke onderwerpen met het oog op de waterveiligheid aan de orde. Dit najaar neemt de politiek cruciale beslissingen die onze veiligheid in de toekomst moeten garanderen. WaterForum wil met deze rubriek een bijdrage leveren aan weloverwogen Deltabeslissingen. De afgelopen weken gaven oud-medewerkers van Rijkswaterstaat G.E. Kamerling en G.A. Beaufort hun visie.

Veiligheid Nederlands rivierengebied onder druk

Risico’s piping mogelijk overschat bij toetsing rivierdijken