Openen Iran biedt kansen voor watersector

Susanne Terstal, Nederlandse ambassadeur in Iran, ziet kansen voor Nederland. Tegen BNR Nieuwsradio noemde ze daarbij specifiek de watersector. De afgelopen maanden zouden al veel Nederlandse bedrijven langs zijn geweest die geïnteresseerd zijn in Iran. Op de ambassade in Teheran is inmiddels een handelskantoor opgericht.

Voorsprong uitbuiten
Terstal vertelde op BNR dat het land als gevolg van de sancties behoorlijk achterop is geraakt, vooral op het gebied van techniek. De voorsprong die Nederland daarin heeft binnen de watersector kunnen we uitbuiten, zo denkt dat ambassadeur. Iraniërs doen volgens haar graag zaken met Nederlandse bedrijven. “In het verleden waren hier veel Nederlandse bedrijven, en dat waren goede ervaringen voor Iran en ook voor Nederlandse bedrijven, want ze willen allemaal weer terugkomen.”

Duitsland
Om opnieuw voet te krijgen op Iraanse bodem, kan de Nederlandse watersector rekenen op geduchte concurrentie vanuit andere westerse landen. Zo was Duitsland jarenlang de belangrijkste handelspartner van Iran. Persbureau Reuters meldde al dat het Duitse bedrijfsleven verwacht dat de export naar Iran de komende jaren zal verdubbelen tot vijf miljard euro. Duitsland was in juli dan ook de eerste Westerse grootmacht die het land aandeed op een handelsmissie.

Tijdens de prestigieuze water- en afvalbeurs IFAT in München zal Iran vertegenwoordigd zijn met een landenpaviljoen.

Eerste contracten
Inmiddels sluiten de eerste Nederlandse ondernemingen de eerste contracten. Zo tekent Holland Water uit Driebergen in Teheran op 1 februari een samenwerkingsovereenkomst met het Iraanse bedrijf Padyab Tadjhiz Co.
Holland Water, al eerder actief in Dubai, gaat de Iraanse markt op met het zelfontwikkelde Bifipro® systeem, een installatie tegen Legionellabesmetting.
Deze stap richting zaken doen in Iran begon met een door de RVO  (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) geïnitieerd ondersteuningstraject via de zogeheten Starters International Business-regeling, de SIB.