Ook Eerste Kamer unaniem achter nieuwe normering primaire waterkeringen

Nergens mag vanaf 2050 de kans groter zijn dan eens in de 100.000 jaar dat iemand achter een primaire waterkering komt te overlijden door een overstroming. Omgerekend gaat het om een individueel basisveiligheidsrisico van 10-5 per jaar.
VVD-senator Sybe Schaap kijkt tevreden terug op de behandeling van het wetsvoorstel in de senaat. “Deze normering zorgt ervoor dat we straks de dijken hebben die we willen hebben om ons ook in de toekomst te beschermen”, zo laat hij direct na de stemming weten. Het valt hem op dat zo’n belangrijk wetsvoorstel zowel door Tweede Kamer als nu door de Eerste Kamer zonder politiek debat is behandeld. “Dit geeft aan dat de waterveiligheid in Nederland boven de politiek is verheven”, concludeert Schaap.
Als oud-voorzitter van de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van waterschap Groot-Salland weet Schaap het nieuwe normeringstelsel op waarde te schatten. “Ik ben blij dat de waterkeringen de kern blijven van onze waterveiligheid. De aanvullingen met ruimtelijke inrichting en evacuatie is een goede aanvulling om de waterveiligheid verder te vergroten”.

Dijkringen
Als de nieuwe normering op 1 januari in werking treedt, maken de vertrouwde dijkringen plaats voor ruim tweehonderd nauwkeurig bepaalde dijktrajecten met ieder een eigen specifieke overschrijdingsnorm, variërend van 1:300 tot 1:1.000.000.
Schaap is niet bezorgd over het loslaten van het concept van dijkringen. “Het is een logische stap als je uitgaat van een risicoanalyse. Zo’n analyse kan namelijk aangeven dat de bovendijkse schade in potentie groter kan zijn de schade binnen de dijkring zelf.”  Als voorbeeld geeft hij de economische ontwrichting. “In kleine laaggelegen dijkringen kan de schade als gevolg van een overstroming heel erg meevallen, maar in een iets hoger gelegen gebied net daarbuiten kan de economische schade heel groot zijn wanneer spoorwegen en autowegen onder water komen te staan”, aldus Schaap.

Zes jaar
Het wetsvoorstel geeft beheerders van primaire waterkeringen tot 2050 de tijd om aan de nieuwe normering te voldoen. Toch vroeg minister Schultz de senaat haast te maken met de behandeling want ze wil dat de beheerders al volgend jaar hun dijken kunnen gaan toetsen. Dan gaat ook een nieuwe beoordelingsronde van start die uiterlijk in 2023 tot een eerste rapportage moet leiden. “Juist vanwege de overgang naar het nieuwe normenstelsel wil ik de beheerders daarvoor graag zes jaar de tijd geven”, zo schreef de bewindsvrouw aan de Eerste Kamer als onderbouwing van haar verzoek voor een snelle behandeling van het wetsvoorstel.

Toegroeien
Schultz verwacht dat bij de eerste beoordelingsronde (2017-2022) een substantieel deel van de primaire keringen niet aan de nieuwe normen zal voldoen. Verwacht wordt dat de meeste keringen langs de kust wel zullen voldoen, maar in het rivierengebied zal meer dan de helft van de kering niet voldoen, zo schreef ze eerder aan de Eerste Kamer.
De urgente gevallen kunnen via het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) snel worden aangepakt. Onlangs is het HWBP 2017-2022 programma bekend gemaakt met daarin de dijkversterkingsplannen voor de komende jaren. Schultz wil aan de hand van drie beoordelingsrondes in 2050 op het basisbeschermingsniveau uitkomen. Na afronding van de eerste beoordelingsronde in 2023 verwacht ze een concreter beeld van de werkelijke opgave en kan bezien worden of de voorziene financiering via het Deltafonds en de uitvoeringscapaciteit toereikend zijn.