Onderzoekers verwachten omslag in waterbeheer

Roovers en Van Buuren zeggen dat op basis van opgedane ervaringen en gesprekken met vertegenwoordigers uit de watersector in de afgelopen jaren. Reacties op hun inmiddels gepubliceerde bevindingen (onder meer in Binnenlands Bestuur en Water Governance) bevestigen volgens Roovers dat de geschetste ontwikkelingen intussen door de doelgroep worden ‘herkend.’ 
Verschuiving
Roovers: “Wat wij steeds vaker zien gebeuren is dat er een verschuiving plaatsvindt. We zijn niet meer bezig met dat éne grote project voor de langere termijn, maar eigenlijk continu in de weer – aan het knutselen, sleutelen, aanpassen en bijsturen zeg ik altijd maar – met het watersysteem dat we al hebben. Met ‘we’ doel ik dan voornamelijk op partijen waar wij in de adviserende sfeer mee te maken hebben, zoals Rijkswaterstaat en de waterschappen. Partijen, die meer dan vroeger, eigenlijk doorlopend bezig zijn met het aanpassen van hun dijken, sluizen en stuwen op basis van veranderde inzichten en dito wensen uit het achterland.” 

Actoren oneindig
Rode draad is dat een dijk tegenwoordig niet alleen meer voor droge voeten hoeft te zorgen, maar zich voor tal van andere functies zou kunnen lenen. Roovers noemt de aanleg van een fietspad op de dijk als bijna voor de hand liggend voorbeeld. Of dat een waterschap ineens te maken krijgt met een partij die er windmolens op wil laten draaien. En dan weer moet een dijk ingepast worden als natuurstrook. Maar waterschappen zijn tegenwoordig net zo goed in de weer met afvalwaterzuiveringsinstallaties, waaruit weer energie gewonnen kan worden. Roovers: “Allemaal voorbeelden van zaken, die anders zijn dan wij tot voor kort gewend waren: een dijk, stuw of sluis, zodanig uit te voeren en in te richten dat we daar de komende 50 jaar mee vooruit konden qua functionaliteit en veiligheid. De actoren van nu lijken bij wijze van spreken oneindig. Kortom, bruggen, keringen, oevers en dijken zijn evolutionaire systemen waarvan de functionaliteit vandaag de dag doorlopend aan verandering onderhevig is.”
Veranderend speelveld
Gevolg van deze ontwikkeling is volgens Roovers een veranderend speelveld, met steeds meer wisselende spelers, doelen, posities en belangen. Een trend ook die volgens hem een andere manier van werken vergt van de watersector. Om niet te zeggen dat het roer om moet. Onzekere klimatologische, maar ook conjuncturele ontwikkelingen dragen daar volgens hem zeker aan bij. Roovers: “Omdat je tegenwoordig permanent bezig bent rond een dijk of sluis, ben je dus eigenlijk ook permanent met gemeente, bewoners en andere belanghebbende partijen in gesprek. Onze belangrijkste boodschap: het onderhouden van dat contact zou geen competentie meer moeten zijn van dat ene projectteam, of van die ene projectleider van toen, maar zou moeten zijn ingebed in de hele organisatie.”
Voorwaarde
Voorwaarde is dan wel dat die competentie ook ‘een goede en vaste plek’ zou moeten krijgen. In de praktijk is dat nog vaak lastig. Waar een waterstaatproject in een nieuwe fase komt, krijgen belanghebbenden niet zelden te maken met nieuwe gezichten. En vloeit met het verloop van een project ook veelvuldig kennis weg. Met het gevolg dat een nieuwe projectmanager bijvoorbeeld niks meer van afspraken die ooit met bewoners zijn gemaakt. Volgens Roovers zorgt dat voor onnodige stagnatie. “Dus pleiten wij voor borging en verankering in de organisatie. De organisatie van nu moet doorlopend in gesprek blijven met het speelveld.” 
Belangrijk gereedschap
Roovers heeft overigens geen pasklaar antwoord op de vraag hoe de watersector het ‘ideaalplaatje’ zou kunnen bereiken. Hij voorziet daarin echter wel degelijk een rol voor ‘assetmanagement’ als bruikbaar gereedschap. Een managementsysteem met zijn oorsprong in de private sector, dat is opgezet om gebruiksmiddelen, de ‘assets’, optimaal te laten presteren. “Ongeacht de vraag of het nu gaat om aandelen of dijken – is dit systeem echter wel heel erg gericht op het maximaliseren van de efficiency. Dat vergt bij Rijkswaterstaat en de waterschappen uiteraard wel iets meer dan dat. Want bij deze partijen gaat het natuurlijk niet alleen over cijfers, maar heb je het ook over de efficiency van publieke taken. Dus pleiten wij voor public-asset-management, met daarin aandacht voor de publieke component.”

Geen nieuw wiel
Roovers benadrukt geen nieuw wiel te hebben uitgevonden. Anderzijds hoopt hij de sector wel bewust te maken. En op zijn minst aan het denken te zetten. De moraal van het verhaal: “Het wordt niet meer zo gemakkelijk geaccepteerd dat een dijk alleen maar een dijk is en voor droge voeten moet zorgen. Een dijk, sluis, of stuw, kan veel meer voordeel opleveren. Althans, als daar goed over wordt nagedacht. Een verruiming van de blik betekent ook mogelijk gewin op andere fronten. Want voor partijen als Rijkswaterstaat en de waterschappen wordt het dan natuurlijk ook steeds interessanter naar alternatieve financieringsbronnen te zoeken. Maar nogmaals, dat kan alleen als dit nieuwe denken een plek krijgt in een organisatie.”