reageerbuizen

Watersector nieuws

Waterschappen hebben net als de rest van Nederland nauwelijks zicht op de emissies van 1.700 zeer zorgwekkende stoffen in het oppervlaktewater. Bovendien is onduidelijk of het beleid voor zeer zorgwekkende stoffen effectief is. Dat blijkt uit het de Evaluatie ZZS-emissiebeleid 2016-2021 van Berenschot en Arcadis in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Het gaat om vrij recent beleid. Het Rijk heeft verschillende acties in gang gezet om meer grip en regie te krijgen”, zegt Edith Kruger, beleidsadviseur waterkwaliteit van de Unie van Waterschappen.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Veel waterschappen in Nederland worden geconfronteerd met de aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in oppervlaktewater, waterbodems en in de rioolwaterzuiveringen. Deze stoffen zijn door hun eigenschappen, zoals kankerverwekkendheid en niet of zeer moeilijke afbreekbaarheid, zeer schadelijk voor mens en milieu.

Daarom willen de waterschappen voorkomen dat deze stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen. De zeer zorgwekkende stoffen kenmerken zich verder door de giftigheid bij lage concentraties, de ophoping in het milieu en in levende wezens en de beschadiging van het DNA. Hierdoor kunnen ze erfelijke veranderingen veroorzaken.

De Unie van Waterschappen vindt dat opkomende stoffen waarvan de schadelijkheid voor het milieu nog nauwelijks bekend is, niet geloosd mogen worden totdat duidelijk is of ze schadelijk zijn. De Unie is voor aanpak bij de bron: bedrijven moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze stoffen niet in het milieu terecht komen. Ook aanscherping van de huidige Europese toelating van stoffen is nodig om meer en vroegtijdig inzicht te krijgen dat een stof gevaarlijk is voor milieu en gezondheid.

Vergunningen actualiseren

Stoffen die alle vijf kenmerken hebben, komen terecht op de lijst met ZZS. Het Nederlandse beleid richt zich sinds 2015 op het minimaliseren van ZZS in de leefomgeving. De aanleiding waren de pyrazool lozingen bij Chemelot en de lozingen van GenX bij Chemours.
In 2018 is afgesproken dat alle bevoegde gezagen de vergunningen voor indirecte en directe lozingen gaan actualiseren op ZZS. Eind 2020 zijn er in de Bestuurlijke afspraken Delta-aanpak Waterkwaliteit aanvullende afspraken gemaakt om een extra impuls te geven aan de VTH-taken gericht op waterkwaliteit. Ambassadeur voor deze afspraak is Omgevingsdienst NL.
Rijkswaterstaat startte hiervoor in 2019 het project ‘Bezien vergunningen’. Ook de waterschappen voerden inmiddels een eerste inventarisatie uit. Hierbij keken ze onder meer of de directe vergunning nog actueel is of dat die moet worden aangepast. “Dat heeft al tot aanpassingen van vergunningen geleid”, zegt Edith Kruger, beleidsadviseur waterkwaliteit van de Unie van Waterschappen en tevens lid van de begeleidingscommissie van het onderzoek. Harde cijfers ontbreken vooralsnog.

Vrij recent beleid

Kruger stelt dat het ZZS-beleid vrij recent is. “Het Rijk heeft verschillende acties in gang gezet om meer grip en regie te krijgen, zoals het RWS-project om de vergunningen te actualiseren en waar nodig aan te passen.” Andere voorbeelden zijn de opleiding waterkwaliteit voor vergunningverleners en handhavers en diverse tools en handreikingen die zijn ontwikkeld, zoals de ZZS-navigator en ZZS similarity tool en de Wegwijzer

Opkomende stoffen

Daarnaast heeft het RIVM een landelijke database gebouwd voor vergunde en actuele emissies van ZZS. Hierin bundelt de organisatie de resultaten van de lopende en komende trajecten voor inventarisatie van (vergunde) ZZS-emissies. “Deze database wordt nu gevuld. Dat zou de bevoegde gezagen moeten helpen om meer inzicht te krijgen in de emissies van ZZS”, verwacht Kruger. De waterschappen zijn overigens alleen bevoegd voor directe lozingen. De gemeente of de provincie gaan over de indirecte lozingen, maar leggen dit vaak weg bij de Omgevingdiensten.

Omgevingswet

Het bedrijfsleven hoeft vooralsnog alleen vanuit de minimalisatieverplichting voor ZZS naar de lucht gegevens aan te leveren. Wanneer de Omgevingswet in januari 2023 ingaat, geldt dat ook voor de emissies naar water. Kruger benadrukt dat de waterschappen in de praktijk met de Europese stoffenwetgeving REACH hebben te maken. Het ZZS-beleid richt zich op de emissies van stoffen, terwijl REACH import en gebruik van een groot deel van de stoffen op de Nederlandse ZZS-lijst toestaat. Bovendien hebben de waterschappen bij de start van de Omgevingswet geen mogelijkheid meer om bindend advies te geven.

Informatievoorziening

Bedrijven weten volgens haar soms zelf niet precies welke ZZS ze precies lozen. Dat komt onder meer omdat er bij de productie van chemische stoffen soms tientallen bijproducten ontstaan. “Bedrijven geven hierdoor bij vergunningaanvragen niet altijd alle ZZS-stoffen aan die geloosd kunnen worden. Wij staan bovendien ook nog eens aan het einde van de keten en waterschappen zijn geen bevoegd gezag als het gaat om indirecte lozingen op onze rwzi’s”, aldus Kruger.

Ze is positief dat er vanaf 2015 aan ZZS-beleid is gewerkt, maar benadrukt dat er nog veel moet gebeuren om het ook te laten werken. Samenwerking in de hele keten, bevoegde gezagen en het bedrijfsleven is van belang met elkaar meer grip en regie te krijgen op ZZS. De aanstaande herziening van REACH kan hier wellicht verandering in brengen. En met het Zero Pollution Actieplan wil de Europese Commissie werk maken van bronaanpak en toewerken een gezonde en veilige leefomgeving en gevaarlijke stoffen daar aanpakken waar ze ontstaan. Om zo te voorkomen dat ze in het milieu terechtkomen. Het actieplan is daarin een belangrijke stap.

Samenhangender beleid

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (CDA) van Infrastructuur en Waterstaat trekt in haar Kamerbrief over het onderwerp twee conclusies: het beleid moet samenhangender en het ontbreekt bevoegde gezagen en bedrijven aan handvatten om het beleid uit te voeren. Om de samenhang te verbeteren onderzoekt het RIVM nu wat nodig is om cumulatie van risico’s in de omgeving via vergunningverlening aan te pakken.

Impulsprogramma

Tussen de regels door valt volgens Binnenlands Bestuur te lezen dat het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving niet sterk genoeg is voor een effectief ZZS-beleid. ‘Belangrijk aandachtspunt is daarbij het opdoen en delen van kennis bij bevoegde gezagen.’ Heijnen belooft ‘een aantal urgente problemen rond de aanpak van milieuvervuiling door chemische stoffen’ op te lossen met een ‘Impulsprogramma Chemische Stoffen.’

Lees hier het rapport van Berenschot en Arcadis