Onderzoek naar kansen ‘bouwen met de natuur’ op hoge zandgronden

Bouwen met de natuur wordt gezien als kansrijke optie voor het verbeteren van de waterhuishouding in de hoge zandgronden. Dit is althans waar het kennis- en onderzoekprogramma Lumbricus (Latijns voor regenworm) op inzet. Waterschappen Aa en Maas en Vechtstromen starten samen met twintig partners uit Noord-Brabant, Limburg en Overijssel een onderzoek naar een robuust Bodem- en watersysteem in oost en zuid Nederland.

In Lumbricus wordt ook gekeken naar de invloed van klimaatverandering. Die zorgt ervoor dat zich op de hoge zandgronden in oost en zuid Nederland steeds vaker typische problemen voordoen als droogte(schade), afvoerpieken en bodemverdichting met flinke (economische) schade als gevolg. Voor het vasthouden van water is het van belang dat de bodem gezond is.
In twee proeftuinen worden innovatieve maatregelen op het gebied van bodem en water concreet in praktijk gebracht. Het  gaat om proeftuinen in het oosten van Nederland: in het Overijsselse Vechtdal tussen Junne en Hardenberg en in het zuiden van Nedderland: bestaand uit de drie deelgebieden de Agger, Raam en de Groote Molenbeek. Gestart wordt eerst in de proeftuin Oost-Nederland en in Raam.

Drainage
“Welke maatregelen precies worden getest, is nog niet vastgesteld”, vertelt Rob Ruijtenberg, vanuit de STOWA betrokken bij Lumbricus.  Het gaat om een cyclisch proces waarbij de waterschappen als eigenaren van de proeftuinen diverse maatregelen gaan testen. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar wat je met en bepaalde vorm van drainage kunt doen of met het verhogen van het organisch stofgehalte. Ook kun je kijken wat je kunt doen met een betere bodembewerking. Vanuit de analyse van het gebied zelf zal duidelijk worden welke maatregelen het meest kansrijk zijn om toe te passen.”

Bijzonder vindt Ruijtenberg dat in de proeftuinen niet alleen bestaande maar ook nieuwe instrumenten worden toegepast en doorontwikkeld. “In de proeftuinen wordt kennis ontwikkeld en direct toegepast. Instrumenten die nog niet klaar zijn worden gebruikt en getoetst vanuit de praktijk. Daardoor kun je vanuit die praktijk de verdere ontwikkeling van die instrumenten sturen.”

Waterwijzers Landbouw en Natuur
Ruijtenberg denkt daarbij bijvoorbeeld aan een instrument als de nu in ontwikkeling Waterwijzers Landbouw en Natuur die op dit moment ontwikkeld worden. “Daarin wordt bekeken wat voor gevolgen een ingreep in de waterhuishouding heeft op de gewasgroei van landbouwgewassen of op natuur.”  Die integrale benadering biedt veel toegevoegde waarde denkt hij. “Vanuit de techniek kun je prima bedenken wat een maatregel doet. Maar er is meer dan techniek. Je zult ook met de stakeholders in een gebied in gesprek moeten gaan.”

Bouwen met natuur
Lumbricus onderzoekt hoe in het waterbeheer beter gebruik kan worden gemaakt van natuurlijke processen. Door te ‘bouwen met de natuur’ verbetert het natuurlijke karakter van beken en rivieren – en tegelijk de waterkwaliteit. Ruijtenberg: “In de proeftuinen wordt gekeken wat de effecten zijn van een bouwen met natuurmaatregel in zowel de positieve als de negatieve zin. Je kunt daarbij denken aan bijvoorbeeld de effecten van bodemverhoging door zandsuppletie of het werken met dood hout voor beekherstel.”

Acht miljoen
Het totale programma heeft een looptijd van vijf jaar en kost acht miljoen euro. Van dit bedrag wordt zes miljoen euro opgebracht door de consortiumpartners. Minister Schultz zegde 13 december een bijdrage van het ministerie van I&M van  twee miljoen euro toe.
Samenwerkende partijen in Lumbricus zijn: Alterra, De Bakelse Stroom, Deltares, Future Water, KnowH2O, KWR Watercycle Research Institute, Louis Bolk Instituut, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Radboud Universiteit, STOWA, Universiteit Twente, Wageningen Universiteit, waterschap Aa en Maas, waterschap Drents Overijsselse Delta, waterschap  Peel en Maasvallei (na 1 januari 2017: waterschap Limburg) en waterschap Vechtstromen.