In hete zomers is er meer behoefte aan water om bijvoorbeeld de tuin te sproeien, het zwembadje te vullen of om wat vaker te douchen. In samenwerking met de waterbedrijven WML en Brabant Water onderzocht KWR de factoren die bepalend zijn voor de watervraag op zo’n warme dag (foto: Creative Commons).

Weergegevens kunnen gebruikt worden om pieken in het waterverbruik te voorspellen. Dat is belangrijk, omdat de capaciteit van de waterinfrastructuur gerelateerd is aan de pieken in de watervraag. Uit berekeningen blijkt dat die waterverbruikspieken in de toekomst hoger worden. Onderzoek van drinkwaterbedrijven Brabant Water en WML, uitgevoerd door KWR, maakt duidelijk hoevéél hoger ze worden.

KWR onderzocht samen met de waterbedrijven WML en Brabant Water de factoren die bepalend zijn voor de watervraag op een warme zomerdag. Zo krijgen de waterbedrijven meer inzicht in de relatie met bijvoorbeeld tuinareaal, aantal inwoners en aantal zwembaden, en kunnen zij beter inspelen op toekomstige pieken in de watervraag.

De waterinfrastructuur van de toekomst wordt nu al deels aangelegd
Het KNMI verwacht dat als gevolg van klimaatverandering droge perioden zoals die van 2018 vaker zullen voorkomen en dat deze perioden misschien ook intenser worden. De vraag hoeveel water de samenleving in zo’n toekomstige zomer wil gebruiken, wordt daardoor steeds belangrijker. Waterbedrijven willen het antwoord op die vraag graag zo snel mogelijk, want de waterinfrastructuur die ons land in de toekomst van water moet voorzien, wordt nu al deels aangelegd. De benodigde capaciteit van de infrastructuur is vooral afhankelijk van de pieken in de watervraag. KWR zocht samen met Brabant Water en WML uit hoeveel meer capaciteit er precies nodig is en waardoor pieken in watervraag worden veroorzaakt. De aldus opgedane kennis hierover kan mogelijk helpen om het waterverbruik op piekdagen te beperken.

Onderzoek in Brabant en Limburg
Brabant Water, WML en KWR hebben onderzoek gedaan in twee gebieden: één in Brabant (de Peelkant) en één in Limburg (Plasmolen). Door een zogenaamd machine-learning-model te voeden met weerdata en gemeten waterverbruik van de afgelopen twintig jaar, is het mogelijk relaties te vinden tussen bijvoorbeeld temperatuur of neerslag en waterverbruik. Daaruit bleek dat, meer nog dan de temperatuur, met name de verdamping het waterverbruik voorspelt. Weergegevens, zoals temperatuur, neerslag én verdamping, kunnen dus gebruikt worden om pieken in het waterverbruik te voorspellen. Uitgaande van de KNMI’14 klimaatscenario’s, waarin voor vier klimaatscenario’s is geschetst wat de gevolgen zijn voor temperatuur, neerslag en verdamping, geeft het computermodel voorspellingen van het piekverbruik in de toekomst. “Aan de hand hiervan kunnen we ook berekenen hoe groot de piekfactor is die eens in de tien jaar voorkomt: de zogenoemde dagpiekfactor”, stelt KWR. “Uit de berekeningen blijkt dat waterverbruikspieken in de toekomst hoger worden, met name in de zomers. Dankzij dit onderzoek weten we nu ook beter hoeveel hoger ze worden.”

Welke uitbreidingen van de waterinfrastructuur zijn nodig?
De waterbedrijven nemen deze kennis mee in de planvorming. WML gaat bijvoorbeeld voorlopig uit van een toename van de dagpiekfactor van 10 procent in 2050 ten opzichte van nu. De verwachte toename in vraagpieken wordt naast andere trends gelegd, zoals bevolkingsgroei of -krimp, waterbesparende maatregelen en economische groei. Op basis van de totaalsom kunnen waterbedrijven bepalen welke uitbreidingen van de waterinfrastructuur nodig zijn.